Oscar, doe je benen aan

De internationale aandacht voor de rechtszaak rondom Oscar Pistorius was enorm. Hij was na Mandela de populairste Zuid-Afrikaan, maar waarom eigenlijk? En waarom waren ook wij geboeid door deze Zuid-Afrikaanse Pistolen Paultje?

Oscar Pistorius tijdens zijn proces bij het hooggerechtshof in Pretoria, op 7 april 2014 Foto Kyodo/HH

Het was stil in de rechtszaal toen Oscar Pistorius, de Zuid-Afrikaanse atleet die symbool stond voor het doorzettingsvermogen van zijn land, zijn hulpmiddelen af deed en zich op stompen voortbewoog. Pistorius’ advocaat gebruikte het effect om te tonen hoe kwetsbaar de gespierde hardloper was zodra hij zijn protheses niet aan had. De rechter, die zelf moeilijk liep omdat ze artritis had, voelde zich op dat moment even verwant met de voortstrompelende man die van 1.83 meter was gekrompen tot 1.57. ‘Zuid-Afrika’s “hottest hunk”, “meest sexy man” en nationale sportheld was veranderd in een dwergachtig iemand die moeite had zijn evenwicht te houden op twee dunne, bleke, gerimpelde stompen’, schrijft John Carlin, correspondent voor onder meer The Times, The Independent, The Observer en de Daily Mail, in zijn boek over de gevallen held.

Toen Oscar Pistorius op 14 februari 2013 zijn vriendin, fotomodel Reeva Steenkamp, doodschoot door dwars door de badkamerdeur vier dumdumkogels af te vuren, was hij er naar eigen zeggen van overtuigd dat zich achter de deur een insluiper bevond. Een van de kogels ontplofte in Reeva’s hoofd. Nadat hij zijn protheses had aangetrokken, sloeg hij met een cricketbat de deur in om daar te zien hoe zijn vriendin, met wie hij drie maanden daarvoor een relatie was begonnen, voor dood lag. Hij gilde hoog – het leek wel alsof een vrouw gilde, verklaarde een getuige later – en riep om hulp.

Was dit een afrekening van een ontspoorde beroemdheid met zijn vriendin die bij hem wegwilde, zoals de moeder van Reeva beweert in haar vorige week verschenen boek A Mother’s Story? Of was Pistorius het slachtoffer van de angst voor criminaliteit die elke Zuid-Afrikaan in zijn greep houdt, zoals John Carlin in zijn maandag te verschijnen boek Oscar Pistorius. Het ware verhaal van de Blade Runner verklaart? En als dat al zo is, hoe heeft het dan zo ver kunnen komen, is een van de vragen die Fred de Vries wil beantwoorden in een derde, onlangs verschenen kijk op het gebeuren: Pistorius. Elk land zijn held.

De rechtszaak kreeg absurd veel aandacht. Voor Zuid-Afrika is dat nog wel te begrijpen. Pistorius was de eerste hardloper zonder benen die in 2012 tijdens de Olympische Spelen in Londen bij de 400 meter opnam tegen hardlopers met benen. Eerder had hij al enkele medailles gewonnen bij de Paralympics en in zijn eigen land was hij uitgegroeid tot een icoon. Na Nelson Mandela was hij de grootste bekendheid van zijn land. ‘Zuid-Afrikanen van alle rassen wilden, hun politieke leiders beu, in hem de held zien die de lege plek van Mandela kon innemen’, schrijft Carlin. Hij belichaamde het verhaal van de Zuid-Afrikaan die ondanks tegenslag alles wist te overwinnen. De man die altijd had willen doen alsof hij niet gehandicapt was en ook zo behandeld wilde worden, paste opeens keurig in de gebruikelijke statistieken: met 47 moorden per dag kijkt geen Zuid-Afrikaan op van een fatale schietpartij. Daarnaast is het aantal verkrachtingen extreem hoog en past Pistorius’ houding ten aanzien van de vrouw helemaal in het plaatje van een land waar de machocultuur overheerst, blijkt uit het boek van De Vries.

Raadselachtigheid

Wat de zaak internationaal aantrekkelijk maakte was niet alleen de raadselachtigheid ervan of het feit dat dit een soort real life versie was van The Beauty and the Beast, maar de tragedie appelleerde aan de angst voor de blanken in Zuid-Afrika – het klopte met de plaasmoorden die blanke boeren het leven kostte en die vooral buiten Zuid-Afrika politiek geduid werden. Ook in de stad, waar blanken zich terugtrekken in compounds (net als Pistorius zelf), leek de angst dus gerechtvaardigd. De moord kon gekoppeld worden aan de stand van zaken in Zuid-Afrika.

Gelukkig was de moordenaar blank, dus er kon zonder angst voor racisme uitgebreid geschreven worden over het proces. Anders dan in de zaak O.J. Simpson – de American-football-speler die in 1995 werd vrijgesproken voor de moord op zijn ex-vrouw en haar nieuwe vriend – was hier niet de politie, maar de dader zelf misschien wel een racist. Hij was er immers plompverloren vanuit gegaan dat hij een zwarte inbreker neerschoot en dat dat ook een goed excuus was voor zijn gedrag; een ‘incident’ zoals hij het zelf noemde tijdens de rechtszaak. Dat Pistorius zich bovendien de beste advocaten kon veroorloven was rolbevestigend.

Alles bij elkaar genomen toonde de zaak het beeld dat we van Zuid-Afrika hebben: er is economische apartheid waarbij de blanken op zwarten schieten omdat ze in constante angst leven. De vrees voor zwarten en het hoge aantal moorden waren de bevestiging dat de verzoeningspolitiek niet helemaal geslaagd was. En dat was natuurlijk treurig, maar ook prettig. Het Westen had weliswaar bewondering voor het pad dat sinds Mandela onder de naam ubuntu was ingezet, maar het idee dat verzoening ook echt kon was voor de westerling onbegrijpelijk. Zuid-Afrika was een tragisch land en dat kan je niet zomaar ongedaan maken.

Afrekening

Maar hoe liep de zaak nu écht af? Pistorius werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf vanwege dood door schuld. Dat hij bewust zijn vriendin heeft doodgeschoten, achtte de rechter niet bewezen. De moeder van Reeva vindt dat uiteraard onbegrijpelijk, en rekent in haar boek genadeloos af met Pistorius. Haar dochter had te weinig vertrouwen in de relatie en overnachtte wel bij hem, maar had geen seks. Dat is veelzeggend, aldus haar moeder. Reeva werd dusdanig geclaimd door Pistorius dat ze er steeds slechter ging uitzien. Het slot van haar boek is omineus: ‘It was Reeva’s bad luck that she met him, because sooner or later he would have killed someone. I do believe that.’

Van die moeder moeten we ons niet te veel aantrekken, oordeelt Carlin. ‘De Steenkamps rouwden, toch zorgde hun dochter er nu op bizarre en geheel onverwachte wijze voor dat het familiekapitaal meer toenam dan ze ooit in haar leven voor elkaar had gekregen’, schrijft hij, met een opvallend gebrek aan empathie voor een echtpaar dat net hun dochter heeft verloren.

Empathie kan Carlin wél opbrengen voor de man die de trekker overhaalde: Pistorius. Die partijdigheid is des te verrassender omdat Carlin een uitstekende reputatie heeft. Hij is de schrijver van het voortreffelijke Nelson Mandela en de wedstrijd die een volk verenigde, een boek over Mandela en het wereldkampioenschap rugby – door Clint Eastwood verfilmd als Invictus. Daarin vertelt hij hoe Mandela zijn verzoeningspolitiek vormgaf, maar ook het spannende verhaal over de voorbereidingen van de rugby-finale die in eigen land door Zuid-Afrika werd gewonnen van Nieuw-Zeeland.

Ditmaal baseert Carlin zich op gesprekken met sympathisanten van Pistorius. Uitgebreid vertelt hij over de sterke band tussen Pistorius en zijn moeder die hem opvoedde alsof er niets aan de hand was en ’s ochtends bijvoorbeeld riep: ‘Carl [de broer van Pistorius] doe je schoenen aan en Oscar doe je benen aan.’ Carlin schrijft over de jaren op de kostschool, het trauma dat Pistorius oploopt als tijdens zijn puberteit zijn moeder overlijdt.

Er is ook aandacht voor de woedeaanvallen, de klachten van de ex-vriendinnen en Pistorius’ roekeloosheid, die blijkt uit eerdere schietincidenten, maar wat Carlin vooral wil laten zien is hoe angst Zuid-Afrika in zijn greep houdt. Pistorius loopt extra risico, omdat hij zo hulpbehoevend is. Fred de Vries haalt in zijn boek veel van die voorbeelden ook aan, maar zonder er een conclusie aan te verbinden.

Het verhaal van de rechtszaak wordt bij Carlin vooral vanuit het perspectief van Pistorius en zijn advocaat verteld, waarbij de aanklager steeds monsterlijker proporties krijgt. Daarentegen is het wel weer zo opgeschreven dat je je in een spannende detective waant, ook al ken je net als in zijn rugby-boek de afloop al.

Wanneer Pistorius voor aanklager Gerrie Nel, staat, schrijft Carlin: ‘Nu moest hij het opnemen tegen Nel, met als inzet niet de overwinning op de 400 meter, maar de vraag of hij al dan niet de komende kwart eeuw achter de tralies zou zitten.’ Aan het slot concludeert hij: ‘Pistorius bleef een symbool van Zuid-Afrika, maar van een Zuid-Afrika dat complex was, ambivalent en dat zijn heroïsche rol op het wereldtoneel niet langer kon spelen. In 2014 bood Pistorius een betrouwbare weerspiegeling van het land van Mandela.’ Je had gehoopt dat dat het uitgangspunt was en niet het eindpunt voor dit boek.

Leeftijdgenoot

Fred de Vries, correspondent voor De Groene Amsterdammer, Elsevier en Knack en auteur van het mooie De Afrikaners. Een volk op drift neemt die gedachte juist wél als uitgangpunt. Omdat hij weliswaar in Zuid-Afrika woont, maar er niet is opgegroeid, zocht hij de samenwerking met een lokale journaliste: Taryn van Jaarsveld, bijna een leeftijdgenoot van Pistorius. Vanuit persoonlijk perspectief vertelt zij over de impact die het nieuws had, hoe het was om op te groeien na de afschaffing van de apartheid en te leven in constante angst voor criminaliteit. Tegelijkertijd maakt zij aannemelijk dat het handelen van Pistorius buitenproportioneel was, óók wanneer hij een insluiper vermoedde.

De Vries zelf schrijft ondertussen over de rechtszaak, de achtergrond van Pistorius, zijn vroegere dubieuze gedrag én over het Zuid-Afrika ‘dat zichzelf graag een uitzonderlijke status heeft toegedicht: die van een mythische natie die zijn handicaps heeft overwonnen […]. Maar Zuid-Afrika is ook een onzeker land met een vreselijke geschiedenis en wanhopig op zoek naar symbolen die dat beeld van een ‘goede natie’ bevestigen en bestendigen.’ Zowel Taryn van Jaarsveld als Fred de Vries laten, zoals de meeste beschouwers, de mogelijkheid open dat Pistorius wel moedwillig zijn vriendin neerschoot.

Pistorius. Elk land zijn held is eigenlijk het boek dat Carlin had moeten schrijven, en waartoe hij ook in staat was geweest. Door gesprekken met experts, het weergeven van alle berichtgeving laat De Vries fraai zien hoe een sportheld de temperatuur van zijn land aangeeft en welke impact zijn opkomst en ondergang hebben. Om dan overigens niet al te optimistisch te eindigen: ‘Toen Oscar het beeld van de buitengewone sporter in een buitengewoon land aan flarden schoot, nam hij ook die perceptie van een gezonde, vooruitstrevende natie mee in zijn val.’ De haast onschuldige kwetsbaarheid van de stompjes doet daar niets aan af.