Schooltrap Eschers inspiratie

De beroemde trappen van M.C. Escher stonden veel dichter bij de werkelijkheid dan menigeen dacht. Ze zijn, zo is te zien in museum Escher in Het Paleis, geïnspireerd op de HBS waar hij school ging.

M.C. Escher: ‘Relativiteit’, houtsnede 1953

Maurits Cornelius Escher (1898-1972) staat niet bekend als een kunstenaar die naar de realiteit tekende. Zijn prenten blinken juist uit in ‘onmogelijkheid’: trappen die omhoog lopen maar tegelijkertijd ook omlaag, handen die zichzelf tekenen, holle vormen die ook bol blijken te zijn –prenten waarvan je hersenen dol draaien.

Van Escher wordt over het algemeen gezegd dat hij alleen in zijn vroegste tekenperiode inspiratie haalde uit de wereld om hem heen. Dat waren de jaren dat hij les kreeg aan de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten in Haarlem en de eerste tien jaar erna, toen hij in Italië woonde. Hij tekende toen bijvoorbeeld nog ‘gewone’ Italiaanse landschappen, portretten van familie en vrienden, een palmboom, een fluorescerende zee en de Sint Pieter in Rome. Dat zijn niet de houtsneden en litho’s waarmee hij beroemd is geworden. Hij veroverde de wereld met zijn latere prenten van oneindige labyrinten, semiwiskundige grapjes, optische illusies en onmogelijke constructies.

„In vakliteratuur over Escher wordt gesteld dat hij in 1935 stopte de werkelijkheid te tekenen”, zegt Micky Piller, de conservator van museum Escher in Het Paleis in Den Haag. „Dat is het jaar waarin hij uit Italië vertrok. Toen zou hij zijn overgestapt van ‘landscapes’ op ‘mindscapes’, landschappen van de geest.”

Maar volgens Piller zit er meer werkelijkheid in de ‘onmogelijke’ prenten van Escher dan tot nu toe werd gedacht. Vorig jaar ontving zij een telefoontje van een oud-leraar van de HBS in Arnhem waar Escher van 1912 tot 1918 leerling was. „Hij nodigde me uit om te komen kijken in het oude schoolgebouw. Je zult versteld staan, zei hij. En dat was ook zo.”

Wit betegelde muren

De oude HBS, een rijksmonument met invloeden van Berlage, het Rationalisme en Art Nouveau, bevat een indrukwekkend trappenhuis dat een opvallende gelijkenis vertoont met de prenten met trappen en labyrinten die Escher maakte. Niet alleen de markante, door schaduwen geaccentueerde trappen, maar ook de pseudo-romaanse doorgangen en de wit betegelde muren herken je direct uit zijn werk. Piller: „Een aantal labyrintische prenten waarvan altijd werd gedacht dat ze puur in zijn geest waren ontstaan, vindt dus zijn oorsprong in de werkelijkheid.”

Het was voor de conservator reden om de tentoonstelling van Eschers werk in het museum opnieuw in te richten. De nieuwe titel is: ‘Verwondering, of hoe verveling een optische illusie wordt.’ „Mauk, zoals Escher werd genoemd, had een hekel aan school”, licht Piller de ondertitel toe. „Hij ging steeds maar net over. Alleen in de tekenlessen had hij plezier. In de tweede klas bleef hij zitten en uiteindelijk zakte hij in 1918 voor zijn eindexamen.”

De vraag is: waarom heeft Escher uit het trappenhuis van de school die hij zo verfoeide later keer op keer geciteerd? En waarom maakte hij die prenten pas dertig jaar later? Want hij verwerkte zijn indrukken pas tussen 1947 en 1955 in een reeks prenten: Andere Wereld (1947), Boven en Onder (1947), Trappenhuis (1951), Relativiteit (1953) en Hol en Bol (1955).

Piller denkt het raadsel opgelost te hebben. „Escher werd in 1946 gevraagd een herdenkingsplaquette te maken voor de oorlogsslachtoffers onder de leerlingen. Hij is toen voor het eerst na al die jaren terug geweest naar zijn oude school. Toen keek hij met heel andere ogen naar het gebouw. De verveling van de puber veranderde in verwondering over wat je in zo’n trappenhuis allemaal kan laten gebeuren.”

In Arnhem was onder mensen die de HBS hadden bezocht het verband tussen het trappenhuis en de prent Relativiteit wel bekend. Maar Escher-kenners als Hans Locher en Bruno Ernst schreven er nooit over. Andere Wereld bijvoorbeeld associeerden zij met Italië, omdat Escher daar had gewoond.

Onomstotelijke zekerheden

Escher tekende het trappenhuis nooit precies zoals het was. „Ik kan het niet laten om met onze onomstotelijke zekerheden te sollen”, zei hij in 1963 in een toespraak. „Weet u wel zeker of een vloer niet tevens een plafond kan zijn? Bent u er vast van overtuigd dat u hoger komt, als u een trap oploopt?”

Het voormalige schoolgebouw is recentelijk verbouwd voor studentenhuisvesting. Daardoor is het voor het publiek niet toegankelijk. Toch is het mogelijk het te bekijken: in het museum in Den Haag zijn de muren behangen met levensgrote foto’s, zodat je letterlijk met Escher naar boven en beneden kunt meekijken.