Je moet laten zien dat je niet zwicht voor tirannie

Rajae el Mouhandiz (1979) liep op 15-jarige leeftijd van huis weg om muzikant te worden. Nu is ze artistiek leider van de voorstelling Hijabi Monologen, die deze week in première ging. „Moslima’s zijn veel Nederlandser dan je denkt.”

Tekst Yasmina Aboutaleb Foto Andreas Terlaak

Feyenoord

„In de Hijabi Monologen vertellen aanstormende actrices, moslima’s die we zelf hebben gescout, over hun leven in Nederland. Veel mensen verwachten verhalen over de hoofddoek: waarom je ’m wel draagt of waarom niet. Daar gaat de voorstelling dus níét over. Het leven van deze hijabi [meisje met hoofddoek, red.] is veel meer dan dat. Neem Souad, 21 jaar en projectleider bij Feyenoord. Daar werken sowieso weinig vrouwen, laat staan met een hoofddoek. Maar dat kan haar niks schelen. Ze gaat naar de wedstrijden. Ze draagt de kleuren van het team, zingt alle liedjes mee. Ze gaat er helemaal in op. En het grappige is: de supporters accepteren haar totaal. Bij het voetbal bestaat de scheidslijn moslim en niet-moslim niet. Het enige wat ertoe doet, is of je voor of tegen Feyenoord bent.”

Pionier

„Toen mijn vader hier als gastarbeider werkte, was hij niet van plan om zijn gezin naar Nederland te halen. Hij wilde ons dumpen in Marokko. Ik was toen negen maanden oud. Mijn moeder stond erop dat wij ook naar Nederland zouden gaan. Dat lukte. Maar na de hereniging werd mijn vader gewelddadig. Hij was agressief, een rolling stone, ging van de ene vrouw naar de andere. Het lukte mijn moeder met ons te vluchten en van hem te scheiden. Ze was een pionier, in die tijd werd er nog nauwelijks gescheiden in de Marokkaanse gemeenschap. Het leverde haar wel een stigma op. Familie en kennissen meden haar. Ze werd niet meer uitgenodigd op feestjes, omdat vrouwen bang waren dat ze hun man zou inpikken.”

Juf Hennie

„Na de scheiding belandden we in Osdorp, Amsterdam Nieuw-West. Dat was toen nog heel Nederlands, groen, zonder de hoogbouw die er nu staat. Mijn buurmeisje nam me mee naar balletles. Daar hoorde ik, op vierjarige leeftijd, voor het eerst klassieke muziek. Mijn hart ging open, ik had nog nooit zoiets moois gehoord. Balletjuf Hennie zag hoe enthousiast ik was, maar mijn moeder kon de lessen niet betalen. Dat maakte juf Hennie niks uit. Ik mocht blijven komen. Zo ging het ook met mijn muziekles. Mijn moeders lerares Nederlands nam me een keer mee naar theater de Meervaart waar een voorspeeldag was van een orkest. Toen ik de hoorn hoorde, was ik verkocht. Ik wist: dat wil ik ook. Met hulp van de lerares van m’n moeder ging ik op hoornles. Op een gegeven moment gaf ik concerten. Ik kreeg applaus, mensen vonden dat ik talent had. Dat deed heel veel met me. Ik kreeg aandacht, ik was bijzonder. Heel anders dan ik thuis gewend was.”

Verkaasd

„Mijn broers vonden me verkaasd. Mijn hang naar muziek en kunst vonden ze belachelijk. We zaten op de laagste trede van de piramide van Maslow; als je worstelt met armoede begrijp je het nut van kunst niet. Ik werd thuis in een traditionele rol gedrukt. Ik vroeg waarom. Waarom mogen jongens meer dan meisjes? Waarom moet ik bidden? Daar kreeg ik geen antwoord op. Mijn moeder wist niet beter dan dat het zo was, ze kon niet lezen en schrijven. Op mijn elfde belandde ik door een zenuwinzinking in het ziekenhuis. De dokters zeiden dat ik meer nodig had dan medische zorg, er moest met me gepráát worden. Maar niemand deed wat. Leraren, de schoolleiding, iedereen zag dat het slecht met me ging. Maar niemand greep in.”

Teddybeer

„Toen mijn moeder op mijn vijftiende zei dat ik moest stoppen met muziek en dat de regels strenger zouden worden, was dat de druppel. Je mag alles van me afpakken, maar niet mijn muziek. Die middag ging ik weg, met in een paarse New Balance rugzak wat kleding en een teddybeer. Ik was het stereotype wegloopmeisje, ha ha. Ik had een logeeradres voor één nacht, bij een Tsjechisch meisje uit mijn klas. Haar ouders brachten me de volgende dag naar de kinderbescherming. Daar vonden ze dat ik me aanstelde. Ze stuurden me naar de weekendopvang waar ik tussen de daklozen moest slapen.”

Nora

„Mijn broers waren in alle staten. Ze bedreigden niet alleen mij, maar ook medewerkers van de kinderbescherming. Zo kregen ze wel door hoe ernstig het was. Het was zo erg dat ik in safe houses werd ondergebracht. En ik kreeg een schuilnaam: Nora. Een van de safe houses stond in een chique buurt in Utrecht. Daar moest ik ook naar school. Ik kwam in de klas bij Jelka van Houten, de zus van Carice. Al die tijd bleef ik muziek maken, dat was mijn houvast. Op mijn zestiende werd ik toegelaten tot het conservatorium. Janine Jansen, Birgit Schuurman en Tania Kross liepen daar ook rond. Grappig eigenlijk dat ik in die omstandigheden allemaal creatieve mensen heb leren kennen. Makkelijk was die tijd niet. Voor Bureau Jeugdzorg was ik een nummer. Tien pleeggezinnen en kindertehuizen. Als kind heb je liefde en warmte nodig, maar die kreeg ik niet. Wat ik wel kreeg? Een VVV-bon. Gefeliciteerd met je verjaardag.”

Londen, New York, Los Angeles

„Als ik niet op het conservatorium was beland, was het waarschijnlijk slecht met me afgelopen. Sommige jongeren die ik in de tehuizen leerde kennen, zaten aan de drugs of hadden een loverboy. Ik begon steeds meer te zingen en te componeren. Een platenbons vloog me naar Londen, New York en Los Angeles. Er ging een wereld voor me open. Daar waren mensen geïnteresseerd in wie ik was. Ik heb nog geprobeerd het contact met mijn moeder te herstellen. Maar dat is lastig, er is te veel gebeurd. Toch hoop ik dat het er ooit nog van komt.”

Wijnbar

„Ik ben een moslim. Zo ben ik geboren en dat blijf ik. Maar ik geef er wel mijn eigen invulling aan. Ik neig naar het soefisme, dat de Koran ziet als een poëtisch boek, waarin het gaat over een innerlijke strijd. Op het moment dat de Koran wordt gezien als wetboek, ben ik weg. Ik bepaal zelf wel wat ik goed vind. Er was kritiek van moslims op een Marokkaanse vrouw die hier in Rotterdam een wijnbar opende. Hypocriet vond ik het. Mannen die eigenaar zijn van coffeeshops en sishalounges worden met rust gelaten, maar zij werd bedreigd. Dat heeft niks met religie te maken, dat is gewoon misogynie. Sommige mannen gunnen zichzelf van alles, maar vrouwen niets. Dat heb ik door mijn broers van dichtbij meegemaakt. Ik heb een protestborrel georganiseerd, ook al werd ik daarom bedreigd. Facebookactivisme is te makkelijk. Je moet ook daadwerkelijk iets doen vind ik, om te laten zien dat je niet zwicht voor tirannie. Om dezelfde reden organiseerde ik met vrienden het Meer Marokkanenfeest na de roep van Geert Wilders om minder Marokkanen.”

Cupcakes

„Moslima’s zijn veel Nederlandser dan je denkt. De hijabi’s in de Hijabi Monologen voelen zich Zeeuws, Limburgs of Rotterdams. En niet alleen maar Marokkaans, Afghaans of Somalisch. Door de voorstelling komt er een ontmoeting tot stand. Je leert de meisjes kennen. Herkenbaar voor andere moslims en een kennismaking voor niet-moslims. Dat laatste is nodig omdat van moslima’s nog steeds een beeld bestaat dat ze allemaal onderdrukt worden en de hele dag satelliettelevisie kijken. Dat is echt achterhaald. Deze meisjes zijn bezig met werk, studie, fashion, cupcakes en willen ook iets doen met hun creatieve talenten. Gewoon net als andere meisjes van hun leeftijd.”