Pruisen en Nederland wilden het drielandenpunt, rijk aan calmine

Met belangstelling nam ik kennis van het interview met historicus Mark Jarrett, over het Congres van Wenen (Embryo van een wereldregering, Wetenschapsbijlage 8-9 november) .

Hoewel de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden daarin (uiteraard) een plaats kreeg, is het jammer dat de kans is gemist een vergeten deel van onze vaderlandse geschiedenis te vermelden, namelijk de oprichting van de zogenaamde ‘Neutraliteit van Moresnet’, een dwergstaatje van 344 hectare groot dat in 1815 werd opgericht en grensde aan Nederland en de Duitse Bond (toen, en ook nu, het Drielandenpunt, na de formele oprichting van België tot en met 1919 het Vierlandenpunt).

Wat was het geval? De streek rond het stadje Moresnet (niet ver van Vaals en Aken) was rijk aan het mineraal calmine (een soort zinkerts) dat eenvoudig kon worden afgegraven van de Altenberg. Het huidige dorp Kalmis (La Calamine) was het centrum van deze activiteit die veel inkomsten opleverde. Dat was de reden waarom Pruisen (en de Duitse Bond) en Nederland dit deel van het Geuldal bij hun grondgebied wilden voegen.

Metternich hakte de knoop door met het voorstel deze streek (niet groter dan de stad Utrecht) een neutrale status te geven met eigen bestuur en zelfstandige voorzieningen

(onder andere postrechten) en belastingvrijdom.

Later in de 19de eeuw, toen de zinkertslagen waren afgegraven, werd de streek vooral Europa’s eerste financiële witwascentrum en belastingparadijs. Een poging om de Neutraliteit de hoofdstad te maken van het Esperanto (wereldtaal) mislukte.

In de Eerste Wereldoorlog annexeerden de Duitsers het gebied en na de Conferentie van Versailles in 1919 werd de streek toegewezen aan België.