Niet het slimste jongetje willen zijn

Hij begint aan zijn laatste jaar als topman bij netwerkbedrijf Cisco, dat hij al twintig jaar leidt. „Ik houd niet van techniek an sich. Het gaat erom wat je ermee doet.”

Illustratie Rik van Schagen

Ook niet-techneuten kunnen overleven in Silicon Valley. Kijk maar naar John Chambers, al twintig jaar de baas van Cisco, dat bekendstaat als ‘de loodgieter van het internet’ – ruim driekwart van al het internetverkeer gaat door een apparaat van Cisco. Chambers (65) geldt als een typische verkoper en daar is hij trots op. „Ik houd niet van technologie an sich, maar wat je er mee kunt doen om de wereld te verbeteren.”

Chambers begint aan zijn laatste jaar bij Cisco. Wie wil weten hoe lang Chambers al vergroeid is met de internetwereld, moet de voorpagina van Businessweek uit 1997 erbij pakken: een groepsportret van de toenmalige grootheden in Silicon Valley. Op de foto staan onder anderen Steve Jobs van Apple (overleden), Larry Ellison van Oracle (gestopt als topman) en Scott McNealy van Sun (bedrijf bestaat niet meer). Helemaal in de hoek, naast Gordon Moore van Intel, staat John Chambers, in pak, borst vooruit, erg brede glimlach.

„We waren in die tijd waarschijnlijk moeilijker te verslaan dan nu”, zegt Chambers. In de jaren negentig had Cisco immers de wind mee: heel de wereld ging online en er was apparatuur – routers en switches – nodig om netwerken te koppelen. Totdat de zeepbel in 2000 barstte.

Chambers: „Een kwart van onze klanten stopte niet alleen met spullen bestellen, ze gingen failliet en hielden compleet op te bestaan.”

Cisco moest na het knappen van de internetzeepbel meer dan 8.000 mensen ontslaan en rigoureus in de kosten snijden. In Amsterdam, waar Cisco een groot gebouw had neergezet, werden vergevorderde plannen voor een verdubbeling van het kantooroppervlak acuut afgeblazen. „Ieder bedrijf heeft een bijna-doodervaring nodig om robuust te worden” , zegt John Chambers.

Het is half vijf ’s middags in Amsterdam, half acht ’s ochtends in San Jose, Californië. John Chambers laat zich interviewen via een videoconferentiesysteem. Prima beeld en geluid, daar niet van. Zijn razendsnelle Amerikaans met zuidelijke tongval is goed te volgen.

Maar waarom praten we nog niet als hyperrealistische hologrammen met elkaar, zoals Cisco twee jaar geleden al eens demonstreerde? „Ooit is dat de gewoonste zaak van de wereld maar het kost nu nog 125.000 dollar per keer.”

Roadkill

De werkdagen van John Chambers beginnen meestal rond vijf uur ’s ochtends met videoconferenties met kantoren in het Midden-Oosten en Azië. Daarna rijdt hij naar het hoofdkantoor van zijn ‘familie’, zoals hij Cisco noemt. Die familie telt 74.000 werknemers. Driekwart van Cisco’s omzet van 38 miljard euro komt nog van routers en switches, de rest uit netwerktoepassingen als zakelijke telefonie, videoconferenties, veiligheidssoftware, opslag in datacentra en andere clouddiensten. De omzet daalde het afgelopen jaar voor het eerst sinds 2009 en het bedrijf schrapt na eerdere grote ontslagrondes in 2012 en 2013 dit jaar nog eens 6.000 banen. Chambers: „We willen ook weer 6.000 mensen aannemen en zo het bedrijf vernieuwen. Als je niet verandert ben je roadkill, aangereden wild. Kijk maar wat er gebeurde met onze concurrenten. Lucent, Nortel, Arcatel, Siemens: nog maar een schaduw van wat ze vroeger waren.”

Andere grote namen die van strategie veranderen: HP kondigde (net als Philips) aan het bedrijf in tweeën te splitsen. Symantec wil zich opdelen en eBay verkoopt PayPal. Analisten hebben ook gesuggereerd dat Cisco zichzelf zou moeten opsplitsen. Volgens Chambers is dat niet nodig. „Onze producten zijn goed op elkaar afgestemd en we hebben onze grootste reorganisaties net achter de rug. Het gevaar is dat je door zo’n afsplitsing vaardigheden en distributiemogelijkheden kwijtraakt.”

De topman gaat er prat op dat Cisco nieuwe technologische trends ziet aankomen. Het bedrijf stort zich nu op het internet of things, de koppeling van sensoren en apparaten via internettechnologie. Als alle elektronica met elkaar verbonden wordt en continu geanalyseerd, kun je veiliger steden en efficiënte huishoudens creëren, energieverlies op elektriciteitsnetwerken terugdringen en gezondheidszorg goedkoper maken, is de gedachte.

„Het verandert elke overheid en elke industrie, de productie, logistiek en de verkoopmethodes”, zegt Chambers. Cisco wil dat internet of things verbinden met een infrastructuur van netwerkhardware, clouddiensten en data-analyse. Daarvoor moet het bedrijf wel vernieuwen. Meestal gaat dat via overnames van start-ups – Cisco is een van de kooplustigste bedrijven in Silicon Valley. „Ik heb tot nu toe 174 overnames gedaan”, zegt Chambers. „Het draait om talent. We zijn op zoek naar mensen die de volgende generatie producten gaan ontwerpen.”

Cisco deed een vergeefse poging om zich in de consumentenmarkt in te kopen. Het netwerkbedrijf nam in 2009 cameraproducent Flip over, voor 600 miljoen dollar (480 miljoen euro). Niet veel later bracht Apple een iPod en een iPhone met ingebouwde videocamera uit. De Flip werd overbodig en in 2011 stootte Cisco het bedrijf weer af. Een mislukking, erkent Chambers: „Steve Jobs was ons te snel af. En als je niet groot genoeg bent in een markt, moet je je terugtrekken. Ik kreeg er veel kritiek op. Maar je moet risico’s nemen, anders blijf je achter.”

Geen achterdeurtjes

De concurrentie van het Chinese Huawei heeft invloed op de resultaten van Cisco. De verhoudingen met China liggen gevoelig; de Chinese internetmarkt groeit razendsnel maar er heerst wantrouwen jegens Amerikaanse leveranciers. Uit door Edward Snowden gelekte informatie van de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA bleek in 2013 dat de NSA apparatuur van Cisco onderschepte om er achterdeurtjes in te plaatsen. Omgekeerd weert de VS vaak Chinese netwerkapparatuur uit angst voor spionage.

Chambers: „Wij geven onze code aan niemand, we plaatsen geen achterdeurtjes in onze producten, we kopen geen bedrijven waarvan we weten dat ze gebruikt worden om anderen te bespioneren. We waarschuwen elke klant, overal ter wereld, als we iemand in hun netwerken of datacentra zien die er niet thuishoort. Zonder rekening te houden met eventuele politieke consequenties.”

Maar het zijn de overheden die bepalen wat de regels van het internet zijn. Chambers: „Technologie moet een neutrale rol spelen, maar eerst moeten de Verenigde Staten en China hun meningsverschillen bijleggen. Regeringen mogen bedrijven niet gebruiken om die uit te vechten.”

Cisco ziet zichzelf als verbindende factor. Geen partij kiezen in conflicten, geen kwaad woord over andere techbedrijven. Chambers: „Wij denken niet dat we het slimste jongetje van de buurt zijn. We zijn eerder het ‘Zwitserland’ van het internet dat goed overweg kan met alle andere bedrijven. Zo maken we de gezamenlijke afzetmarkt groter.”

Chambers predikt een houding die balanceert tussen zelfverzekerdheid en bescheidenheid. Cisco biedt geen extreme extraatjes voor het personeel, zoals Apple of Facebook, die hun werknemers trakteren op gratis gezinsplanning. Cisco’s hoofdkantoor in San Jose is sober ingericht en medewerkers krijgen alleen economy class vergoed als ze moeten vliegen voor het werk. Chambers neemt wel zijn privéjet – hij declareerde daarvoor 2,8 miljoen dollar aan zakelijke vluchten in 2013. Als hij op reis is, werkt hij „zeventien, achttien uur per dag” – aan energie heeft de 65-jarige naar eigen zeggen nog geen gebrek.

Klamme handen

John Chambers is geen doorgewinterde techneut. Hij praat niet over apparaten, protocollen of software maar liever over onderwijs en internet als motor van de moderne economie. Als een snel pratende verkoper wordt hij ook snel persoonlijk, hij praat veel over zijn familie en jeugd in West-Virginia.

Chambers is een van de weinige topmannen die toespraken niet voorleest maar uit zijn hoofd doet – noodgedwongen want hij is dyslectisch. Daar maakt hij geen geheim van. Chambers laat zijn handpalmen zien: „Al heb ik ermee leren omgaan, ik krijg nog klamme handen als ik over dyslexie praat. Maar een tegenslag in je leven overwinnen is belangrijk, dat vormt je. Ik zal nooit iemand uitlachen of beledigen; ik heb vroeger aan de kant gestaan waar de mensen om mij lachten. Ik zorg er nu voor dat ik de best voorbereide persoon in de kamer ben, bij elke vergadering ken ik iedereen aan tafel en zijn of haar achtergrond.”

Chambers is trots op het persoonlijke netwerk dat hij in de afgelopen decennia opbouwde: „Ik ken bijna ieder staatshoofd, iedere topman die er toe doet.”

Dat netwerk zal van pas komen als Chambers in 2016 – „misschien eerder” – stopt als Cisco-baas. Hij blijft nog een paar jaar aan als chairman, president-commissaris. Hij heeft meer tijd voor zijn familie en voor hobby’s als jagen, vissen en een rondje in de helikopter.

En wie neemt na het vertrek van John Chambers de leiding van Cisco over? Er is een behoorlijk grote kans dat dat een Nederlander zal zijn: Edzard Overbeek. Edzard Overbeek is op dit moment verantwoordelijk voor de dienstendivisie van Cisco. John Chambers omschrijft Overbeek als „zeer, zeer getalenteerd” en een van de drie potentiële interne kandidaten om Cisco te gaan leiden. Maar ook buiten het bedrijf wordt naar een opvolger gezocht.

Spellen

Met Chambers vertrekt de laatste internetpionier op die groepsportret op Businessweek uit 1997 stond. Chambers reflecteert: „Veel topmannen blijven maar vier of vijf jaar op hun plek. Dat zijn mensen die niet zelf kunnen veranderen”, zegt hij. „Dat is mij wel gelukt met Cisco; we zijn al twintig jaar toonaangevend in routers en switches en hebben nieuwe markten veroverd waarvan niemand dacht dat we er iets te zoeken hadden.

„Toen we ons op telefonie stortten, zei iemand tegen me: „Cisco en telefonie? John, je kunt het woord nog niets eens spellen.”

Hij lacht, met dat vette zuidelijke accent: „Dat ik het woord telefonie niet kan spellen, kan kloppen. Maar we hebben nu wel 64 procent marktaandeel.”