Skiën hoeft niet

Geen tv, geen telefoon, geen gordijnen. Wees stil en kijk naar een eindeloos bomenpanorama. In het Noorse Valldal.

Illustratie Ingrid van Halteren

W

ie het koud heeft, zegt de Noor, heeft de verkeerde kleren aan. Dat mag zo zijn, maar voor de Nederlander die half april de lente in eigen land al verwelkomde, is het Noorse weer wel even wennen. De motregen ’s avonds blijkt gedurende de nacht omgetoverd tot een dik pak sneeuw. De dikke winterjas en skibroek van ’s ochtends voelen rond het middaguur als een braadslee. Elf graden Celsius? Het lijkt hoogzomer. In Noorwegen passen vier seizoenen in één dag, en afhankelijk van of je in het dal of op een berg staat, zijn er ten minste twee gevoelstemperaturen.

Sneeuw tot diep in april en toch niet skiën. Omdat je daar te oud, te bang of te zwanger voor bent. We zijn in Noorwegen om te ondervinden wat een winterland dan aan ontspanning en buiten zijn te bieden heeft.

We zijn geland in Ålesund, een stad op een noordwestelijk puntje land. Kijk op de kaart van Noorwegen. Zie je al die brokjes land in de Atlantische zee? Dat is de Noorse westkust. De gaten die smeltende gletsjers in de ijstijd sloegen in het land, leverden fjorden op zo prachtig, dat het hele gebied sinds 2005 op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Ålesund is geen grote stad, met 40.000 inwoners zelfs klein. Toch vliegt de KLM er vanaf Schiphol zeven dagen per week tweemaal per dag naar toe. Heel handig, vooral voor de Noren. Want zij zitten in de retourvluchten terug om vanuit Amsterdam de wereld over te vliegen. „Er zijn maar vijf miljoen Noren”, zegt de Noorse Ruth Sunde. „Maar we reizen alsof we met z’n vijftig miljoenen zijn.”

De eerste niet-skibestemming in Noorwegen is een hotel. Op twee uur rijden vanaf Ålesund ligt landschapshotel Juvet. Zo rond etenstijd ijsbeert eigenaar Knut Slinning ongedurig voor zijn hotel. Het begint al donker te worden, het eten is bijna klaar en hij wil graag alle gasten tegelijk aan tafel hebben.

Met een zaklamp gaat hij ons voor naar een houten cabine die verdekt staat opgesteld tussen de dennenbomen. Er zijn zeven van dit soort hutjes, ontworpen door het Noorse architectenduo Jensen en Skodvin. Voorheen stond op deze plek een boerderij, het land eromheen omvat een eigen rivier, een waterval, een dal en een bos aan de voet van een berg. De hutjes zijn neergezet zonder ook maar een kei te verplaatsen of een boom te kappen.

Het interieur van de slaapcabine is sober. In een nis een tweepersoonsbed. Geen televisie, telefoon, niks aan de muur en zelfs geen gordijnen. De volgende ochtend blijkt waarom. Wat een muur leek, is een groot panoramisch raam. Ervoor staan twee luie stoelen. We zien besneeuwde bomen, bomen, en bomen.

De koeienstal van de vroegere boerderij is omgebouwd tot eetzaal. En zo afgezonderd als de slaapcabines zijn, zo gezamenlijk is het eten. Een lange tafel met alle gasten naast elkaar. Er is een Noors stel uit Oslo dat in eigen land met vakantie is „om te zien hoe mooi het is”. Een Noors architectenduo dat op „bedevaart” is naar dit landschapshotel. En wie is toch dat Engelse meisje dat naast de gastheer plaatsneemt? Haar identiteit wordt van oor tot oor gefluisterd: het is Pippa Middleton, het zusje van de Engelse hertogin, met haar half-Zwitserse geliefde. Zij zijn gekomen om te skiën.

Knut Slinning schenkt bier van lokaal graan en daarna wijn uit eigen kelder. Dan volgen de drie gangen nationale trots. Voorgerecht: dungesneden plakjes walvis. Pardon? „Van de dwergvinvis”, zegt Knut Slinning. „Noorwegen mag er jaarlijks vijfhonderd vangen.” Dan: klipvis. Gedroogde, zoute kabeljauw. En tot slot: aardbeien en frambozen. De Noorse berghellingen staan er in de zomer vol mee.

Wat bijna alle Noorse kinderen leren zodra ze kunnen lopen, is cross country skiën, wandelen op ski’s. Vaak uit noodzaak, in de meeste maanden van het jaar is het sneeuwpak te dik en de sneeuw te poederachtig om op te lopen. ‘Gewoon’ lopen of wandelen, op bergschoenen of sneeuwschoenen, kan eigenlijk alleen in de zomer. Maar ski-wandelen is voor Noren vooral ook een heel gebruikelijk gezinsuitje in het weekend.

Een speciaal geprepareerde piste is voor ski-wandelen niet nodig. Je loopt een willekeurige berg op en de tocht is begonnen. Sta je bovenop de berg, dan zie je dat het Noors sneeuwlandschap totaal anders is dan een Zwitsers of een Frans. Waar zie je tegelijkertijd sneeuw en zee, uitgestekte bergkammen én fjorden? En hoe kan het dat hierboven de zon zo fel schijnt, terwijl het beneden grauw was en miezerig? Hoeveel verschillende soorten wit bestaan er eigenlijk?

Nog één niet-skibestemming bezoeken we. Dit keer het klassiekere Storfjordhotel. Wel weer gebouwd met oog voor de traditie en de natuur: gras op de daken, kruislings gestapelde houten balken, de binnenmuren geïsoleerd met schapenwol. Alles in harmonie met het omringende landschap. En ook hier is dat weer sprookjesachting. Aan de voorkant van het hotel: fjorden en bergen. Aan de achterzijde: besneeuwde bossen. Niet zo gek dus, vindt hotelbaas Ruth Sunde dat het hotel geen sauna heeft, en de kamers geen televisie. „Rust en stilte zijn ons concept.”

Het moet gezegd, de Noren weten zich op het weer te kleden. Dunne laagjes fleece- en thermokleren beschermen hen tegen kou, regen, wind, zon en sneeuwstormen. Elegant en kleurig. Wie van de winter houdt, kan tot de zomer in Noorwegen terecht .