Nederlandse fiscus kwam Starbucks flink tegemoet

Fiscale afspraken tussen Nederland en Starbucks zijn staatssteun, zegt Brussel. Nu is de vraag: is die ook verboden?

Het is staatssteun: de afspraak die de Nederlandse Belastingdienst in 2008 maakte met de Amerikaanse koffieketen Starbucks. Dat schrijft de Europese Commissie in een besluit dat vandaag is gepubliceerd.

Met staatssteun is niet per definitie iets mis. Maar in dit geval bestaan er „twijfels over de verenigbaarheid van deze steun met de interne markt”. Mogelijk is het dus verboden staatssteun.

In juni kondigde de Europese Commissie aan dat het onderzoekt of de belastingdeal met Starbucks wel strookt met alle Europese staatssteunregels. Tot nu toe was onbekend om wat voor afspraken het precies gaat.

In het besluit dat vandaag openbaar is gemaakt, legt de Europese Commissie aan Nederland uit waarom het een onderzoek is gestart. Uit het document blijkt precies wat de fiscus met Starbucks heeft afgesproken. Dat is informatie die normaal gesproken geheim blijft.

Het is ongemakkelijk voor zowel de Belastingdienst als Starbucks dat iedereen nu kan meelezen wat ze wanneer hebben afgesproken – en waarom.

Goochelen met prijzen

De deal waar de Europese Commissie moeite mee heeft, is gemaakt in 2008. Het gaat om een zogenoemde advance pricing arrangement. Een verrekenprijsafspraak in het Nederlands. Dat is een afspraak over de prijs die wordt gebruikt als een bedrijfsonderdeel in het ene land iets verkoopt aan een bedrijfsonderdeel in een ander land. Spullen bijvoorbeeld. Of het gebruik van een logo. Wie de hoogte van deze prijzen slim vaststelt, kan ervoor zorgen dat de winst in het ene land hoger is en in het andere juist lager – en zo profteren van de fiscale regels in verschillende landen.

Die prijzen moeten alleen wel enigszins reëel zijn. Of in jargon: ze moeten voldoen aan het ‘zakelijkheidsbeginsel’. De verrekenprijsafspraak uit 2008 gaat over de prijzen die Starbucks in Nederland en Starbucks in Zwitserland aan elkaar in rekening brengen. Daarin zit het probleem: is die afspraak wel zakelijk genoeg?

De omstreden deal wordt gebaseerd op eerdere afspraken tussen Starbucks en de Belastingdienst uit 2001. Kort daarna, in 2002, liet Starbucks de fiscus per fax weten, dat het in Nederland een extra vennootschap zou oprichten „om te vermijden dat de Zwitserse entiteit van Starbucks onder Amerikaanse fiscale wetgeving zou vallen”, zo valt te lezen in het besluit.

Die Zwitserse entiteit koopt koffiebonen in voor alle bedrijfsonderdelen van Starbucks. Maar die bonen brandt en verpakt Starbucks in Nederland. Om de koffiebonen op de ‘Starbucksmanier’ te mogen branden, moet de branderij een vergoeding betalen aan Zwitserland. Die entiteit bezit namelijk de betreffende intellectuele eigendomsrechten.

De vergoeding wordt betaald in de vorm van ‘royalty’s’. Hoe meer royalty’s Starbucks Nederland moet betalen, hoe minder winst er in Nederland overblijft. En hoe minder winst, hoe minder er wordt belast. Onder meer over de prijs van deze royalty’s heeft de Europese Commissie twijfels.

Selectief voordeel

„De belangrijkste vraag in deze zaak”, schrijft de Europese Commissie, is of de afspraak uit 2008 „een selectief voordeel verleent” aan Starbucks, „doordat hij tot een verlaging van haar fiscale verplichting in Nederland leidt”. Individuele afspraken zouden voor een bedrijf namelijk „niet mogen resulteren in een lagere belastingheffing” dan voor andere bedrijven „die zich in een juridisch en feitelijk vergelijkbare situatie bevinden”.

Maar staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) maakt zich weinig zorgen. „Ik heb er vertrouwen in dat dit onderzoek uiteindelijk zal uitwijzen, dat er geen sprake is van staatssteun”, schrijft hij vanochtend in een brief aan de Tweede Kamer.

Komende tijd moet de Nederlandse belastingdienst allerlei extra informatie aanleveren. Op basis daarvan zal de Europese Commissie een definitief oordeel vellen: is die belastingdeal nou in orde of niet?