Hoe krijgen we die slimmerds hier?

Hoogopgeleide arbeidsmigranten hebben we steeds harder nodig. Maar de meeste expats hebben het helemaal niet makkelijk op de Nederlandse arbeidsmarkt, blijkt uit onderzoek dat dit weekend verschijnt.

Grote bedrijven roepen al langer dat het oorlog is. Nederland zit midden in the battle for brains of the war on talent, zeggen ze dan. Als het niet lukt om méér hoogopgeleiden uit het buitenland aan te trekken, verliezen we onze internationale concurrentiepositie – en kwijnen we weg tot een onbeduidend, noordelijk moeraslandje.

Het is vooral retoriek, volgens onderzoeker Otto Raspe van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). „Als Nederland nu al werkelijk verwikkeld was in een internationale slag om het talent, dan zouden de lonen van alle buitenlandse kenniswerkers hoger liggen. Maar in feite is de topgroep van supervaardige kenniswerkers die in goede banen bij grote bedrijven werkt maar heel klein: 1.200 mensen, ongeveer 1 procent van de totale groep. De rest verdient gemiddeld minder dan Nederlandse kenniswerkers met vergelijkbare opleidingen en banen.”

Dat is een van de conclusies uit de dikke beleidsstudie Buitenlandse kenniswerkers in Nederland die het PBL zaterdag publiceert. Opvallend genoeg heeft het gros van de expats het helemaal niet zo gemakkelijk op de arbeidsmarkt. De kleine top heeft mooie posities bij bedrijven als Shell, Philips, Unilever en ASML. Maar bijna de helft werkt onder zijn niveau en ze zijn vaker werkloos (gemiddeld 6,5 procent) dan Nederlandse hoogopgeleiden. Een van de redenen is dat ze vaak gespecialiseerd zijn in dezelfde sectoren als autochtonen (gezondheidszorg, sociale dienstverlening, economie en handel). Veel buitenlandse kenniswerkers hebben ook studies gedaan waarin weinig werk is, zoals talen, sociale wetenschappen, communicatie en kunst.

Investeringsklimaat

Feit blijft dat Nederland op termijn wel meer buitenlandse kenniswerkers nodig zal hebben. Wegens de vergrijzing en omdat er te weinig technisch personeel is. „In 2020 hebben we in heel Europa alleen al een tekort van naar verwachting 900.000 ICT’ers”, zegt programmamanager Yvonne van Hest van Brainport Development in Eindhoven, verantwoordelijk voor internationale arbeidsmarktontwikkeling. „Maar het gaat om meer. We hebben ook internationale kenniswerkers nodig voor een goed investeringsklimaat, om meer buitenlandse bedrijven aan te trekken en voor innovatie.”

„Nederland trekt alleen nog relatief weinig internationale hoogopgeleiden aan”, zegt Raspe. Er zijn hier ongeveer 100.000 buitenlandse kenniswerkers, dat is eenzesde van alle buitenlandse werkers en en 1,5 procent van de beroepsbevolking. Dat is relatief weinig: in Nederland als geheel valt eenderde van de werkenden in de categorie kenniswerkers. „Landen als Amerika, Canada en Australië doen het veel beter. Die hebben lang geleden een beleid voor kenniswerkers ontwikkeld.” Ook kleine Europese economieën zoals Ierland, Denemarken en Noorwegen doen het beter. Nederland scoort ongeveer gemiddeld in vergelijking met alle OESO-landen.

Gemiddeld is niet genoeg voor een overheid met de ambitie om in top-10 van meest concurrerende economieën en de top-5 van kenniseconomieën te komen. Raspe: „Nederland heeft op dit terrein nog nauwelijks beleid. Er is een kennismigrantenregeling uit 2004, maar die loopt eigenlijk te kort om het effect te meten.”

De PBL-beleidsstudie vormt een aanzet voor een advies van de Sociaal Economische Raad over arbeidsmigranten. Raspe en zijn collega’s hebben in kaart gebracht wie de kenniswerkers zijn en waar ze wonen en werken. Met die nieuwe kennis is de overheid beter in staat om specifiek beleid ontwikkelen, is het idee.

Het Amsterdam-effect

Een belangrijk advies van Raspe is: promoot de grote steden waar kenniswerkers heen trekken (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) meer in het buitenland. Vooral Amsterdam is in trek: ruim eenvijfde werkt er en ruim eenderde woont er. Het ‘Amsterdam-effect’, noemden de onderzoekers dat.

„Wij hebben geen Shanghai of New York , maar we kunnen onze steden wel etaleren als één groot stedelijk netwerk met alle voorzieningen. Veel kenniswerkers vertrekken weer na een paar jaar. Verspreid de boodschap: Nederland is een heel aantrekkelijk land om één keer in je leven gewoond te hebben. Er zijn goede universiteiten als je gaat studeren. Interessante loopbaanperspectieven en bedrijven als je hier komt werken. Voor gezinnen en ouderen zijn er internationale scholen en goed openbaar vervoer.”

Een anders advies: ontwikkel ook beleid voor kenniswerkers dicht bij huis, in plaats van voor mensen van ver. Bijna de helft van de hoogopgeleiden komt uit de Europese Unie tegenover een paar duizend uit de VS, India en China. Raspe: „Bedenk ook dat meer dan de helft van onze export binnen Europa blijft. De wereld wordt momenteel weliswaar gewonnen in China, maar Europa is heel belangrijk voor Europa.”