Hoe meer controle, des te meer ergernis

Hoe meer controle we hebben over ons leven, hoe meer we ons ergeren aan het kleine beetje dat we (nog) niet onder controle krijgen. Dat is, geparafraseerd, wat de Duitse filosoof Odo Marquard ons duidelijk maakt met zijn Wet van de toenemende ergernis. Het werpt een nieuw licht op heel wat gebeurtenissen. Zolang ons leven ons overkomt als een lotsbeschikking, valt er weinig te bikkelen over de vraag of het bestaan de moeite is of niet: het is ons gegeven, of we het leuk vinden of niet, het is zo. Aanvaarding of berusting is de gepaste attitude in deze context: de Allerhoogste wikt en beschikt en wij dansen mee. Wat is, is, en daarmee afgelopen.

Pas wanneer we de goddelijke oorsprong van ons leven in twijfel trekken, rijst de vraag hoe we het leven willen invullen. Dan buigen we ons over een bijzonder relevante (ethische) vraag: hoe zouden we willen dat het is? Hoe meer we die vraag gestalte geven, hoe meer we zoeken naar het aanpassen van ons leven aan onze noden en wensen. Daardoor streven we naar maximale controle over onze conditie. Immers, hoe meer controle, hoe meer kans dat alles naar (onze) wens verloopt.

Als we kijken naar ons dagelijkse leven anno 2014, dan hebben we behoorlijk veel onder controle. In vergelijking met het leven als een lotsbeschikking kunnen we over de meeste zaken zelf beschikken. En toch blijven we klagen, misschien zelfs meer dan ooit tevoren: een vuilniszak op de verkeerde plaats, een trein die vijf minuten te laat vertrekt, een internetverbinding die te traag werkt – het werkt ‘op ons systeem’. Het gaat om futiele zaken maar omdat de rest allemaal vlot verloopt, blazen we het op. Alleen omdat we de rest onder controle hebben, kunnen we ons daarover zo geweldig druk maken. We ergeren ons daarom steeds meer aan steeds kleinere dingen; de Wet van de toenemende ergernis. Vergelijk het met honger lijden: zolang je weinig te eten krijgt, klaag je niet. Je weet niet beter. Maar indien je af en toe eten krijgt, en dan weer niet, dan begin je te klagen: waar blijft dat verdomde eten? En indien je elke dag te eten krijgt, dan is het nieuwe dilemma: waarom altijd datzelfde eten? Kortom, hoe minder er overblijft om te mekkeren, hoe luider we roepen.