Niets liever dan een Lucille Ball worden in Londen

Hoe bekrompener mensen zijn, hoe meer gênante situaties er kunnen ontstaan. En Nick Hornby is een meester als het gaat om gênante situaties. Hij vermijdt ze niet, integendeel: hij komt ze bij je neerleggen, waar hij ze nauwgezet uiteenpluist. Dodelijk eerlijk, indrukwekkend lichtvoetig.

Zijn nieuwe roman is voor een groot deel – en gelukkig, zou je bijna zeggen – een aaneenschakeling van pijnlijke momenten. Funny Girl gaat over een mooie jonge vrouw die in de jaren zestig de bekrompenheid van Blackpool probeert te ontvluchten – en, meer in het algemeen, over Groot-Brittannië dat zich aan de bekrompenheid van de jaren zestig ontworstelt. Barbara zou het liefst een komische actrice worden, de Britse Lucille Ball. Om die ondorpse droom te doen verdampen hebben haar vader en tante een droeve toekomst voor haar uitgestippeld: ze kan Miss Blackpool worden, en dan eventueel nog Miss UK, maar dat laatste lukt vast niet en dan kan ze gewoon netjes trouwen. Als Barbara op het Miss Blackpool-erepodium in tranen uitbarst, denkt de burgemeester dat ze ontroerd is door haar overwinning, maar ze huilt omdat de hele dag nog onbeduidender is dan ze al gevreesd had.

Daarna gebeurt het wonder: als Barbara naar Londen vlucht, wórdt ze echt de Britse Lucille Ball – ze krijgt de hoofdrol in een op haar lijf geschreven sitcom over een huwelijk. Maar ook in Londen heerst veel bekrompenheid. Hornby schetst een wereld waarin sommige volwassen mensen geen idee hebben of ze eigenlijk nog maagd zijn, iets wat je tegelijkertijd niet en wel kunt geloven. De twee schrijvers van de tv-serie zijn homoseksueel, wat toen illegaal was, en Hornby laat hen daar prachtig omheen praten, zelfs tegen elkaar. Eén van de twee is getrouwd en het indirecte gesprek over seks dat hij met zijn vrouw heeft, in een restaurant, als ze honderd weken getrouwd zijn, is een hoogtepunt in het boek. Het is verlegen, liefdevol en eerlijk, terwijl Hornby er zo makkelijk een slapstickachtig gebeuren van had kunnen maken.

Niet dat Hornby vies is van slapstick. Bij een etentje voor vier laat hij rustig de ene man met een bloedmooie jonge vrouw verschijnen, terwijl de ander gewoon zijn eigen (verbijsterde) vrouw bij zich heeft – de mannen hadden niet goed afgesproken wat voor avondje dit was. Funny Girl is minstens even grappig als de succesvolle sitcom waarover het boek gaat.

Funny Girl speelt net na de tijd waarin An Education (2009) gesitueerd is, de prachtige film over een opgroeiend Brits middelbare-schoolmeisje waarvoor Hornby het script schreef. Het is alsof de schrijver nog graag even in die tijd wilde verblijven. Hij heeft recent trouwens voornamelijk columns en filmscripts geschreven; de films Brooklyn en Wild (met Reese Witherspoon) komen volgend jaar uit. Hopelijk vindt hij ook weer wat tijd voor romans, want Funny Girl is zijn beste boek tot nu toe.