Nederland niet populair onder buitenlandse hoogopgeleiden

Foto Reuters

Nederland trekt weinig buitenlandse hoogopgeleiden aan in vergelijking met andere welvarende landen. De 100.000 internationale kenniswerkers die hier zijn, hebben het bovendien niet gemakkelijk. Bijna de helft werkt onder zijn niveau. Ze zijn vaker werkloos en de meesten verdienen minder dan Nederlandse hoogopgeleiden. Dat blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

De resultaten zijn opvallend, omdat bedrijven vaak spreken van een concurrentiestrijd om internationale kenniswerkers, ‘the war of talent’. Wegens de vergrijzing en het tekort aan technische specialisten wil de overheid ook meer hoogopgeleiden trekken.

De 100.000 buitenlandse kenniswerkers vormen 1,5 procent van de beroepsbevolking en eenzesde van het totaal aantal internationale hoogopgeleiden in Nederland. Grote landen als de Verenigde Staten, Australië en Canada doen het beter, maar ook kleine Europese economieën als Ierland, Denemarken en Noorwegen trekken meer kenniswerkers aan. Nederland scoort ongeveer gemiddeld in vergelijking met alle OESO-landen.

De buitenlandse kenniswerkers die hier zijn vullen bovendien niet de vacatures waar te weinig personeel voor te vinden is. Een van de redenen voor hun slechtere positie op de arbeidsmarkt is dat ze vaak gespecialiseerd zijn in dezelfde sectoren als autochtonen (gezondheidszorg, sociale dienstverlening, economie en handel). Veel buitenlandse kenniswerkers hebben studies gedaan waarin weinig werk is, zoals talen, sociale wetenschappen, communicatie en kunst.

Lees ook het uitgebreide achtergrondstuk ‘Hoe krijgen we die slimmerds hier?’ in de weekendeditie van NRC Handelsblad.