Pas tussen zes plankjes hoop ik de school te verlaten

Foto Gijsbert van Es

„Mijn leven heeft tot dusver drie fasen gekend: een musculaire, een politieke en een cerebrale. Deze derde fase vind ik met afstand de allermooiste. Een vierde fase zal er niet komen. Ik vind het leven dat mij is gegeven, en dat ik tot dusver heb kunnen leiden, zo’n ongelofelijk mooie, unieke, bijna mystieke ervaring dat ik het niet wil laten wegzakken in aftakeling en ontluistering. Daarover zal ik straks nog wat meer zeggen.

„Ik ben sportman, m’n hele leven al. Ik heb een verleden bij de mariniers en commando’s. Ik ben ook getraind bij de Noorse skitroepen. Ik heb leren afzien. Ik heb m’n tijd bij de krijgsmacht gecombineerd met een studie slavische talen. Na mijn studie heb ik bij de Inlichtingendienst van de Marine gewerkt.

„In 1983 kwam ik in de Tweede Kamer. Bijna twaalf jaar heb ik het er uitgehouden. Ik was defensiewoordvoerder toen het Oostblok uit elkaar viel. M’n kennis als slavist kwam me toen goed van pas. Maar voor de rest kijk ik met gemengde gevoelens terug op mijn politieke tijd. Dodelijke concurrentie in de fractie, tussen de Kamerleden onderling – vreselijk.

„Na de verkiezingen van 1994, toen het CDA instortte, stond ik op de keien. Dat is het begin geweest van mijn ‘derde helft’. Ik ben filosofie gaan studeren aan de VU en ik heb een proefschrift geschreven.

„En toen, op een vrijdagavond in 2000, gebeurde er iets bijzonders. Ik zat met mijn zoon tv te kijken. Het ging over lerarentekort in het voortgezet onderwijs. Een leraar aardrijkskunde moest opeens Duits gaan geven. Ik riep: ‘Laat mij dat dan maar doen in plaats van die aardrijkskunde- leraar. En Nederlands, en maatschappijleer, dat kan er ook nog wel bij.’ Mijn zoon zei: ‘Nou, meld je aan, doe het dan!’ Tien dagen later stond ik voor de klas.

„Ik ben nu 72 jaar en bijna vijftien jaar leraar. Ik heb verschillende vakken gegeven. Godsdienstonderwijs is uiteindelijk mijn vak geworden, of preciezer gezegd: ‘godsdienst binnen de rede’, op het snijvlak van religie en filosofie.

„Drie dagen in de week ben ik op school. Ik geef les aan de klassen van 5VWO, ik ben mentor en coördinator van de maatschappelijke stages. Ik hoop dat ik ermee mag doorgaan totdat ik hier tussen zes plankjes via de voordeur naar buiten wordt gedragen. Zolang de leerlingen mij niet afserveren, wil ik voor de klas staan. Dit is prachtig!

„Regelmatig krijg ik vraag: waarom werk je nog steeds, ga toch van het leven genieten?! De ondertoon is: ben je zo langzamerhand niet te oud om te werken? Dan zeg ik: als een man in Rome, van dik in de zeventig, een hele wereldkerk kan runnen, kan ik wel een klasje van 24 leerlingen aan.

„Dít is voor mij genieten. Al die jonge mensen om me heen, en dan meemaken hoe ze zich ontwikkelen, hen op weg helpen om antwoorden op levensvragen te vinden. Vooral meiden kunnen je verrassen: slim, geïnteresseerd, origineel. Jongens zijn soms wat kort door de bocht, met makkelijke en oppervlakkige oordelen.

„De belangrijkste, grootste vraag die ik mijn leerlingen stel, luidt: ‘Waarom is er iets en niet niets?’ Is er een eerste oorzaak van alles wat beweegt en leeft, als die er al is? Is er iets dat we God kunnen noemen. Of liever schrijf ik G.O.D. – God als: ‘Geen Object van Definitie’.

„We kennen de oerkracht niet waaruit alles voortkomt. Wel beschikken we over het fascinerende denkwerk van grote geesten die hierover in de afgelopen twee-, drieduizend jaar hebben nagedacht. Over die ge

dachten gaan mijn lessen, daarover heb ik een boek geschreven.

„Ik probeer mijn fascinatie voor Spinoza op de leerlingen over te brengen. Zijn antwoord op de vraag ‘Wat is God?’ was: dat is de natuurlijke orde om ons heen. God is niet de schepper van die orde, hij ís het.

„Die visie, inmiddels drieënhalve eeuw oud, vindt steeds meer bevestiging in de moderne natuurwetenschappen. Einstein zei al dat astrofysici hun werk niet goed kunnen doen als ze zich niet religieus kunnen laten raken door het heelal. Atheïsten hebben echt een probleem sinds de theorieën over het uitdijend heelal en de oerknal algemeen geaccepteerd zijn.

„Als mens zijn we op zoek naar een kracht die we nog niet kennen, als de veroorzaker van materie en beweging. Het christelijke credo van creatio ex nihilo – simpel gezegd: ‘Er is een eeuwige God en die zou alles uit het niets geschapen hebben’ – is als verklaring niet staande te houden.

„Zelf ben ik al tientallen jaren geleden uit de kerk gestapt. Het beeld van een Alom-tegenwoordige, Almachtige, Alwetende en Algoede God is niet houdbaar. Als Hij over álles gaat, tot en met Goed en Kwaad, waarom laat hij dan vlucht MH17 zomaar uit de lucht schieten? Volgens kardinaal Eijk komt dat door de erfzonde. Wat een onbarmhartige, cynische God is dat.

„Het antwoord op de grootste waarom-vraag blijft: wat is die ene bron waaruit alles voortkomt? Regelmatig stemt het mij verdrietig dat ik het antwoord op die vraag nooit zal kennen. Ik geloof niet in een eeuwig leven. Wat niet wil zeggen dat ik erg bang ben voor de dood.

„Ik ben diep overtuigd van het zelfbeschikkingsrecht van de mens, tot en met kwesties van leven en dood. Als ik iets niet wil, is het wegkwijnen en lijden. Ik stel me zo voor dat ik op een dag achterin de tuin bij mijn kippen sta en dan zal beslissen: nu is het mooi geweest, ik stop ermee, dankzij een ‘pil van Drion’. Als iemand me daaraan kan helpen, houd ik me aanbevolen als geruststelling, want ik hoop ’m nog lang niet nodig te hebben.”