Zeg nee tegen ophokplicht

Meer uren onderwijs dankzij meer geld van de overheid. Zo moet de kwaliteit van het universitaire onderwijs omhoog. Vier studenten vinden het een slecht plan.

Foto Thinkstock, bewerking NRC

De overheid streeft naar een betere kwaliteit van het onderwijs. Dit wil ze bereiken door studenten intensiever te gaan begeleiden. Het ministerie heeft daarom het aantal verplichte contacturen per week voor eerstejaars bachelorstudenten verhoogd. De gedachte is dat het studiesucces toeneemt wanneer studenten meer contact hebben met medestudenten en docenten. Is dit wel het geval? Wij, studenten aan de Universiteit Utrecht, zijn de dupe geworden van deze ophokuren.

Om te beginnen hebben universiteiten zelf een beter inzicht in wat nodig is om studenten op te leiden. Waar een studie als geneeskunde inderdaad baat heeft bij intensieve begeleiding en feedback van medestudenten heeft een studie als geschiedenis juist veel meer baat bij zelfstudie.

Twaalf verplichte studie-uren voelt dan eerder als een verspilling van kostbare tijd dan als een verbetering van de kwaliteit.

Deze bemoeienis van Den Haag vinden wij paradoxaal, omdat we het tegenovergestelde zien gebeuren in de zorg. Daar krijgen gemeenten juist meer taken en autonomie, zij hebben immers een beter idee van wat er in hun wijken speelt. Hierdoor kan de zorg efficiënter worden ingericht. Waarom zouden universiteiten hun onderwijs niet zelf kunnen inrichten?

De maatregelen kosten de universiteiten ontzettend veel geld. Om het verplichte extra aantal contacturen te bewerkstelligen, heeft het kabinet een bedrag gereserveerd van 200 miljoen in 2013, oplopend tot 230 miljoen in 2015. Deze middelen zullen, zoals in het regeerakkoord staat, voornamelijk gefinancierd worden met de opbrengsten van het nieuwe leenstelsel.

Bescherming tegen drop-out

Dat de opbrengsten van het leenstelsel weer in de kwaliteit van het onderwijs worden gestoken, valt te prijzen. Maar is dit echt iets waarbij studenten zelf baat hebben? Wij ervaren deze ophokuren namelijk eerder als tijdverspilling dan als een educatieve toevoeging. Al dat geld zou bijvoorbeeld veel meer effect kunnen hebben door het onderwijs kleinschaliger te maken. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat studiesucces toeneemt wanneer studenten in kleinere groepen werken. Deze verkleining biedt een goede bescherming tegen drop-out en eventuele studievertraging.

Zinvolle invulling

Universiteiten krijgen slechts tijdelijk extra financiële middelen voor de verhoging van het aantal contacturen. Daarna moet er met gelijkblijvende middelen voor meer en beter onderwijs worden gezorgd.

Dr. Anne Roeters, docent sociologie aan de Universiteit Utrecht, heeft ervaring met de verhoging van het aantal contacturen in het universitair onderwijs. Het is haar duidelijk geworden dat alleen het aanbieden van meer contacturen niet voldoende is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Zo worden voor bepaalde cursussen bijvoorbeeld opeens symposia georganiseerd om zinvolle invulling te geven aan de extra uren. Echter, na deze extra inspanningen van de docenten werd een aantal cursussen slechter beoordeeld door studenten dan het jaar ervoor.

Dit is erg frustrerend voor de betrokken docenten. Er wordt meer tijd en moeite in het onderwijs gestopt en dit uit zich vooralsnog niet in betere beoordeling. Het werkplezier voor de betrokken docente is hierdoor afgenomen.

Volgens Anne Roeters verschilt het per opleiding, per cursus, maar ook per student of een verhoging van het aantal contacturen het gewenste effect zal opleveren. Ook is er volgens haar nog te weinig onderzoek gedaan naar studentenmotivatie, wat een complex samenspel van factoren is. Beleid over dit onderwerp is dan ook vaak op onjuiste aannames gebaseerd. Dat is vreemd, uitgerekend aan universiteiten, met hun traditie van grondig onderzoek voordat je iets zomaar aanneemt of verandert.

De ambitie om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, is een mooi streven. Maar studenten verplichten om extra uren in een lokaal door te brengen, geeft niet het gewenste resultaat.