Ineens rijk, en daar zijn de aasgieren

Ook dit jaar kopen velen weer een oudejaarslot. Maar veel geld winnen is niet alleen maar leuk, weet winnaarsbegeleider Bea Post. „Mensen kijken ineens in je winkelmandje.”

Illustratie XF&M

Zo gaat het ongeveer, als je de Postcode Loterij wint. De bel gaat. Een BN’er, laten we zeggen Caroline Tensen, stapt bij je binnen. Je wordt gefeliciteerd, je krijgt een cheque in handen geduwd. Je juicht – of niet. Je bent geschokt – of niet. Je huilt – of niet. Maar één ding is zeker. Als de cameraploeg weer weg is, en de confetti is neergedaald, dan blijft daar één iemand over: Bea Post.

Een soort maatschappelijk werker, noemt ze zichzelf, een winnaarsbegeleider. Want het winnen van zo’n grote som geld, dat heeft iets weg van een traumatische gebeurtenis. Een enorm geluk, natuurlijk, maar het kan je leven behoorlijk overhoop halen.

Want wat nu? Houd je de baan die je had? Voor het geld hoef je het niet meer te doen. Ga je verhuizen? Misschien is een nieuwe buurt helemaal niet leuker. Vertel je het je omgeving of juist niet? Meteen een nieuwe auto kopen? Investeren? Trouwen? Testament opstellen?

En wat als die buurman met diepe schulden bij je aanklopt met de vraag of je hem niet uit de brand wilt helpen? Jij kunt het gemakkelijk missen, inderdaad, en hij heeft het zó hard nodig – maar waar ligt de grens?

Daarom is Bea Post er. Om nieuwbakken winnaars te helpen met het beantwoorden van dit soort vraagstukken.

Post (60) heeft haar baan zo’n beetje eigenhandig geschapen. In 1991 werd bij de Nationale Postcode Loterij voor het eerst één miljoen gulden uitgereikt – in Nederland zonder precedent. Post werkte toen bij de lotenadministratie, met zes anderen (nu zijn dat zo’n 500 medewerkers).

De winnaar was een alleenstaande vrouw van een jaar of veertig. De hele ploeg over de vloer, vrouw overdonderd. „Ze was niet ineens echt blij”, zegt Post. „Ze leek meer onder de indruk van de cameraploeg en Henny Huisman voor haar neus, dan van dat bedrag. Het drong absoluut nog niet tot haar door.”

Na het uitreiken, nog geen vijftien minuten later, stond de crew weer buiten. Wacht, dit voelt niet goed, dacht Post, iemands leven zo opschudden en haar vervolgens in haar eentje op de bank achterlaten. Ze ging terug. Dat bleek een goede beslissing. Post heeft er zeker nog een uur gezeten met die vrouw. Gewoon, gepraat, een beetje gehuild. En na afloop gaf ze haar kaartje: bel maar als dat nodig is. „Nou, dat deed ze”, zegt Post. „En niet één of twee keer. Allemaal keuzes waarover ze nooit eerder had hoeven nadenken, moesten nu worden gemaakt.”

‘10.000 euro nodig, help ons!’

Vanaf dat moment is Post verantwoordelijk gebleven voor de nazorg van winnaars. De één heeft er meer behoefte aan dan de ander, zegt ze, maar het kan behoorlijk helpen. Eén keer per jaar organiseert ze een bijeenkomst voor winnaars boven de miljoen („vierhonderd uitnodigingen”). De ‘Lotgenotendag’, noemt ze die. Daar kunnen nieuwe winnaars leren van de valkuilen van de veteranen.

Luxeproblemen misschien, maar valkuilen zijn er genoeg als je gewonnen hebt. Nummer één: de aasgieren. Soms al dagen na de winst, vallen er bij de winnaars brieven door de bus of komen er mensen aan de deur. Hartverscheurende verhalen, smeekbedes van onbekenden: ‘Mijn dochtertje is ziek en ik heb 10.000 euro nodig. Help ons! „Het is een vaste groep mensen die op deze manier geld probeert af te troggelen”, zegt Post. „Wij hebben ze in de smiezen, hoor. Geef die brieven maar aan mij, zeg ik dan.”

Dat zijn nog de onbekenden die hun hand ophouden, maar ook vrienden en familie kunnen er wat van. „Prima als je mensen wilt helpen”, zegt Post daarover. „Alleen maar mooi, geen enkele reden om het niet te doen – als je dat wil. Maar wat ik dan altijd zeg: ga sámen naar de winkel en betaal dat nieuwe bankstel. Als je vriend slechte ogen heeft, betaal dan zijn laseroperatie. Maar geef iets, geen geld. Als je geld gaat uitdelen of uitlenen, dan raak je vriendschappen kwijt.”

Een ander issue waar ‘haar’ winnaars haar vaak over bellen, is jaloezie uit de omgeving. „Ik heb een mevrouw, die maakte haar hele leven al haar eigen kleding”, vertelt Post. „Nou, dat doet ze nog steeds. Wel met duurdere stofjes nu, maar goed. Dat vindt ze gewoon leuk. Maar de buurt begrijpt dat totaal niet. Wat een krent, zegt die. Daar wordt ze om veroordeeld.”

Dat soort verhalen hoort ze vaker. „Er wordt bij mensen ineens in het winkelmandje gekeken. Letterlijk, bedoel ik: wat heb jíj nou, gewoon gehakt? Jij kan toch elke dag ossenhaas eten?”

Iedereen heeft er weleens over gefantaseerd: wat zou jij doen met een miljoen? Een wereldreis maken? Een helikopterplatform op je dak? Zou je denken, maar in werkelijkheid komt Post maar weinig echte uitspattingen tegen. „We zijn toch Nederlanders, hè? Dat blijven we ook als we miljoenen winnen. De mensen met wie ik te maken heb, blijven eigenlijk altijd in dezelfde buurt wonen. Soms in een iets groter huis, maar heel ingrijpende veranderingen zie je maar weinig. Geen jacht, geen villa.”

Sowieso duurt het een tijd voor het besef van geld er is. Ze raadt mensen altijd aan om even op vakantie te gaan, ertussenuit. „Nou, reageren die, denk jij dat ik dat zomaar kan doen? Dan moet ik ze er weer aan herinneren: je hebt de loterij gewonnen, je kan doen wat je wil. O ja, o ja.”

Je kunt opeens een regel extra op je bankafschrift hebben staan, het blijft gevoelsmatig toch lang een soort fictie. „Het maakt niet zoveel uit of ik jou vertel dat je één miljoen wint of tien”, zegt Post. „Je wint het wel, maar je ziet het niet.”

Post wijst op de vergadertafel voor zich. „Daar zou die ene miljoen in contanten al niet op passen. Je beseft niet wat zo’n hoeveelheid betekent.” Tenzij je van huis uit al enorm vermogend bent – maar dat waren de winnaars tot nu toe nooit.

Rijk leven of rijk sterven?

Het hoogste bedrag dat ze ooit uitreikte: 15 miljoen euro. „Maar die meneer was net zo blij als anderen die 1 miljoen wonnen.”

Het kan verdomd moeilijk zijn om als winnaar met je omgeving te praten over dit soort dingen, zegt Post. Om onafhankelijk advies te krijgen wat je wel en niet met je geld moet doen. Daarom is haar baan zo belangrijk. Zij is voor winnaars een vertrouwenspersoon zonder enig belang bij hun vermogen. „Ik word nog steeds regelmatig gebeld door winnaars van twintig jaar geleden. Die willen praten over van alles en nog wat.”

Voor de één is het ingewikkelder dan voor de ander. Scheidingen zijn altijd lastig. „Ik heb ook een keer een mevrouw gehad, ze won 4 miljoen, die in een Blijf-van-mijn-lijfhuis zat. Nou, die heb ik geholpen met het kopen van een huis, het inrichten, haar leven weer op orde krijgen.”

Post is er voor de emotionele begeleiding, de zachte kant. De fiscale hulp, het technische werk zeg maar, wordt geleverd door fiscalisten van PricewaterhouseCoopers. „Die stellen altijd de vraag: wil je rijk leven of wil je rijk sterven”, zegt Post. „Nou, bijna iedereen zegt: allebei. Daar maken ze dan een plan voor.”

Maakt zoveel geld gelukkig? Nee, zegt Post. „Je kunt met geld je huwelijk niet redden, je kunt er geen gezondheid van kopen. Maar wat het de mensen geeft is: vrijheid. Een zorg die je hele leven heeft meegespeeld, valt ineens van je af. Het kan een paar jaar duren, maar ze zijn ontspannener. En ze kunnen dingen doen waar ze anders alleen van zouden dromen.”

Het eerste wat de meeste winnaars kopen: een nieuwe auto. En dan nog vaak bescheiden. „Dan zeggen ze: ‘O, ik wil eigenlijk zo’n BMW uit de 5-serie, maar die is zó duur’. Ik begin wel met een modelletje uit de 1-serie. En dan roep ik: ‘Doe dat nou niet. Jij wou toch die 5? Néém dan die 5’.”

Sommigen denken wel iets grootser. Zo ging Post een keer mee naar Oezbekistan om een winnaarsstel te helpen om een weeshuis te renoveren.

En wat ze ook nooit zal vergeten: de winnaar die terminaal ziek bleek te zijn. Nog een jaar te leven, zo’n verhaal. Post: „Dan zit je met je miljoenen. Nou, die heeft dat hele bedrag er in één jaar doorheen gejast. Keihard geleefd. Kreeg ik weer kaarten van één of ander tropisch eiland. Die deed er alles mee wat God verboden heeft, en dan bedoel ik alles.” Ze lacht. „‘Ó, ik hoef het allemaal niet te weten’, zei ik dan tegen hem. Maar ik zou waarschijnlijk precies hetzelfde doen. Geef hem eens ongelijk?”