Elegante wraak op moeder

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Uit autobiografische teksten van Hella Haasse valt te destilleren dat zij haar huwelijk als een belemmering voor haar ambities heeft ervaren . Zonder haar strenge echtgenoot had ze een bekende tv-persoonlijkheid kunnen zijn. Ellen van Lelyveld, oudste dochter van de gelauwerde schrijfster, vertelt in Altijd piano. Muziek in het leven van Hella Haasse [1] een ander verhaal. „Mijn vader, Jan van Lelyveld, heeft altijd mijn moeders carrière mogelijk gemaakt door zijn eigen ambities opzij te zetten […].” Pianiste Ellen van Lelyveld heeft het duidelijk verdomd om net als haar vader in de schaduw van Haasse te blijven. Op twee bijgevoegde CD’s horen we háár spelen en op de cover staat háár portret. Ze laat het contrast zien tussen Haasses „publieke persoonlijkheid en haar privé manier van doen”. Als er publiek bij was ging ze zich volslagen anders gedragen. „De wereld was haar podium en daar regisseerde ze virtuoos de beeldvorming rond haar eigen persoon.” Van Lelyveld bekritiseert degenen die daar in trapten en „altijd bewonderend en beschaafd, soms zelfs enigszins geëxalteerd en hoogdravend” over Haasse schreven. Daar wilde ze iets „gewoons” tegenoverstellen. Het resultaat is een elegante wraakoefening.

„O! Wat een extase als ik me geheel afhankelijk voel van jouw grillen, jouw humeur, een wenk van je vinger. En dan – wat een zaligheid – als je eindelijk genadig bent, als de slaaf die lippen mag kussen, waarvan voor hem dood en leven afhangen!” Het als middelmatig te boek staande werk van Leopold von Sacher-Masoch (1836-1895) is grotendeels vergeten, behalve Venus in bont [2] uit 1870, omdat we hier de term ‘masochisme’ aan te danken hebben. Bij mijn weten is de nu verschenen vertaling door Jan van Aken en Marieke Hengarter de eerste in het Nederlands. In een raamvertelling over hartstocht, lust en onderwerping knalt de zweep onophoudelijk. Hoofdpersoon Severin von Kusiemski (we zitten in de tijd van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie) is dermate bevangen door passie voor zijn aanbedene, dat hij geen hoger genot kent dan door haar te worden bespot, veracht, vernederd als een worm, afgeranseld als een hond. Is Sacher- Masoch de tegenpool van of een aanvulling op Markies De Sade? Het moralistische vernis ligt er (te) dik bovenop: wij hebben allen alleen maar de keuze, hamer of aambeeld te zijn. Of is dat moralisme ook een vorm van manipulatie en het hele verhaal een metafoor voor liefde en verraad?

De wandelende filosoof Ton Lemaire noemt de in Mettertijd [3] gebundelde essays miniaturen. Terecht: hij voert een fijn penseel met uiterste precisie. Een enkele keer zijn het eerder schetsen, vluchtige indrukken. De rustieke mijmeringen en waarnemingen van Lemaire kan men het beste savoureren als een doosje bonbons. Niet in één keer naar binnen schrokken, maar zorgvuldig proevend op de tong laten smelten. Altijd gaat het over het verstrijken van de tijd. Zo vraagt hij zich over eigentijdse schilderkunst af: „Is men wel ooit capabel om een juiste diagnose van de eigen tijd te maken, een goede inschatting te geven van het belang van een kunstwerk? Zijn we ertoe veroordeeld om altijd tastenderwijs, als halve blinden, rond te dwalen in onze eigen historische periode als in een labyrint?”

Een enkele keer leiden zijn overpeinzingen hem tot op de rand van het cliché: de tijd lijkt sneller te gaan naarmate men ouder wordt, de wereld lijkt veel kleiner geworden, wandelend ziet men meer van de omgeving dan in een auto. Neem deze tegelwijsheden op de koop toe.

Bij de herdenking van de Kristallnacht noemde de Amsterdamse burgemeester Van der Laan het jongstleden zondag een schande voor onze samenleving dat er politiebewaking nodig was en dat de jaarlijkse kranslegging moest worden verplaatst wegens hernieuwde vormen van antisemitisme. Het was een waarschuwing: waar is het einde?

De Britse historicus Martin Gilbert maakte een studie over de georganiseerde volkswoede tegen de Joden die in de nacht van 9 op 10 november 1938 in nazi-Duitsland leidde tot de vernietiging van honderden synagogen en winkels en de mishandeling en arrestatie van Joden. Wat begon met discriminatie en sluipende anti-Joodse maatregelen, leidde tot een orgie van brandstichting en moord, het voorspel van vernietiging op een schaal die niemand zich ooit zal kunnen voorstellen.

Extra schrijnend is wat Gilbert in Kristallnacht. Voorspel van de vernietiging 1938-1945 [4] schrijft over de terughoudendheid en chicanes van de regeringen in andere landen, inclusief Nederland, en over de weerstanden in de publieke opinie tegen de Joodse asielzoekers die probeerden aan de vervolging te ontkomen. Ondanks moedige inspanningen van particulieren en individuele overheidsdienaren, werden vluchtelingen slechts mondjesmaat toegelaten. Men vreesde aanzuigende werking.