Overleven in een bomkrater

Straatverkoop van huishoudelijke artikelen en fournituren in Frankfurt am Main, 1947. Foto a.m.-photo

Behalve Trümmerfrauen, luchtopnames van verwoeste steden en het grote zwijgen van terugkerende frontsoldaten, heb ik me van Stunde Null nooit écht veel kunnen voorstellen. Maar na lezing van Hans Fallada’s autobiografische roman Der Alpdruck (1947), die nu als Een waanzinnig begin in een mooie vertaling van Anne Folkertsma is verschenen, weet ik beter. Het is nu bijna alsof ik zelf tussen de puinhopen van het vernietigde Derde Rijk heb rondgedoold en ik eindelijk begrijp wat het betekent als er niets meer van je vertrouwde wereld over is.

Van Duitsland restte in 1945 anarchie en chaos, niet alleen in materieel, maar ook in moreel en psychisch opzicht. Fanatieke nazi’s en hun meelopers moesten zich van de ene op de andere dag aanpassen aan de nieuwe verhoudingen en hun verleden schoonpoetsen. Tegelijkertijd keerden hun slachtoffers, voor zover ze besloten in Duitsland te blijven, terug uit de gevangenissen, de kampen of hun schuilplaatsen om hun gewone leven weer op te pakken.

In Een waanzinnig begin wordt die omslag als een soort nationale waanzin neergezet. Fallada beschrijft dat aan de hand van de lotgevallen van zijn alter ego, de schrijver dr. Doll (een voornaam heeft hij niet) en zijn veel jongere, tweede vrouw Alma, in wie je meteen Fallada’s tweede vrouw Ulla herkent. De oorlogsjaren hebben ze deels doorgebracht in een Berlijns voorstadje. In een vakantiehuisje leidden ze er een teruggetrokken leven, omdat Dolls boeken door de nazi’s waren verboden en hij zich maar beter koest kon houden om erger te voorkomen.

Dolls leven wordt verbeeld als een nachtmerrie, waarin hij samen met alle andere inwoners van Europa in een gigantische bomkrater ligt, wachtend op de besluiten van Churchill, Roosevelt en Stalin over de toekomst van hun continent. Buiten die krater spookt het; daar loeren de lege gevels van de gebombardeerde huizen.

Opvallend is hoe positief Fallada over de Russische bezettingstroepen schrijft. Anders dan in werkelijkheid wordt er door hen geen Duitse vrouw verkracht en blijven massale plunderingen uit. Terwijl Fallada’s eerste vrouw en muze Suse juist slachtoffer van zo’n verkrachting was. Nee, de Russische bezettingstroepen gedragen zich in deze roman voorbeeldig, alsof iedereen beter is dan de Duitsers, die tot Dolls grote ergernis op alle mogelijke manieren verhullen dat ze ooit nazi zijn geweest. Alle Duitsers, hijzelf incluis, lijken te moeten boeten voor wat er tijdens Hitler is gebeurd. Doll geeft het aan als hij over de Jodenvervolging begint: ‘Dat kunnen ze ons nooit vergeven.’

Mooie zinnen

Het wemelt in deze ondergangsroman van de mooie zinnen. Zoals over de ontluikende liefde tussen Doll en Alma, nog tijdens het naziregime: ‘Ze werden bij elkaar gebracht door hun koppigheid en hun verzet. Eindelijk iemand met wie je werkelijk kon spreken en die geen verrader was.’ En: ‘In deze chaotische tijden waren gevoelens niet bestendig, haat verdween, en wat overbleef was leemte, leegte, onverschilligheid, alle mensen waren ver weg.’

Dat Fallada alles wat in deze ontluisterende roman wordt verteld min of meer zelf heeft ondergaan, om er uiteindelijk aan kapot te gaan, maakt het lezen ervan alleen maar interessanter.

Een waanzinnig begin is een roman over morele ontaarding, die voor het eerst blijkt wanneer Alma tijdens de intocht van de Russen ziet hoe een groepje van tien- tot twaalfjarige meisjes en jongens de wijnkelder van een hotel plundert en dronken over straat gaat.

Onder de Russische bezetting neemt Dolls lot een wending als de Russische commandant hem beveelt burgemeester van het stadje te worden. In die hoedanigheid ontpopt hij zich al gauw als een meedogenloze uitvoerder, die in zijn fanatisme en wraak weinig verschilt van de nazibestuurders. Zo moet hij op de door de Russen uitgeroepen Dag van de Overwinning zijn gemeente toespreken. Eindelijk kan hij verbaal wraak nemen op al die voormalige nazi’s die hem jarenlang hebben getreiterd. Fallada zet hen venijnig neer als afgunstige Spiessbürger, die er alleen maar op uit zijn elkaar te bedriegen. Hypocriet roepen ze tijdens Dolls toespraak ‘bravo’ en ‘goed zo’, en dan lees je: ‘iedereen had opeens iets van een bedelaar, iets slonzigs, iedereen leek vele treden op de sociale ladder gedaald, had om de een of andere reden een levenslang beklede positie opgegeven en zich schaamteloos tussen de andere schaamtelozen opgesteld; dit was hun ware gezicht, laat iedereen ze maar zien, zo hadden ze er altijd uitgezien als ze alleen waren.’

Fallada laat Dolls wraakzucht, die zich verder uit in confiscaties van achtergehouden voedselvoorraden en arrestaties, geleidelijk omslaan in walging en een verlangen om alles te vergeten. Het is het begin van Dolls depressie, die hem dwingt op te stappen als burgemeester en een morfinist van hem maakt. Samen met Alma vertrekt hij naar Berlijn, waar ze hun intrek nemen in de woning die Alma van haar overleden eerste man heeft geërfd en die nu deels aan ontheemden is toegewezen.

Zombies

In Berlijn volgt een tweede overlevingsnachtmerrie, waarin het nooit meer daglicht lijkt te worden. Het is een onderwereld waarin het wemelt van zombies, die grote moeite hebben om weer gewone mensen te worden.

Doll ervaart dat zombiebestaan heel sterk en overweegt zelfmoord, maar Alma weerhoudt hem daarvan door te beloven een thuis voor hem te scheppen. Niet dat het lukt. Beiden raken geleidelijk aan verslaafd aan de morfine, die hun aardse ellende verlicht. Alma belandt uiteindelijk met bloedvergiftiging in een ziekenhuis en de uitgeputte en verwarde Doll in een sanatorium. In alles herken je Fallada, die meerdere zelfmoordpogingen ondernam en periodes van alcohol- en morfineverslaving kende.

Als Doll eenmaal op krachten is gekomen, wil hij weer voor een krant gaan schrijven, zoals hij voor de komst van de nazi’s deed. Op die krant wordt hij ontvangen alsof hij uit de dood is herrezen.

Fallada voert nu ene Granzow op, een communistische schrijver die uit Moskouse ballingschap is teruggekeerd en een schrijversbond heeft opgericht. Granzow, alter ego van dichter en cultuurbons Johannes E. Becher, ontfermt zich over Doll en stimuleert hem een grote oorlogsroman te schrijven op grond van zijn ervaringen in de innere Emigration.

Op dat moment besef je dat Een waanzinnig begin zich in de Russische bezettingszone afspeelt, waar in 1949 de communistische DDR gevestigd zal worden. Granzow wil de verslagen schrijver voor zijn propagandakarretje spannen.

In ruil voor zijn nieuwe boek krijgt Doll van Granzow een goed huis, voedsel, sigaretten en koffie, zoals Becher dat voor Fallada regelde. Hij begint weer te schrijven, uit plichtsgevoel. Maar de bezieling is weg, zo besmet voelt hij zich door alles wat er in Duitsland is gebeurd.

Als Een waanzinnig begin in de zomer van 1946 eindigt, gloort er toch nog hoop voor Doll en Alma. Die hoop is niet gestoeld op het herwonnen schrijversschap, maar op het besef dat het redden van het vege lijf het enige is dat telt, hoe weinig er ook van over is.

Als toegift legt vertaalster Anne Folkertsma in haar verhelderende nawoord uit waarom het Fallada zelf wel lukte om een bezielde ‘grote roman over de kleine man in de oorlog’ te voltooien: het meesterlijke Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn). Dat schrijven putte hem echter zo uit dat hij na voltooiing van dat boek in het ziekenhuis belandde, waar hij overleed.