Nooit meer corruptie? Zo hou je het netjes

SBM Offshore trof deze week een recordschikking voor corruptie in het buitenland. Door het bedrijf ingehuurde agenten bleken steekpenningen te hebben betaald. Dit zijn vijf manieren om deze praktijken te voorkomen.

Illustratie Leonie Bos en Joseph Jessen

Dit is het dilemma: als Nederlands bedrijf wil je grote klussen binnenhalen in het buitenland. Maar zonder de hulp van locals gaat dat bijna niet. Probleem is: houden zij zich wel netjes aan de regels?

Hiermee zitten Nederlandse bedrijven die werken in ‘exotische’ gebieden. Ze hebben daar hulp nodig van iemand uit het land zelf. Die de mensen kent, de cultuur snapt, de taal spreekt. Een agent, wordt zo iemand genoemd. Zonder is zakendoen bijna onmogelijk. Maar die agenten zijn een risico. Als ze bijvoorbeeld een ambtenaar omkopen, om een grote opdracht binnen te halen.

Dat deden de agenten van de Nederlandse olieplatformbouwer SBM Offshore. Het Openbaar Ministerie (OM) trof deze week een schikking van 193 miljoen euro met de multinational. De agenten hebben ambtenaren omgekocht in Angola, Brazilië en Equatoriaal-Guinee. Ander voorbeeld is bouwbedrijf Ballast Nedam, dat twee jaar geleden 17,5 miljoen euro betaalde aan justitie vanwege omkoping door agenten in Saoedi-Arabië en Suriname. Behalve miljoenen kost zo’n affaire bedrijven ook hun reputatie.

Dus: wat te doen met die agenten? SBM Offshore (3,7 miljard euro omzet, 8.400 werknemers) kiest voor de radicale oplossing. Zo min mogelijk met agenten werken. Agenten zijn „een risico”, zegt bestuurder Sietze Hepkema, die in 2012 bij SBM Offshore werd aangesteld om fraude in de toekomst te voorkomen. Om dat risico zo veel mogelijk uit te bannen, werkt het bedrijf niet meer met agenten „op grote projecten” en ook niet in landen waar het beschikt over „een eigen organisatie ter plekke”.

Andere Nederlandse bedrijven vertellen, na aandringen en heel voorzichtig, dat hun inzet van agenten ook „sterk is afgenomen” (advies- en ingenieursbureau RoyalHaskoningDHV). Dat ze alléén agenten inzetten als ze „zelf geen aanwezigheid hebben” in een land en „gezien de lokale situatie” niet zonder kunnen (offshorebedrijf Heerema). En dat ze „het liefst zonder agenten werken” (offshorebedrijf Bluewater).

Maar dat kan niet altijd. Zeker kleinere bedrijven, die niet overal een regiokantoor hebben, kunnen niet zonder. Maar ze kunnen wél de risico’s beperken. En dat proberen ze ook – steeds meer, blijkt uit een rondgang langs bedrijven, compliancedeskundigen en fraudeadvocaten.

Dit kunnen bedrijven doen om de kans op corruptieproblemen zo veel mogelijk uit te sluiten.

1De agent van tevoren laten screenen

Het klinkt wat schimmig: een ‘agent’. Wie is hij? Wat doet hij? Dat wil een bedrijf ook weten. Een agent kan werken voor een „hooggekwalificeerd bedrijf”, zegt fraudeadvocaat Joost Italianer van NautaDutilh. Maar het kan ook „de achterneef van de prins” zijn. „Daar kom je dus achter voor je met hem in zee gaat. Als het goed is.”

Steeds meer bedrijven laten hun agenten screenen. Meestal door gespecialiseerde organisaties, zoals de Amerikaanse bureaus Kroll of Trace of het Nederlandse bedrijf Hoffmann Bedrijfsrecherche. Dat zijn een soort detectives. In het uiterste geval wordt een agent helemaal doorgelicht.

Heeft hij banden met de regering? Is hij ooit veroordeeld? Wat is zijn reputatie? Staat iemand bijvoorbeeld bekend als „mister 10 procent” – omdat hij onder tafel altijd 10 procent meer betaalt dan de vraagprijs? „Dat moeten wij allemaal uitzoeken”, zegt Kevin Braine, compliance-expert van Kroll. Een agent weet niet altijd dat hij wordt nagetrokken, zegt Braine. „Als we vertellen dat we onderzoek doen, kan een agent zorgen dat niemand met ons wil praten. Of dat mensen alleen maar aardige dingen zeggen.”

Vaak moeten agenten ook allerlei vragenlijsten invullen. De antwoorden op die vragen worden daarna door het screeningsbureau geverifieerd, zegt directeur Alexandra Wrage van Trace. De procedures zijn voor agenten „tijdrovend”, zegt Omer Kilic, die voor het Turkse agentschap Solmaz Customs Consultancy & Brokerage werkt. Maar steeds meer klanten vragen erom, zegt hij. En allemaal afzonderlijk, dus het moet allemaal steeds weer opnieuw.

2 De agent vertellen wat wel en niet mag

Het begint met duidelijke afspraken. „Als je iemand een vage taak geeft – iets als: ‘zakelijke mogelijkheden verkennen’ – en hem 100 miljoen euro geeft, moet je niet verbaasd zijn als hij omkoopt”, zegt Alexandra Wrage van Trace. Omschrijf wat er wordt verwacht. Bijvoorbeeld: haal deze opdracht binnen. Of: vraag die vergunning.

Vervolgens moeten er afspraken zijn over hoe de agent te werk gaat. Wat mag wel, wat mag niet? Steeds vaker moeten agenten per contract beloven de gedragsregels van het bedrijf na te leven. Daarin staat onder meer dat omkoping verboden is. RoyalHaskoningDHV heeft bijvoorbeeld zo’n contract voor zijn agenten – de ‘Business Principles’. Toch kan een bedrijf er met zo’n belofte niet vanuit gaan dat het wel goed komt. Fraudeadvocaat Italianer: „Ik lees al jaren in agentencontracten dat ze zich aan alle regels houden – ook als het gloeiend fout is gegaan.”

3 De agent niet te veel betalen

Een agent krijgt geen salaris, maar een fee, een percentage van de totale projectwaarde. Een hoog percentage is „tingeling, risico, omkoping”, zegt fraudeadvocaat Aldo Verbruggen van Houthoff Buruma. Want als een agent veel geld krijgt, kan hij daarmee ook makkelijker her en der wat extra’s betalen.

Maar wat is een normale fee? Dat hangt af van het land, de sector en de dienst die de agent biedt. Marktconforme fees kunnen oplopen tot 3 procent van de totale projectwaarde, zegt bestuurder Hepkema van SBM Offshore. Dat is ook een reden waarom het bedrijf het samenwerken met agenten nu zo veel mogelijk vermijdt. Het betalen van een percentage over een hoog bedrag vindt Hepkema „onverantwoord”, omdat het „niet transparant is” wat de agent doet met al dat geld.

Volgens Gerwin Naber, partner bij de forensische praktijk van advieskantoor PwC, willen meer bedrijven niet meer zo’n percentage betalen. In plaats daarvan betalen ze bijvoorbeeld een afgesproken uurtarief voor de geleverde inspanningen. Een uurloon is het veiligst, maar dat „vinden de meeste agenten niet aantrekkelijk”, zegt advocaat Italianer. Royal HaskoningDHV betaalt zijn agenten „bij voorkeur” niet meer in één keer een enorm bedrag, maar „naar gelang de voortgang van het project”.

4 De agent trainen als een eigen werknemer

Agenten zijn geen werknemers. Maar sommige bedrijven trainen hun agenten wel „alsof het hun eigen mensen zijn”, zegt fraudeadvocaat Marnix Somsen van De Brauw. Als advocaat van SBM Offshore wil hij alleen ingaan op algemene vragen. „Werknemers van grote bedrijven krijgen aan de lopende band verplichte trainingen. Dat breidt zich uit naar agenten.”

Ook Kevin Braine van Kroll zegt dat bedrijven hun agenten op anti-corruptiecursus sturen. „De hoop bestaat dat dat echt effect heeft op gedrag”, zegt hij. Maar bedrijven doen het ook om zich in te dekken, voor als het misgaat.

Het Turkse agentschap waar Omer Kilic werkt, krijgt ook vaak trainers op bezoek, vertelt hij. „Dan laten ze een bedrijfsvideo zien.” Dan volgen er vragen die volgens Kilic neerkomen op: wat zou je doen als je kan omkopen om iets voor elkaar te krijgen? „Zinloos”, vindt hij. „Ik weet precies wat ik moet zeggen om door de keuring te komen.”

5 De agent voortdurend blijven controleren

Heeft een bedrijf alles gedaan om een betrouwbare agent te vinden en hem de bedrijfsnormen in het hoofd laten stampen, dan is het nog niet klaar. Want een agent kan nú goede bedoelingen hebben, dat biedt geen enkele garantie voor de toekomst. Richard Franken van Hoffmann Bedrijfsrecherche: „Net als alle fraudeurs kan een agent best ineens aanleiding vinden om te gaan rommelen.” Omdat hij „meer van de koek wil eten”, of omdat hij schulden heeft opgelopen.

Blijven controleren dus. Offshorebedrijf Bluewater checkt zijn agenten bijvoorbeeld ook „tijdens de looptijd van de overeenkomst”. Maar lang niet alle bedrijven doen dat, volgens fraudeadvocaat Verbruggen. Onverstandig, zegt hij. „Als je slim bent, stuur je geregeld steekproefsgewijs iemand bij hem langs.”

Maar garanties zijn er ook dán nog niet. De kans dat er opnieuw omkopingspraktijken komen bovendrijven, blijft aanwezig. Verbruggen: „Er liggen nog steeds lijkjes in de kasten van het Nederlandse bedrijfsleven.”

Als het dan toch misgaat, kan een bedrijf deze maatregelen maar beter netjes hebben genomen. Als de preventieve maatregelen „state of the art” zijn, zorgt dat doorgaans voor een lagere boete, zegt advocaat Marnix Somsen. „Het draait om aansprakelijkheid. Als je alles hebt laten waaien, kun je moeilijk zeggen dat je er niks aan kon doen.”

Het is „vooral zelfbescherming”, zegt agent Omer Kilic, alle moeite die bedrijven doen om te voorkomen dat agenten omkopen. Met moreel besef heeft het weinig te maken. Maar Kilic wil niet klagen, hij begrijpt die bedrijven best. „Ze moeten wel.”