Bever helpt kikkers met zijn kanaal

illustratie irene goede

Bevers maken er een zootje van. Ze knagen bomen om en bouwen dammen, waardoor ze hele valleien onder water zetten. De natuur verandert enorm. Bos wordt moeras, een beekje wordt een meer. Je zou denken dat bevers daardoor andere dieren wegjagen. Maar dat is niet zo. Bevers maken juist een fijne leefplek voor veel dieren. In en rond het bevermeer wonen extra veel vissen, insecten, kikkers en salamanders. Daar komen allerlei vogels op af. En op de open geknaagde plekken gaan planten en struikjes groeien. Ook dat trekt vogels en insecten aan. Plus herten en konijnen – en dus ook vossen en roofvogels. Kortom, bevers zorgen voor een rijke natuur.

Canadese onderzoekers hebben ontdekt dat bevers nóg iets goeds doen voor de natuur. Ze graven kanalen in het moeras, van hun meertje naar het bos verderop. Die kanalen kunnen wel 200 meter lang zijn. Ze gebruiken ze als vluchtroute, als er bijvoorbeeld een vos aankomt. En ze slepen er hun takken doorheen, van het bos naar hun dam. Die kanalen zijn ook perfect voor kikkers, zagen de biologen. Ze wisten dat de kikkers geboren worden in het bevermeer. En dat ze als volwassen dier aan de bosrand leven. Hoe komen ze daar? Via die beverkanalen. Dankzij de bevers hoeven de jonge kikkers niet door het moeras te ploeteren. Ze kunnen veilig en snel door de kanalen zwemmen. In en langs de kanalen vonden de onderzoekers bijna tien keer zoveel jonge kikkers als in het moeras er omheen.

Wist je trouwens waarom bevers de hele boel onder water zetten? Niet om een mooie visvijver te maken, want bevers eten geen vis. Ze eten boomschors en twijgen. Vandaar het meer: afgeknaagde takken kun je beter in het water vervoeren dan over land. Die takken gebruiken de bevers ook voor hun burcht. Dat is de holle takkenheuvel waar ze in wonen. Dankzij de vijver blijft de ingang van de burcht altijd onder water. Ideaal: de bevers kunnen er zelf wél in komen, maar hongerige vossen niet. Want die houden niet van water.