Vijf meter fantastische namaak

Bas van Putten is niet tegen imitatie. De Hyundai Genesis is geweldig, maar kansloos in het snobistische Europa.

Denkend aan Aziatische auto’s denk ik aan het Japanse studentenorkest dat ik dertig jaar geleden in Parijs hoorde. Het speelde Berlioz zoals computers menselijke stemmen nadoen, bijna echt. Wat de beleefde weg is om te zeggen dat er iets niet klopte. Ik hoor te zeggen dat het onbezield was, een verwijt dat musici uit die contreien destijds systematisch achtervolgde, want hoe konden zij onze cultuur begrijpen? Maar het was goed, heel goed, die kinderen speelden de sterren van de hemel.

Hoe krijgen jullie dat voor elkaar?, vroeg ik de orkestmanager, die bij de Oostenrijkse dirigent Herbert von Karajan had gestudeerd en alleen Duits sprak. Mijnheer Tanaka zei als een vechtmeester in een karatefilm blijmoedig fanatiek: „Nachmachen, Herr Putten! Alles nachmachen!”

Alles nadoen. Wie? De westerlingen. Ons. Het probleem was dus zelfvertrouwen. Ze speelden zo fanatiek dat ze zelfvertrouwen hadden dat het pijn deed. Hun ziel sprak een andere taal.

Dat is ongeveer wat Japanse autobouwers deden, of begonnen te doen, toen Europa hun esthetische maatstaf werd; zichzelf ontkennen. In de jaren tachtig, toen je Japanse auto’s nog onmiddellijk herkende, wilden ze geen Japanners meer zijn. Ze wilden auto’s maken die op Europese leken. Als ze dachten dat het was gelukt, deden ze trots over hun ‘Europese lijnen’. De zelfvernedering was pijnlijk. Japanners ontwierpen al veel langer leuke, interessante auto’s. Hun kleintjes waren en zijn vaak architectonische hoogstandjes. Wat de nieuwe Mazda-ontwerpchef tegen me zei was me dan ook uit het hart gegrepen: „We moeten juist Japanser worden, niet Europeser.”

Terwijl de Japanse auto-industrie het imitatiestadium voorbij is, zitten de Koreanen er nog middenin. Ze maken alles na, van klein tot groot. Dat klinkt gek met een designstudio die onder leiding van een Echte Duitse Designbaas al jaren geleden in Duitsland is neergestreken. Dat is geen nachmachen meer – en toch weer wel. Die Duitser, Peter Schreyer, is ingehuurd om een Eigen Stijl voor ze te vinden, de zichtbare details waaraan je Hyundais voortaan direct herkent. Hij illustreert hun probleem.

Net als alle Aziatische fabrikanten heeft Hyundai een tweede achilleshiel. Het wil graag hogerop met echte, grote auto’s in de BMW- en Benz-liga. Dat is vragen om ellende. Niet in de VS, waar ze gewoon de beste auto kopen, wel in Europa, waar die beste auto wel een BMW moet blijven. Zelfs voor hoog aangeschreven Japanse fabrikanten is dat eurocentrisme een onneembare hindernis. Op de enkele hybride na die in Nederland profiteerde van het Nederlandse belastingklimaat, heeft het topmerk Lexus hier geen poot aan de grond gekregen, terwijl het meesterlijke auto’s maakt. Voor Infiniti, het submerk dat voor Nissan had moeten worden wat Lexus voor Toyota is, werd de Europese nederlaag nog dramatischer.

Waterloo

Hyundai is verstandig genoeg zichzelf dat Waterloo te besparen. Hun bijna-grootste sedan – er is nog een grotere die Equus heet– is in Nederland alleen op bestelling leverbaar. Met zijn veel te hoge CO2-uitstoot maakt hij sowieso geen schijn van kans. Voor de ton die hij moet kosten heb je een rijke keus aan Audi’s, Mercedessen en BMW’s. Kansloze missie. Maar Hyundai wil hem wel graag laten zien. Daarom krijg ik er een dag een mee, een blauwe. De Hyundai Genesis.

Met zijn vijf meter lengte en zijn grote zescilinder zit hij qua maatvoering grofweg tussen een BMW 5- en 7-serie in. Maar hij bezorgt me dertig jaar later exact dezelfde sensatie als dat Japanse studentenorkest in Parijs. Hij is de haast perfecte imitatie. Je kunt bij deze auto per lijn en onderdeel de Europese of Japanse inspiratiebron aanwijzen. De koplampen van BMW, de grille van Audi. De achterkant is à la Lexus, de gestrekte flanken doen sterk denken aan de Jaguar XJ. Toch is hij mooi, zoals die Parijse Berlioz heel goed was; men heeft de scherven knap gelijmd, om het eens zo te zeggen.

Technisch is hij voor elkaar, net als die eerdere grote Hyundai, de XG, die in Nederland een kommervol bestaan leidde en als occasion voor een habbekrats te koop is, minder sportief dan deze Genesis maar even comfortabel. Comfort, afwerking, bedieningsgemak en het geluidsniveau van de machtige motor zijn om door een ringetje te halen. Op de lange termijn heb je er waarschijnlijk minder gedonder mee dan met je Europese stijlicoon: in Amerikaanse betrouwbaarheidsonderzoeken scoort de Genesis fantastisch. Maar wij willen Eigen Stijl, geen echo van die stijl. Europa gaat ten onder aan snobisme.