‘Muziek spelen of je een stad bouwt’

Klassieke muziek

De Nederlandse celliste Harriet Krijgh (23) woont en studeert in Wenen en won al verschillende prijzen. Deze week soleert ze bij Het Gelders Orkest.

Harriet Krijgh: „Die Sjostakovitsj-sfeer komt beter uit bij bij langzamer tempi.” Foto Flip Franssen

Het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj is een hoogtepunt in het cellorepertoire – alleen worden de hoekdelen altijd te snel gespeeld. Dat vindt althans Harriet Krijgh (1991), die het werk nu uitvoert met het Gelders Orkest. Dat vlotte tempo gaat terug op Rostropovitsj, aan wie Sjostakovitsj het concert opdroeg en die het in 1959 in première bracht. „Zijn uitvoering is fantastisch”, zegt Krijgh, „maar soms gaat er iets verloren. Ik vind dat die echte Sjostakovitsj-sfeer bij langzamer tempi toch beter uitkomt.”

Krijgh mag pas 23 zijn, ze weet wat ze wil. Ter voorbereiding verslond ze boeken over Sjostakovitsj en beluisterde talloze opnames. In zijn filmmuziek uit dezelfde periode stuitte ze op een fragment dat sprekend lijkt op het openingsthema van het Celloconcert, maar trager. „Een bizarre scène, met soldaten die de dood tegemoet lopen. Die sfeer, daar denk ik over na”, zegt Krijgh. Alles draagt bij aan waar het haar om gaat: muziek maken van de noten, stemmingen oproepen, mensen raken. Bezoekers van haar concerten zien een bevlogen podiumpersoonlijkheid in opperste concentratie, wars van show.

En die bezoekers nemen snel in aantal toe. Sinds haar triomf bij de Amsterdamse Cello Biënnale, waar ze in 2012 zowel de jury- als de publieksprijs won, nam Krijghs carrière een vlucht. Vorige maand maakte ze haar debuut in de Musikverein in haar woonplaats Wenen, eveneens met het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj, en werd prompt teruggevraagd om ook diens Tweede te komen spelen.

Door de European Concert Hall Organisation ECHO is ze tot ‘Rising Star’ voor 2015/2016 gebombardeerd, waardoor ze recitals mag geven in vijftien vooraanstaande concertzalen.

Tussen haar concerten door volgt Krijgh een masteropleiding aan de Kronberg Akademie. „Het leuke daar is dat je met topmusici mag werken – ook pianisten en violisten. Zij kennen het technisch gevoel van de cello niet, dus gaat het puur over de muziek.”

Voor haar vierde cd, Elegy, werkte Krijgh met dirigent Gustavo Gimeno. Dat beviel zeer. Gimeno gaf hoog op van Krijghs muzikaliteit – wanneer in het orkest een noot te vroeg komt, lijkt dat haar bijna fysiek pijn te doen, zei hij. Want Krijgh weet tot in detail hoe de muziek die ze vertolkt moet klinken. „Een werk studeren is alsof je een stad bouwt”, zegt ze, „van de contouren tot de blaadjes aan de bomen. Ik wil een stuk helemaal kennen, niet alleen mijn eigen partij.” Sjostakovitsj’ stad zit nu in haar hoofd en Krijgh heeft zin in de concerten. „Het Gelders is een fijn orkest, muzikaal én menselijk.”