Laat kinderen vaker zelf opkomen voor hun rechten

Kwetsbare kinderen weten zich beschermd door een VN-verdrag dat 25 jaar bestaat. Ton Liefaard ziet vooruitgang, maar ook schendingen, óók in Nederland.

De wereld kent verschillende verdragen waarin rechten van de mens zijn vastgelegd. Geen van die verdragen weet zich zo breed gesteund als het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, dat de Verenigde Naties nu precies 25 jaar geleden hebben aanvaard.

Slechts drie van de 197 landen in de wereld hebben het Kinderrechtenverdrag niet omarmd: Somalië, Zuid-Soedan en de Verenigde Staten. Daarmee is dit verdrag het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag en volgens sommigen het meest succesvolle dat wij kennen. Het is de vraag of dit terecht is. Valt er eigenlijk wel wat te vieren? Nemen wij de rechten van kinderen wel serieus genoeg?

Rechten voor kinderen zijn grofweg in drie groepen in te delen. De eerste betreft rechten die hen beschermen tegen geweld, verwaarlozing en vormen van uitbuiting, zoals kinderarbeid, betrokkenheid in gewapende conflicten of seksueel misbruik.

De tweede betreft economische, sociale en culturele rechten, zoals het recht op voeding, onderwijs, medische zorg en onderdak. Het verdrag erkent ook expliciet dat kinderen recht hebben op vrije tijd om te spelen – zeer wezenlijk voor de ontwikkeling van kinderen.

Als derde zijn er de zogenoemde participatierechten, waaronder het recht op respect voor de vrijheid van meningsuiting, op bescherming van privacy en op informatie. Tot de laatste groep behoort ook het recht om te worden gehoord. Kinderen hebben het recht hun stem te laten horen in besluitvorming die hen raakt en aan hun mening dient passend belang te worden gehecht.

Het is bijzonder dat dit in het verdrag staat. Het stelt de rechten van kinderen op één lijn met die van volwassenen. Niet langer zijn kinderen louter het onderwerp van zorg en speciale begeleiding.

Kindermishandeling

Het is de taak van nationale overheden om het verdrag uit te voeren en de rechten van kinderen te respecteren. Een VN-Comité voor de Rechten van het Kind, dat bestaat uit achttien deskundigen, ziet hierop toe. Het zetelt in Genève.

In de afgelopen 25 jaar zijn in veel landen wetten tot stand gekomen om de positie van kinderen te verbeteren, bijvoorbeeld op het terrein van jeugdbescherming, jeugdzorg en jeugdstrafrecht. Dit geldt ook voor Nederland, dat het verdrag in 1995 heeft aanvaard. Mede door het Kinderrechtenverdrag is in 2007 een expliciet verbod op geweld bij de opvoeding in ons Burgerlijk Wetboek vastgelegd.

Kindermishandeling staat veel hoger op de maatschappelijke agenda. Mede daardoor hebben wij nu een veel beter beeld van de omvang van kindermishandeling. In 2010 zijn in Nederland 118.000 kinderen slachtoffer geweest van een vorm van kindermishandeling. Per jaar overlijden hierdoor ongeveer vijftig kinderen. Sinds 2011 heeft Nederland een Kinderombudsman die specifiek opkomt voor de positie van kinderen – een aanwinst, ook al liep Nederland hiermee bepaald niet voorop.

Dit laatste geldt voor meerdere terreinen. Zo lijkt de Nederlandse rechtspraak last te hebben van koudwatervrees om het Kinderrechtenverdrag in juridische procedures te benutten. Een recente internationale studie laat zien dat Nederland echt achterloopt bij landen als Zuid-Afrika en India, maar ook bij grote Europese landen als Frankrijk. Uit eerder onderzoek blijkt dat kinderrechten in de Nederlandse rechtspraak weliswaar in toenemende mate worden aangehaald, maar met zeer gemengd resultaat. De Nederlandse rechters, en dan met name de hogere rechters, lijken het potentieel van het Kinderrechtenverdrag nog niet te onderkennen.

Nu, 25 jaar later

Hoewel de invloed van het Kinderrechtenverdrag onmiskenbaar groot is, zijn er helaas nog vele voorbeelden van schendingen van kinderrechten te geven. De nagenoeg universele omarming van kinderrechten enerzijds en de naleving ervan anderzijds staan op gespannen voet met elkaar. Het aantal landen dat geweld tegen kinderen onomwonden verbiedt, is ver in de minderheid; uitbuiting komt nog steeds massaal voor. Er zijn miljoenen kinderen die verstoken blijven van basisvoorzieningen, met inbegrip van onderwijs en gezondheidszorg, omdat ze in conflictgebieden opgroeien als Syrië, Zuid-Soedan of de Centraal Afrikaanse Republiek, op straat leven, in gevangenissen zitten, of uitgesloten dan wel gediscrimineerd worden. Een recent verschenen rapport van UNICEF laat treffend zien dat de wereld in de afgelopen 25 jaar wel een betere plek is geworden voor kinderen, maar dat dit niet voor alle kinderen geldt. Dat is een belangrijke vaststelling, nu de wereld zich – bij het aflopen van de millenniumdoelen in 2015 – beraadt op de nieuwe ontwikkelingsagenda.

Immigrantenkinderen

Hoewel Nederlandse kinderen nog steeds behoren tot de gelukkigste in de wereld en opgroeien in relatieve welvaart, kan toch niet worden volgehouden dat alle kinderen hier in gelijke mate kunnen vertrouwen op de naleving van hun rechten. Met name immigrantenkinderen blijven speelbal van politieke discussies die veelal voorbijgaan aan de vraag welke universele kinderrechten zij feitelijk hebben. Het is ook maar de vraag of kinderen die bijzondere zorg of jeugdhulp nodig hebben, deze na 1 januari 2015 nog kunnen krijgen, nu de veranderingen in de jeugdzorg gepaard gaan met forse bezuinigingen.

Verder is opvallend dat kinderen in Nederland nog steeds niet zelfstandig naar de rechter kunnen stappen en dat kinderen onder de twaalf jaar vaak niet worden gehoord in juridische procedures, ofschoon ze daarop, op grond van het Kinderrechtenverdrag, wél recht op hebben.

Te vaak is de naleving van de rechten van kinderen nog afhankelijk van volwassenen die bereid zijn hen als volwaardige individuen te zien. We zullen de kinderen zelf vaker aan het woord moeten laten, om hen zichtbaar en merkbaar een rol te laten spelen bij de rechtsbescherming. Een kwart eeuw Kinderrechtenverdrag is een feest waard, maar het is niet de voltooiing van een ontwikkeling. Niet alleen óver kinderen, ook mét kinderen – laat dat de volgende stap zijn.