Nederland is een heel armetierig landje

Honderden miljoenen leenden banken aan de charmante projectontwikkelaar Roger Lips. Nu eisen ze hun geld terug. Lips, failliet en voortvluchtig, vertelt in Dubai één keer zijn verhaal.

Projectontwikkelaar Roger Lips was jarenlang een van de vaste waarden in de Quote 500. Nu is hij failliet. Foto’s Hollandse Hoogte

Voor een voortvluchtige vastgoedman ziet de 50-jarige Roger Lips er monter uit. Glimlachend en met een iPad onder zijn linkerarm stapt hij de lobby van een hotel in Dubai binnen. Buiten is het rond de veertig graden. Lips heeft een licht tintje van de zon. Hij is in Dubai vanwege de herfstvakantie van zijn jongste kinderen, die met zijn partner in het emiraat wonen. Waar hij de rest van de tijd verblijft, wil hij niet zeggen. „Ik ben overal”, zegt hij met een grijns.

Roger Lips werd in april vorig jaar failliet verklaard. In september dat jaar belandde hij 24 dagen in de gevangenis omdat hij volgens de curatoren weigerde informatie te verstrekken over zijn bezittingen. Zij vermoeden dat hij vermogen heeft verstopt, bijvoorbeeld in Zwitserland. In december zou Lips om dezelfde reden opnieuw vastgezet worden. Voor het zover kwam, verdween hij.

Het verhaal van Roger Lips is illustratief voor wat veel vastgoedmannen de afgelopen jaren overkwam. Eerst waren er de gouden jaren. De banken en projectontwikkelaars waren goede vrienden. Met miljoenen van de bank maakten de klanten voor beide winst. Het kon niet op. In 2008 sloeg de crisis toe. De ene na de andere vastgoedman ging failliet. Banken bleven achter met half afgebouwde projecten waarin ze miljoenen hadden gestoken en leden zware verliezen. De mannen die hoog waren gestegen, vielen keihard.

Zo is het ook gegaan met Lips, vooral bekend van het rode winkelcentrum The Wall langs de snelweg A2 tussen Amsterdam en Utrecht. Door de crisis werd dit langste winkelcentrum van Europa, een geluidswal en winkelcentrum ineen, geen pronkstuk maar een half leegstaand symbool van de ondergang van SNS Reaal. Die bank en verzekeraar werd begin 2013 genationaliseerd vanwege enorme verliezen bij de vastgoedtak. Lips was de grootste vastgoedklant van SNS Reaal. Zijn bedrijf had meer dan 400 miljoen euro geleend.

Wegens de crisis en de eigen slechte financiële situatie wilde SNS haar geld van hem terug. En in 2012 wilde ABN ineens ook het uitgeleende geld terug. Maar Lips kon hun niet betalen. Het geld zat in de vastgoedprojecten die ook nog niet af waren. Die kon hij niet ineens verkopen. Bovendien, door de crisis waren ze veel minder waard geworden.

Vliegtuig

Nu zit Lips in Dubai. Failliet. Hij leeft van geld van zijn vrouw en „de liefde van anderen”. Maar hij lijkt geen gebroken man. Hij heeft een zomers pak aan, met daaronder instappers, zonder sokken. Enthousiast vertelt hij over Dubai, een land waar ze groot durven denken. In de verte is de skyline van het emiraat te zien. De Burj Khalifa, met 828 meter het hoogste gebouw ter wereld, blinkt in de zon.

Zelf had hij het plan om bij Utrecht een 262 meter hoge toren te bouwen, de Belle van Zuylen. Ging niet door. Gebrek aan durf, volgens Lips. „Nederland is eigenlijk te klein voor dat soort dingen.”

Hij vindt Nederland sowieso maar een „heel armetierig landje”. Al die mensen die het wel mooi vinden dat hij failliet is. Die roepen dat hij een crimineel is, zonder dat ze de feiten kennen. Ondernemers zoals hij, die boven het maaiveld uitsteken, de kop afhakken. Wat hem is overkomen, dat vindt hij typisch Nederlands.

Jarenlang opereerde Roger Lips in stilte. Interviews gaf hij nooit. Geen behoefte aan. Hij leende miljoenen bij banken en bouwde daar projecten mee. Eén keer per jaar stond hij net als veel collega’s in de Quote 500. Meestal was het vermogen van de vastgoedmannen weer gestegen. Soms was er een klein nieuwtje in het maandblad. Had hij een nieuw zeiljacht gekocht, of een privéjet.

Een onding, zo’n eigen vliegtuig, zegt hij nu. Die kist moet vliegen, stilstaan kost geld. Dus verhuurde hij het ding. Maar als hij hem dan zelf nodig had, was het vliegtuig net niet beschikbaar. „Moest ik zelf een toestel charteren en zaten er andere mensen in mijn vliegtuig.”

Noem me niet voortvluchtig, zegt Lips als hij een kopje koffie en een glas water heeft besteld. „Dat is iemand die de uitvoering van een strafrechtelijk vonnis ontduikt. Ik ben niet veroordeeld.” Dus hij is verdwenen? Nee, ook niet, zegt hij, ik laat me alleen niet onterecht opsluiten. Hij begint over de faillissementswet. Daarin staat dat iemand vastgezet kan worden als hij weigert inlichtingen te verschaffen, een ultiem dwangmiddel. „Schandalig. Pure chantage. Die wet stamt uit 1883. Toen was zo’n gijzeling wel begrijpelijk. Als je met je paard naar Spanje ging, was je voorlopig niet bereikbaar.” Dat is nu toch niet meer nodig? „We kunnen bellen, skypen, mailen. Ik ben gewoon bereikbaar hoor.”

Eén keer wil hij zijn verhaal vertellen. Over zijn fascinatie voor vastgoed. Het winkelcentrum The Wall, dat mislukt lijkt, maar volgens Lips nog steeds een „prachtproject” is. Maar ook over de banken die hem jarenlang „hijgend” achterna liepen, tientallen miljoenen bij hem naar binnen „kieperden” en daar zelf ook goed aan verdienden. Neem zijn privébank ABN. Hij zat bij de afdeling Mees Pierson Private Wealth, daar kom je echt niet zomaar. Was hij terechtgekomen toen hij in de Quote 500 was beland. Ze moesten en zouden hem als klant hebben. „Ze verdienden zeker zo’n 1,5 miljoen euro per jaar aan me.” En ineens was het afgelopen. Pats, boem, van dat niveau zo het putje ingetrapt.

Als hij daarover vertelt, begint Lips zich op te winden. Door het zangerige Brabantse accent klinkt het vriendelijk, maar hij is woest. Het is een lang verhaal, met allerlei ingewikkelde procedures, transacties, vorderingen die volgens de bank wel opeisbaar waren en volgens Lips niet. Hij vertelt er uren over en tekent af en toe wat dingen op een papiertje. Maar in de kern is zijn verhaal eenvoudig: ABN Amro en SNS hebben hem en zijn bedrijf totaal onnodig om zeep geholpen. Ja, zijn bedrijf had last van de crisis, maar met een paar jaar geduld was dat goed gekomen. Dan was het vastgoed weer in waarde gestegen, de markt weer op gang gekomen, had hij zijn projecten afgemaakt en de miljoenenleningen kunnen aflossen. Die tijd hebben ze hem niet gegeven.

Supermarkt in Harderwijk

Eerst terug naar zijn fascinatie voor vastgoed. Die kan hij eenvoudig uitleggen. Omdat vastgoed een dominante rol speelt in het leven van iedereen. „Je woont en leeft in vastgoed. Je pensioen is er in geïnvesteerd, in een eigen huis zit je geld. En het bepaalt ook nog eens de omgeving waarin je verkeert.” De technische kant van een gebouw, het bouwkundige, daar heeft hij niets mee. Het gaat hem echt om de rol van vastgoed. „Als je iets bouwt in een stad of dorp voeg je iets toe, wat voorlopig vele decennia niet verandert.”

Na een studie bedrijfseconomie en een master vastgoedkunde in Amsterdam, werkte hij bij Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, vestiging Eindhoven. Bij dit semi-overheidsbedrijf dat na de Tweede Wereldoorlog was opgericht om de woningnood weg te bouwen, leerde Lips businessplannen opstellen, risico’s in kaart brengen en bouwprojecten aansturen. Twee jaar later begon hij voor zichzelf. Zijn eerste project was een supermarkt, in Harderwijk. Hoe dat ging? Heel simpel. „Ik kende iemand die had grond en een huurder en dat ding moest gebouwd worden en ik moest dat managen. Dan huur je een architect, dit is het idee, dan sluit je contracten, de bouw, de aannemer.” Zo werd Lips projectontwikkelaar.

De projecten volgden elkaar op. Het bedrijf groeide en het was heel eenvoudig bij banken miljoenen euro’s te lenen, vertelt Lips.

Hier raakt hij een gevoelig punt. Na de nationalisatie van SNS, was de kritiek dat de vastgoedtak van de bank veel te makkelijk kredieten had verstrekt. Dat ze risico’s negeerden en blind waren door de ambitie om te groeien. Als voorbeeld werd vaak het krediet aan Lips genoemd. Meer dan 400 miljoen euro aan één ondernemer.

Lips ziet dat anders. Ja, hij weet dat zijn bedrijf met de honderden miljoenen geleend geld de grootste klant was van SNS. Maar het had wat hem betreft ook 1 miljard kunnen zijn, of zelfs 2 miljard. „Hoeveel je ook leent, je moet aantonen dat je de rente kan betalen en dat er onderpand is als je de lening niet kan terugbetalen.”

Hij vertelt over het grootste krediet dat hij van SNS kreeg, 151 miljoen euro, waarmee hij een woningportefeuille kocht. Een groot bedrag? Is niet relevant, vindt Lips. Het gaat om het risico. Dat was bijna nul, zegt hij. „Je hebt allemaal huurders die netjes 600 tot 800 euro in de maand huur betalen. Als er een huurder vertrekt, staan er 20 nieuwe huurders klaar. Het risico dat je geen huur meer ontvangt is nihil. Bovendien is de waarde van het onderpand, het huis, leeg meer waard dan verhuurd. Dus een gouden deal, ook voor SNS. Geen risico. Dan is het bedrag van 151 miljoen euro ook niet relevant.”

We zijn grote jongens

Toch zorgde Lips er wel voor dat hij vrijwel nooit privé garant stond voor de miljoenen die zijn bedrijf leende. Al was het risico nihil. Waarom niet? Gewoon niet, zegt hij. „We zijn grote jongens. Zij financieren. Ik heb dat project en stop er wat eigen vermogen in.” Maar als hij gelooft in zijn projecten en meent dat de risico’s klein zijn, dan kan hij daar toch voor tekenen? „Ik geloof daar niet in. Op een gegeven moment worden de bedragen zo groot, daar kun je een privépersoon niet mee opzadelen.”

Of een bank zich niet moet afvragen of zij wel zulke grote bedragen in een project moeten steken? „Ja, dat moet de kredietcommissie van de bank doen.” Maar ja, dat was zijn taak niet. „SNS wilde groeien. Zij wilden de grootste vastgoedfinancier zijn. En ik had iedere keer projecten voor ze.” Zijn bedrijf had volgens hem „een goede mix” van projecten met een laag en hoog risico. Verliezen bij het ene project kon hij mooi opvangen met bijvoorbeeld de inkomsten uit zijn woningportefeuille.

The Wall, dat is een voorbeeld van een project met meer risico. Nog steeds een prachtig project, zegt Lips. „De eis van de gemeente Utrecht was dat het primair een geluidswal moest zijn, met daarin een pand. Gegeven die eis is het een schitterend ontwerp. En de kop is echt prachtig. Daar wilden we een soort meetingcentrum maken.” Maar het staat toch al tijden leeg? Klopt, erkent Lips. „Maar dat ligt echt aan de gemeente Utrecht. Er was niet echt een bestemmingsplan voor dit gebied, alleen een soort structuurplan. Alles moest vervolgens getoetst worden door een commissie waar onder anderen middenstanders uit het centrum van Utrecht in zaten.” Eerst kwam Lips met een hotel, dat in het pand wilde. Ging het hotel failliet. Een bioscoop was het alternatief. Mocht niet. „Niks kon, niks mocht, alle creativiteit werd door de gemeente geblokkeerd.” Maar ja, zegt Lips, Bouwfonds en later SNS wisten vanaf dag één dat dit risico in de plannen zat. „Op basis van die plannen heeft SNS er geld in gestoken.” Volgens hem dacht iedereen dat ook de gemeente met het structuurplan het project succesvol wilde maken. „Maar dat is niet uitgekomen. Een ballenbak van 30.000 vierkante meter, dat kun je er van maken.”

Who cares

Het verhaal van Lips klinkt heel redelijk en zijn uitleg is helder. Hier zit een charmante ondernemer, die voortdurend ideeën heeft en overal kansen ziet. Bij de banken waarmee hij jarenlang zaken deed, kennen ze hem ook zo. Ondernemend en innemend. Maar hij heeft ook een ander imago. Dat van de keiharde zakenman, die goochelt met tientallen vennootschappen en ingewikkelde financiële constructies optuigt, onnavolgbaar voor buitenstaanders. Die met honderden miljoenen van banken werkt, maar het liefst zo min mogelijk eigen geld in projecten steekt. De zakenman die in het geheim zakelijke gesprekken met de bank opneemt.

Ja, hij heeft wel eens gesprekken met SNS opgenomen. „Ze flikten me kunstjes. Toen heb ik gesprekken opgenomen, zodat ze afspraken later niet konden ontkennen.” Maar hij keihard? Lips kijkt verbaasd. Dat ziet hij anders. „Als ik een deal sluit dan heb ik meestal doordacht waar die zoal heen kan gaan. Ik heb weleens het idee dat veel mensen een deal sluiten zonder daarover na te denken. Dan bevalt het ze later niet en proberen ze er onderuit te komen.” Daar houdt hij niet van.

Zo kijkt hij ook naar zijn eigen faillissement. Natuurlijk had zijn bedrijf ook last van de crisis. Zijn vastgoed was minder waard. Daardoor had zijn bedrijf een negatief eigen vermogen. „Maar dat is op papier. Who cares.” ABN en SNS hadden hem gewoon de tijd moeten geven in plaats van hun geld terug te eisen. Daar hadden ze ook afspraken over gemaakt. Maar dat gaat hij nog wel aantonen.

SNS erkent dat er met Lips afspraken waren gemaakt. Maar de ondernemer hield zich volgens de voormalige vastgoedtak van de bank niet aan de voorwaarden.

Lips laat het er niet bij zitten. Hij wil een claim van 200 miljoen euro tegen SNS indienen, de schade die hij heeft geleden. Voormalig SNS-bestuurders Ronald Latenstein en Jaap van Dijk gaat hij persoonlijk aansprakelijk stellen, net als de huidige topman Gerard van Olphen. Hij heeft ze een paar keer gewaarschuwd, per mail. Dat ze zijn bedrijf onnodig kapotmaakten en zich niet aan de afspraken hielden. Hij heeft ze nog een herfinanciering van een andere bank aangeboden, net voor SNS besloot het vastgoed van zijn bedrijf te veilen om geld terug te krijgen, zegt hij. Reactie kreeg hij niet. Ik moest hangen, zegt hij, dan kon SNS de eigen incompetentie verbergen. Ach, en wat het volk van hem vindt, boeit hem niet. Ze kennen de feiten niet. Voor zijn gevoel heeft hij zijn zaken altijd goed en netjes gedaan.