Bedrijfsleven wapent zich tegen corruptiepraktijken

Hoge boetes, zoals die bij SBM Offshore eerder deze week, dwingen bedrijven zich in te dekken tegen de risico’s van corruptie in het buitenland.

Nederlandse bedrijven nemen steeds vaker maatregelen die buitenlandse corruptie moeten voorkomen. Reden voor de bezorgdheid is de hardere aanpak van omkoping in het buitenland door justitie, zowel in Nederland als de Verenigde Staten. Dat blijkt uit een rondgang langs bedrijven, compliancedeskundigen en fraudeadvocaten.

Deze week betaalde de Nederlandse olieplatformbouwer SBM Offshore 193 miljoen euro aan het Openbaar Ministerie omdat het bedrijf agenten heeft omgekocht in Angola, Brazilië en Equatoriaal-Guinee. Het is de grootste schikking die ooit door de Nederlandse justitie is getroffen.

Bedrijven zijn bang dat hun lokale tussenpersonen, agenten genoemd, steekpenningen betalen om bijvoorbeeld opdrachten binnen te halen of vergunningen te regelen. Daarom laten ze hun agenten nu uitgebreid screenen en brengen de samenwerking soms drastisch terug.

SBM Offshore werkt vanwege „het risico” inmiddels zo min mogelijk met agenten samen, zegt bestuurder Sietze Hepkema. Het bedrijf werkt niet meer met agenten „op grote projecten” en ook niet in landen waar het beschikt over „een eigen organisatie ter plekke”. Ook advies- en ingenieursbureau RoyalHaskoningDHV geeft aan dat zijn inzet van agenten „sterk is afgenomen” en offshorebedrijf Bluewater werkt „het liefst zonder agenten”.

Fraudeadvocaten en compliance-experts bevestigen de trend dat bedrijven stoppen met agenten of ze uitvoerig laten doorlichten. „Er is een veel kritischer houding ten opzichte van agenten”, zegt advocaat Joost Italianer van NautaDutilh. Advocaat Aldo Verbruggen van Houthoff Buruma zag het aantal hulpvragen hierover het afgelopen jaar „minimaal verdubbelen”. En Richard Franken, directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, kreeg twee keer zoveel opdrachten om buitenlandse agenten aan een onderzoek te onderwerpen.

Daarmee sluit Nederland aan bij een wereldwijde trend, blijkt uit een enquête van vaktijdschrift Compliance Week onder 200 bedrijven die met agenten werken. Dit jaar heeft 97 procent van die bedrijven hun agenten laten onderzoeken. Vorig jaar was dat nog 87 procent.

Helemaal stoppen met agenten is niet nodig, zeggen de deskundigen. Al begrijpt Gerwin Naber, partner bij de forensische praktijk van advieskantoor PwC, de keuze van SBM Offshore ook wel. „Werk binnenhalen is belangrijk, reputatie is belangrijker.”

Behalve screenen doen bedrijven meer om te voorkomen dat hun agenten omkopen. Zo moeten agenten vaak contracten ondertekenen waarin staat dat ze zich aan de bedrijfsregels houden en moeten ze ethiektrainingen volgen. Mocht het toch misgaan, dan kunnen bedrijven in ieder geval zeggen dat ze er alles aan gedaan hebben om corruptie te voorkomen. „Dat resulteert doorgaans in een lagere boete”, zegt advocaat Marnix Somsen van De Brauw.