Schoorvoetend stemt Tweede Kamer in met naheffing van EU

De naheffing van 642 miljoen euro uit Brussel blijkt gewoon te kloppen. Den Haag betaalt, ondanks eerdere verbazing.

De minister speelde toneel, de minister heeft gejokt, het vertrouwen in Europa is geschaad en Nederland is chagrijnig. De kwalificaties in de Tweede Kamer – van links tot rechts – over de Europese naheffing van ruim 642 miljoen euro die Nederland aan de Europese Commissie moet betalen waren niet mals.

Gisteren moesten minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) en premier Mark Rutte (VVD) zich ervoor verantwoorden in het parlement. Niet alleen over de omvang van het bedrag – „uitzonderlijk hoog”, zo erkende ook de minister – maar vooral ook over de manier, waarop het kabinet eind oktober er aanvankelijk op had gereageerd. Dat was op donderdag 23 oktober, nadat de nacalculaties op de contributies voor alle lidstaten via Financial Times waren uitgelekt.

Deze herziening had te maken met nieuwe rekenmethodes voor de omvang van de economieën. Veel landen waren op papier kleiner geworden en kregen geld terug. Nederland en het Verenigd Koninkrijk waren harder gegroeid en kregen over de voorbije jaren een extra aanslag. Zowel Dijsselbloem als Rutte, op dat moment in Brussel aanwezig, riepen ter plekke voor de camera’s dat ze overvallen, verbaasd en geïrriteerd waren. De zaak moest tot de bodem uitgezocht.

Dat heeft Dijsselbloem inmiddels gedaan en zijn slotsom – al eerder aan de Kamer meegedeeld – is dat de gebruikte rekenmethode juist is en de naheffing dus terecht. Hij zal betalen, liet hij gisteren dan ook weten.

De regeringspartijen VVD en PvdA zijn overtuigd, net als D66 en GroenLinks, en zien in dat de rekening onvermijdelijk, „conform gemaakte afspraken” moet worden voldaan. Dat is voor Rutte en Dijsselbloem een veilig meerderheidsstandpunt. De oppositie bleef mopperen. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt beschuldigde nog tijdens het debat Dijsselbloem via Twitter van „jokken”, maar wilde dat niet omzetten in een motie van wantrouwen. Dat deed de PVV wel, en meteen maar tegen het hele kabinet.

Minister Dijsselbloem beraadt zich nog of hij gebruik wil maken van een door Brussel aangeboden betalingsregeling: gespreide betaling tot 1 september volgend jaar. Het hangt er namelijk van af of hij dit jaar gemakkelijker ruimte in de begroting vindt voor deze tegenvaller, of volgend jaar. Het begrotingstekort van Nederland mag er immers niet dusdanig door oplopen, dat de kritische grens van 3 procent wordt overschreden. „Dat zou helemaal van de gekke zijn.” Voor 1 december komt hij met de Najaarsnota. Daarin zal de huidige financiële speelruimte duidelijk worden.