Wat we krijgen als empathie en nuance uit de politiek verdwijnen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: PvdA in crisis, gedoe in de VVD, coalitie in verval. Ofwel: hoe de twee weggestuurde PvdA’ers passen in het grotere geheel.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het zijn rare weken in Den Haag. Chagrijn, rotstreken, een coalitie die verzwakt. Nu hebben zwakke coalities altijd iets paradoxaals: hun val wordt gemakkelijk voorspeld, terwijl juist die zwakte belet dat ze ten val komen.

Maar als je de laatste weken alles overzag – breuklijnen in de PvdA, véél gedoe in de VVD, gemene conflictjes tussen coalitiepolitici – dan werd duidelijk in welk stadium we verkeren: VVD en PvdA hebben het zo moeilijk met zichzelf dat begrip voor de ander er steeds minder inzit.

Tekenend zijn de coalitiepolitici die ineens praten over hun leven na de politiek. Of zich alleen nog maar afreageren op de coalitiepartner.

Intussen moeten beide partijen, ieder voor zich, hun sores aanpakken. Bij de PvdA hadden we deze week natuurlijk de weggestuurde Kamerleden Kuzu en Öztürk. Een zaak die zich gemakkelijk leende voor misverstanden.

Onloochenbaar maakten zij bezwaar tegen het integratiebeleid van partijgenoot Asscher. Evengoed bleken zij, dit leek me minstens zo interessant, niet over de meest basale politieke competenties te beschikken. Klunzen waren het.

Öztürk slaagde er voor de zomer zelfs in ruzie te maken met het fractiebestuur omdat hij, als enige coalitiepoliticus, een kansloze motie over pomphouders aan de grens steunde. En samen zochten hij en Kuzu de laatste maanden in Haagse gesprekken samenwerking met politici van onversneden rechtse signatuur (soms rechts van de VVD). Zodat de vraag ook was waarom de PvdA die lui überhaupt op de kandidatenlijst zette.

Dit was niet alles. Krachtige opvattingen over integratiebeleid, zoals de PvdA die nu heeft, zijn uiteraard mogelijk. Maar die totale verontwaardiging over de voorkeur van deze twee – hun opvatting dat verzuilde Turkse organisaties bijdragen aan emancipatie van Turkse Nederlanders – is voor de PvdA nogal gekunsteld.

Het correspondeert met moderne inzichten, prima, maar vergeet niet dat de opvatting van de twee weggestuurde Kamerleden vijftien jaar geleden in bijna alle partijen (CDA, D66, GroenLinks, jawel: ook de PvdA) gemeengoed was. Wat toen verzuiling heette, heet nu „parallelle structuren”.

Het gaat gepaard met een permanent gebrek aan empathie en nuance in het openbare gesprek over allochtonen. Zodat discussie te vaak op bijna-feiten is gebaseerd en nodeloos ontspoort.

Zo baseerde Asscher zijn ongerustheid over die „parallelle Turkse organisaties” op onderzoek dat, mind you, op geen problemen met die organisaties stuitte.

Ook had je deze week dezelfde Asscher die zich tegen nu.nl „zeer verontrust” toonde in reactie op onderzoek van Motivaction over „moslimjongeren en de Arabische herfst”.

Er bleek uit, schreef deze krant, dat 87 procent van Turkse jongeren het „waardeert dat onder Nederlandse moslims steun is voor terreurgroep IS”. Schokkend natuurlijk – als het zou kloppen. De NOS maakte ervan dat „de meeste Turkse jongeren Syrië-gangers als helden zien”.

Maar de onderzoeksopzet bleek aan alle kanten te rammelen, leerde een steekproefje onder wetenschappers. De uitslag was niet gebaseerd op een representatieve steekproef. Enquêtevragen bevatten slordige begrippen. Gevolg: volgens deze wetenschappers kon je amper waarde aan de uitslag hechten.

Toegegeven: een dag nadat de eerste berichten verschenen, uitten ook politici, Asscher incluis, aarzelingen over de aanpak. Maar voor de Turkse gemeenschap was het toen ruim te laat.

Zelf schrok ik van Pieter Paul Verheggen van Motivaction, die op mijn vragen zei „dat je in een ideale wereld inderdaad liever een aselecte steekproef doet”.

Ik zei: maar had u dit onderzoek dan wel moeten publiceren?

„Als we dat op zo’n gevoelig onderwerp niet doen”, reageerde hij, „dan krijgen wij het verwijt dat we het onder de pet houden”.

Ziehier de publieke moraal waarmee dit debat wordt gevoerd: als je halfbakken feiten over allochtonen niet publiceert, ben je verdachte. Publiceer je ze wel: geen probleem. Zelfs de poging dit debat genuanceerd te voeren is verdwenen. En je hoeft echt geen Kuzu of Öztürk te heten om te begrijpen hoe ongemakkelijk dit eigenlijk is.

Toch was het vertrek van die twee lang niet de enige politiek relevante gebeurtenis van de laatste weken was. Eigenlijk speelt er iets veel groters: het tanende geloof in de VVD dat de PvdA nog een stabiele partner kan worden.

Binnenkamers praten VVD’ers steeds luchtiger over een komende leiderschapswissel in de PvdA na de statenverkiezingen: Samsom weg, Asscher de nieuwe baas.

Nu heeft dit soort opmerkingen in informele gesprekken iets gratuits. Consequentieloze onruststokerij. Maar je ziet ook dat in de VVD, net als eerder in D66, de belangstelling voor conflictstof met Asscher groeit.

Het heeft de publiciteit nog niet gehaald, maar achter gesloten deuren bleek vorige week al welk onderwerp in VVD-ogen kwalificeert voor een stevig conflict tussen Asscher en fractievoorzitter Zijlstra: de Wet Aanpak Schijnconstructies.

Voor Asscher is dit een kernthema: beleid dat moet voorkomen dat (onder)aannemers nog straffeloos onder het minimumloon uitbetalen.

Volmaakte PvdA-politiek: tegen misbruik van onderbetaalde Oost-Europeanen, bescherming van Nederlandse handarbeiders, bestraffing van uitbuitende werkgevers. Alle drie goed.

Maar in coalitieoverleg vorige week, met onder meer Zijlstra en Asscher, bleek Zijlstra essentiële bezwaren tegen de voorstellen van Asscher te hebben.

Hij zei dat de vicepremier, die zich baseert op het sociaal akkoord, de wet ten onrechte op alle bedrijfstakken van toepassing verklaart. En hij vreesde dat grote opdrachtgevers, zoals Rijkswaterstaat, straks verantwoordelijk zijn voor hun onbekende onderaannemers. Pikant: oud-vicepremier en bouwwerkgever Maxime Verhagen (CDA) steunt Zijlstra.

Volgende week is er nieuw overleg – een compromis is volgens ingewijden nog steeds mogelijk. Maar tekenend is wat in de tussentijd gebeurt: Asscher die door VVD’ers wordt verweten dat hij altijd het onderste uit de kan wil; en Zijlstra die door PvdA’ers wordt verweten dat hij terugonderhandelt.

Er komt bij dat de VVD steeds vaker, zij het minder zichtbaar, met zichzelf in de knoop raakt.

Het is een publiek geheim dat Zijlstra het sociaal akkoord – waar deze wet uit voorkomt – vorig jaar op het laatste moment door de strot geduwd kreeg. Hij is niet zo van de akkoorden. Maar het conflict met Asscher is nog riant gezien alle ongemakken die Zijlstra heeft met het energieakkoord – waar Zijlstra’s partijgenoot Henk Kamp uitvoering aan geeft.

Tussen die twee gaat het al langer niet zo lekker. Zo was het voor de goede verstaander duidelijk dat de recente ophef over staatssecretaris Wiebes’ plan met leaseauto’s voortvloeide uit hetzelfde ongemak: Wiebes voerde op aandringen van Kamp een afspraak uit het energieakkoord uit. En waar de VVD-fractie de aanval op Wiebes opende, was dit in feite, opnieuw, een blijk van irritatie over Kamp.

Zo zie je meer haarscheurtjes in de VVD. Aanhoudende conflictjes tussen Opstelten en Teeven op Justitie. VVD-Kamerleden, zoals René Leegte, wier ambities door de fractieleiding getemperd worden. Fractiesecretaris Elias die donderdag een woedende mail aan collega’s rondstuurde omdat hij meent dat andere fracties zijn partij piepelen. Hoe langer deze coalitie duurt, hoe slechter de VVD in zijn vel komt te zitten.

Intussen moet de partij óók nog toezien dat de PVV weer opstoomt in de peilingen, mede gevoed door die deprimerende Zwarte Piet-discussie. Dieptepunt deze week was het wetsvoorstel ter bescherming van Zwarte Piet van de PVV: Piet dient ook „een pofbroek” te dragen. Het stond er echt. Het legde de frustratie van de VVD in deze coalitie opnieuw bloot: het onvermogen de eigen rechterflank te bedienen in reactie op dit soort pofbroekpopulisme.

Tegelijk liet ook dit gevalletje weer zien hoe groot de behoefte aan nuance en empathie in het debat geworden is, in maatschappij, politiek en coalitie. Weg van de feitenvrije Oorlog tegen Zwarte Piet. Weg van „parallelle structuren”, zolang onderzoek niet aantoont dat er iets mankeert. Weg van alle ophef die gevoelswaarde boven feiten stelt.