God gaf ons dit talent

De eeneiige schaatstweeling Ronald en Michel Mulder bevecht elkaar op duizendsten van seconden. „Als er dan toch iemand moet winnen, dan maar mijn broer.”

Ronald (links, momenteel uitgeschakeld wegens een liesblessure) en Michel Mulder. Michel is tien minuten ouder. Ronald: „Die wedstijd mocht hij wel van me winnen.”

Ronald Mulder (28) is er het eerst, tweelingbroer Michel arriveert iets later bij het Van der Valk hotel in Wolvega. Het is hun vaste ontmoetingsplek halverwege; Ronald woont in Zwolle, Michel in Heerenveen. Die iets warrige blonde haren, die brede lach met witte tanden. Sportkoepel NOC*NSF riep de schaatsbroers afgelopen februari uit tot „meest voorbeeldige Olympische sporters” van de Winterspelen in Sotsji. Ze wonnen goud (Michel) en brons (Ronald) op hetzelfde onderdeel, de 500 meter sprint. Een eeneiige tweeling op de Spelen, dat is maar een keer eerder gebeurd (de Belgische tweelingbroers Kevin en Jonathan Borlée bij de estafette in 2012). Maar een tweeling samen bij de eerste drie, dat is een unicum.

Nou waren de broers al succesvol met inline skaten. Ronald werd drie keer Europees kampioen, Michel wereldkampioen. Maar skaten is geen schaatsen. Schaatsen is een televisiesport en wie wint op het ijs, wordt bekend. Na Sotsji kwamen de broers allebei in het profteam van beslist.nl, ze kregen fotoshoots in Libelle en Linda, ze schoven aan tafel bij Pauw & Witteman, en ineens stond het (oude) nieuws dat Michel weer vrijgezel was op Nu.nl. De broers hebben een manager die hun perscontacten regelt.

De vrijdagmiddag in oktober in Wolvega was hun laatste ‘persmoment’. De laatste halve rustdag in hun normale trainingsschema. Ze mochten nog één keer uitslapen, na de lunch nog even rusten en dan anderhalf uur trainen in het Thialfstadion in Heerenveen. Daarna zou het officiële schaatsseizoen beginnen. Het was drie weken voor het NK schaatsen in Heerenveen, vier weken voor het WK inline skaten in Argentinië en twee weken voor Ronald een blessure in zijn rechterlies zou oplopen op de 1.000 meter op de Holland Cup in Deventer. Voor hem geen NK en WK meer dit jaar, voorlopig alleen rust en afzondering en werken aan zijn herstel.

Maar dat wisten we nog niet, toen we op het terras zaten bij Van der Valk en Ronald een cappuccino bestelde en Michel (die met een paar-dagen-baardje) een dubbele espresso. Om en om geven ze antwoord op vragen, en ondertussen speelt zich steeds een parallelle dialoog tussen hen af. Ronald eet het koekje bij de koffie op, Michel laat het liggen. Halve woorden, flarden van zinnen. Michel: „’s Avonds weeg ik 82. ’s Ochtends 81.” Ronald slikt z’n koekje door. „Ik kom niet aan, hoeveel ik ook eet.” Michel: „Ik probeer het avondeten uit te stellen. Niet half zes, als je thuiskomt. Zeven uur.” Ronald: „Zeven uur eten is prima.” Michel: „Mij zal je geen kroket zien eten. Of friet.” Ze nemen allebei een salade met geitenkaas.

Ronald is drie centimeter langer, vier kilo zwaarder en tien minuten jonger dan Michel. Hij grijnst: „Die wedstrijd mocht hij van me winnen.” Vast een vaker gemaakt grapje. Feit is dat Ronald lang de betere kaarten had om kampioen te worden op de 500 meter, hij zat als eerste bij een professioneel schaatsteam en hij mocht wel naar de Winterspelen in Vancouver in 2010. Maar zijn broer won meer. Ronald, gelaten: „Als er dan toch iemand moet winnen, laat het dan mijn broer maar zijn.” Wat niet wegneemt dat elke training erop gericht is zijn broers record te breken.

Het verschil tussen winst en verlies zit in duizendsten van seconden. De halve kilometer is zo’n korte afstand dat geen tactiek, dosering of strategie helpt. „Het gaat om de explosie. Vol erin. Alles moet kloppen.” Twee keer moeten de sprinters dezelfde afstand afleggen, in de binnen- en de buitenbaan. Twee kansen om de ander te snel af te zijn. „Het gaat om de kill, zegt Michel. „Hard schaatsen is ons werk.” Ronald: „Zware weken. Schaatsen, rusten, eten, slapen.” Michel: „Ik mis niks. Jij?” Ronald: „De kroeg ofzo? Nee. Jij?” Michel: „De buren denken vast: ‘die jongen is ook veel thuis’. Maar rusten is ook werk.” De winter is ideaal, zegt zijn broer. „Sneller donker, beter slaapritme.”

Iele mannetjes

Michel woont als enige van het gezin Mulder niet in Zwolle. Ouders Luud en Leidy en vijf van hun zonen wonen er op loopafstand van elkaar. Een zoon, de vierde in de rij, overleed op z’n tweede aan een hartinfarct. Vader Mulder is gepensioneerd leraar, hij gaf wis-, natuur-, en scheikunde op het Greijdanus College, waar alle zes jongens hun mavo of havo-diploma haalden. Allemaal deden ze aan voetbal en schaatsen. Toen een van de oudere broers zich blesseerde, ging die skaten om zijn enkels te trainen. In die tijd, zo halverwege de jaren negentig, was skaten nog geen wedstrijdsport. Bekende schaatsers als Erik Hulzebosch en Henri Ruitenberg deden het zomers als extra training. Toen Ronald en Michel ermee begonnen, werden de eerste skeelerwedstrijden gehouden. „Wij waren kleine, iele mannetjes”, zegt Ronald. „Maar met skaten wonnen we.” Schaatsen vergt meer kracht.

Hoe oud waren ze toen? Zes, misschien zeven. Kort daarvoor waren ze doodziek geweest. Zweten, trillen, hyperactief, blaren op handen en voeten. Soms sliepen we drie nachten niet.” De voordeur lieten ze ’s nachts op een kiertje, konden ze stiekem een rondje rond het huis rennen. „Op school lagen achterin de klas matrassen, voor als ze wel konden slapen. Drie setjes kleren mee om tussentijds te verschonen. „We hebben dat jaar wel een klas overgeslagen. We moeten dus ook iets goed heben gedaan.”

Ronald heeft vijf weken in Zwolle in het ziekenhuis gelegen, Michel acht weken in Nijmegen met een iets ergere variant.” Maar pas rond hun twaalfde werd vastgesteld dat de broers hoogstwaarschijnlijk een kwikvergiftiging hadden, veroorzaakt door een zelfgemaakte vulling van de tandarts. Toen hun melkgebit wisselde, verdween geleidelijk de ziektebron uit hun lichaam. Ronald: „Toen het kwik daalde, gingen we schaatsen.”

Zondagsrust

Hun ouders, zeggen ze, hebben hen altijd naar elke training en elke wedstrijd gebracht. Ook die op zondag? De familie Mulder is lid van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Een nogal orthodoxe stroming binnen de kerk, die de zondagsrust respecteert. Michel: „Het kwam wel voor dat we meededen aan internationale jeugdtoernooien. Stond ik aan het eind van de eerste dag bovenaan. Maar de beker ging aan me voorbij, want wij gingen op zaterdagavond naar huis. Het toernooi bereikte zijn hoogtepunt op zondag, wij zaten twee keer in de kerk.” Ronald en zijn vriendin zijn overgestapt naar de christelijk gereformeerde kerk. „Iets minder psalmen en een band in plaats van orgel. Net iets vrolijker allemaal.”

De zondagsrust heeft moeten wijken voor hun talent en dat kunnen ze beargumenteren: „Wij zien het zo: God heeft ons dit talent gegeven en dat moet je benutten.” Toen ze goud en brons wonnen in Sotsji was de hele familie erbij. Ook hun moeder, in een rolstoel. Ze heeft al twintig jaar multiple sclerose (MS).

De 500-meterrit zijn ze El Classico gaan noemen. En alle keren dat de trainer hen die afstand tegen elkaar laat strijden, wordt bijgehouden wie er wint. De teller staat op 3-0 voor Ronald. Om de hals van Michel hangt een gouden hangertje van een skate. Ligt zijn hart toch stiekem daar? Hij schudt van nee: „Een schaats heeft niemand me nog gegeven.” Dit seizoen konden ze het schaatsen en skaten combineren. Schaatswedstrijden in Japan en Seoul in november mochten ze overslaan om naar het skeeler-WK in Argentinië te gaan.

Minder gedoe zeker, skates? Geen ijzers om te poetsen en te slijpen, geen roest, geen ijs dat al of niet smelt. Verkeerd gedacht. De ideale skeelers zijn net zo lastig te vinden als schaatsen. „Iedereen heeft zo zijn voorkeuren. Wil je de wieltjes dicht of open, hoe is de ronding, de grip? Welk materiaal neem je voor de schoen?”

Ronald is de materiaalman van de twee. Michel is, zegt hij zelf, wat minder „gedreven” door snufjes. Ronald: „Sinds de klapschaats kwam er elk jaar wel weer iets nieuws. Een sneller pak, of een nog betere schaats. Je moet oppassen dat je het niet daarin gaat zoeken.” Hun schaatsschoenen zijn van carbon en leer. Michel draagt de zijne al zeven jaar aan zijn blote voeten. Michel heeft een „mannetje in Groningen” om zijn schaatsen te prepareren, Ronald doet dat liever zelf. Te belangrijk om aan een ander over te laten. Soms, als hij in een milde bui is, doet hij ook die van zijn broer. Nu hij het er toch over heeft: Michel rijdt op zijn ijzers. „Ik kreeg een stel ijzers om te proberen. Net iets langere dan ik gewend ben. Ik heb het er een paar keer op geprobeerd, maar kon er niet aan wennen. Ik zeg tegen Michel: probeer jij eens, ik vind het niks.” Michel schaatste er in Erfurt de 500 meter mee onder de 35 seconden. De WK afstanden, de WK sprint, het Olympisch goud. Allemaal gewonnen op de versmade ijzers van zijn broer.