Misschien dacht die aap wel: het is nog vroeg, ik ga snel op stap

Het artikel Morgen ga ik vijgen eten (Wetenschapsbijlage 8-9 november) is gewijd aan het bewijs dat apen kunnen plannen: ‘als ze vijgen willen eten, worden ze vroeg wakker’. Nu wil ik direct aannemen dat apen (en andere dieren) plannen, maar ik twijfel aan het bewijs dat hier wordt gegeven. Er was correlatie gevonden tussen vroeg wakker wordende apen en het ontbijten met verse vijgen.

Er is echter een groot verschil tussen correlatie en causaliteit. Helaas gaat wel vaker een onderzoek de mist in omdat deze basisregel van de statistiek vergeten wordt. Mijn leraar statistiek begon altijd met het verhaal van de arts in de jaren 60 in Limburg, die zorgvuldig statistieken had bijgehouden van de gegevens van zijn vrouwelijke patiënten, en zodoende een correlatie had ontdekt: vrouwen die vaak vis eten op vrijdag krijgen veel kinderen. Dus vrouwen die bij hem op consult kwamen omdat ze tot hun spijt niet zwanger werden, kregen als advies: meer vis eten op vrijdag.

Zo ook met die apen. Misschien was de causaliteit wel omgekeerd. Een aap die vroeg wakker wordt, denkt: het is nog vroeg, ik ga nu snel op stap, dan ben ik als eerste bij een lekkere vijgenboom. Of misschien wordt een aap vroeg wakker als hij tijdens zijn slaap geen andere apen in de buurt voelt/ruikt (hij is bang in het donker), en omdat er geen andere apen in de buurt zijn vindt hij de vijgenboom nog niet geplunderd.