Özturk en Kuzu lagen op ramkoers

De twee Turkse Kamerleden die de PvdA-fractie moesten verlaten, zochten intern telkens de confrontatie, zeggen voormalige PvdA-collega’s. Ze zouden uit zijn geweest op een nieuwe moslimpartij.

Selçuk Öztürk enTunahan Kuzu donderdag na afloop van het urenlange beraad van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, waar werd besloten dat zij de fractie moeten verlaten. Foto ANP

Achteraf waren er signalen genoeg dat Kamerleden Selçuk Öztürk en Tunahan Kuzu niet meer bij de PvdA wilden horen.

In de zomer eiste het duo van het fractiebestuur een medewerker die contact zou onderhouden met hun Turkse achterban – het moest een Turk zijn. Eerder lobbyden ze al voor een ruimte voor gebed en rituele reiniging op de fractieburelen. Beide verzoeken werden geweigerd.

Het zijn incidenten waarmee hun voormalige PvdA-collega’s willen aantonen hoe onmogelijk de situatie was. Ze praten zonder een spoortje sympathie over de twee Kamerleden van Turkse komaf die donderdag de fractie verlieten, naar eigen zeggen omdat ze „monddood” werden gemaakt. Zelf waren de twee onbereikbaar voor commentaar.

Tijdens debatten van integratiewoordvoerder Keklik Yücel hingen ze „op een intimiderende manier” rond op de publieke tribune of in de wandelgangen, aldus oud-fractiegenoten. Met Yücel – ongelovig, progressief en feminist – hadden ze intern continu aanvaringen over de integratiekoers. Bij intern overleg vielen ze haar persoonlijk aan.

Het duidelijkste signaal van hun uiteindelijke intenties: met Kamerleden, zowel van de PvdA als van andere fracties, praatten ze over de mogelijkheid van het oprichten van een landelijke moslimpartij. Bij rechtse Kamerleden klaagden ze de afgelopen maanden dat „de PvdA niets meer voor allochtonen” doet.

De breuk van donderdag vormt het sluitstuk van een jaar van steeds heftiger confrontaties tussen de twee Kamerleden en de rest van de PvdA-fractie. Die gingen niet alleen over de integratiekoers van de partij, maar ook over het gedrag van met name Öztürk. Hij wordt omschreven als een man die „elke week wel ergens tegen was, ongeacht het onderwerp of zijn kennis van zaken”. Als de fractie zijn argumenten niet volgde, dan pareerde hij altijd met dezelfde beschuldiging: ‘Jullie maken mij monddood.’

Vlak voor de zomer onderscheidde Öztürk zich door, als enig Kamerlid van de coalitie, vóór een motie te stemmen die steun aan pomphouders in de grensstreek beoogde. Het fractiebestuur had hem afgeraden deze dissidente stem uit te brengen en gezegd dat er maatregelen konden volgen. Öztürk deed zijn beklag bij partijvoorzitter Hans Spekman. Die vroeg het fractiebestuur omzichtiger met Öztürk om te springen, wat bij sommigen tot een woede-uitbarsting leidde.

Zijn onbeholpen gedrag etaleerde Öztürk ook buiten de PvdA-fractie. Nog maar enkele weken geleden blokkeerde hij als enige Kamerlid een procedurevergadering van de vaste commissie Economische Zaken, omdat hij zei onmogelijk ’s ochtends om tien uur in Den Haag te kunnen zijn.

Eigenlijk, zeggen sommige PvdA’ers nu, hadden Kuzu en Öztürk nooit op een verkiesbare plek op de PvdA-lijst mogen staan. De akkefietjes begonnen vrijwel meteen nadat ze waren beëdigd.

Zo moest Kuzu in 2012 al tijdelijk afstand nemen van zijn portefeuille geestelijke gezondheidszorg omdat hij voor de camera een Turkse zorgverzekeraar had aangeprezen. Öztürk kwam in opspraak toen hij op een Limburgse radiozender het geweld van de Turkse regering tegen demonstranten op het Taksim-plein relativeerde. Later nam hij zijn uitspraken terug.

Toen er vorig jaar een diplomatieke rel losbarstte tussen Turkije en Nederland over het pleegjongetje Yunus, namen Kuzu en Öztürk publiekelijk – en zonder intern overleg vooraf – een ander standpunt in dan de fractie. In plaats van steun uit te spreken voor de lesbische pleegouders van Yunus riepen ze islamitische ouderparen op om pleegkinderen op te nemen in hun gezin. En toen de conservatieve Turkse leider Erdogan deze zomer tot president werd gekozen, feliciteerde sociaal-democraat Kuzu hem op Twitter.

Telkens werden de twee PvdA’ers ter verantwoording geroepen door de fractietop – helpen deed het niet.

„Elke notitie, discussie of uitspraak over integratie leidde tot ruzie”, zegt een betrokkene. Onder fractievoorzitter Diederik Samsom, integratieminister Lodewijk Asscher en partijvoorzitter Hans Spekman vaart de PvdA een scherpere koers: er moet meer openheid zijn en een slachtofferrol (‘discriminatie!’) wordt niet getolereerd. Als woordvoerder integratie had Keklik Yücel de steun van de partijtop. Ze vroeg aandacht voor onderwerpen als huwelijkse gevangenschap en emancipatie van allochtone homoseksuelen.

Telkens vielen Öztürk en Kuzu haar aan. Zij vonden dat Yucel met haar opstelling het imago van de islamitische achterban van de PvdA beschadigde. De partij moest allochtonen juist „omarmen”. Voor hen leek de emancipatie van minderheden juist te lopen via het benadrukken en beschermen van de etnische en religieuze eigenheid.

Bij andere Kamerleden groeide de indruk dat de twee vooral de belangen behartigden van hun religieus-nationalistische achterban.

Vlak na de zomer stopte Yücel als woordvoerder integratie. De fractietop was ontevreden over haar zichtbaarheid, maar Yücel zelf had er ook genoeg van: ze wilde geen voortdurend gebakkelei meer met Kuzu en Öztürk.

De portefeuille werd overgenomen door het bekende Kamerlid Ahmed Marcouch. Kuzu en Öztürk claimden dat als overwinning, zeggen PvdA’ers: als praktiserend moslim zou hij gevoeliger zijn voor hun argumenten. Maar toen de twee deze week minister Asscher aanvielen wegens zijn „bevooroordeelde” optreden jegens Turkse organisaties en Marcouch die actie publiekelijk veroordeelde, was het met de liefde gedaan. Het kwam Marcouch tijdens het beslissende crisisberaad op donderdagavond te staan op een harde verwensing van Öztürk: „Moge Allah je straffen.”

Gisteren bleek dat de twee in de Kamer blijven. Ze willen vanuit daar hun eigen politieke beweging oprichten.