Kamerleden scheldend PvdA uit

Selçuk Öztürk en Tunahan Kuzu weigerden zich te conformeren aan scherpere integratiekoers.

De Tweede Kamerleden Selçuk Öztürk (l) en Tunahan Kuzu na het urenlange beraad waarin besloten is dat zij de PvdA-fractie verlaten. Foto ANP

„Moge Allah je straffen.” Met die verwensing van Kamerlid Selçuk Öztürk aan zijn collega Ahmed Marcouch lag de uitkomst van het crisisberaad in de PvdA-fractie gisteravond vast.

Hoewel de fractie daarna nog een ultieme poging waagde, was voor iedereen duidelijk dat Öztürk en Tunahan Kuzu, twee Kamerleden van Turkse komaf, de PvdA-fractie per onmiddellijk zouden verlaten. Ze weigerden zich achter de integratiekoers van de PvdA-fractie te scharen, zei partijleider Diederik Samsom gisteravond. „Daarmee scheidden onze wegen.”

Volgens Kuzu en Öztürk had de PvdA-top ze „monddood” proberen te maken. Ze noemden hun vertrek „een dieptepunt in de geschiedenis van de Nederlandse democratie”. Ze suggereerden in de Kamer te willen blijven. Voor de coalitie van VVD en PvdA heeft hun vertrek geen directe gevolgen: zonder de twee zetels heeft het kabinet-Rutte II nog steeds een meerderheid in de Tweede Kamer.

De aanleiding voor de breuk waren uitspraken over het integratiebeleid van PvdA-minister Asscher. Op een Turkstalige website zeiden Kuzu en Öztürk dat Asscher „bevooroordeeld” was tegenover Turkse religieuze organisaties in Nederland. De minister wil deze in de gaten houden omdat hij vreest dat ze de integratie van Turkse Nederlanders belemmeren. Ook suggereerden de Kamerleden dat ze Asscher terecht hadden gewezen.

Deze laatste botsing vormde de climax van de verwijdering tussen de PvdA-fractie en de twee dissidenten in het afgelopen jaar. Onder Samsom en Asscher vaart de PvdA een scherpere koers met integratie: cliëntelisme en intolerantie bij migranten moeten benoemd worden. Öztürk en Kuzu – die nauwe banden hebben in het conservatief-religieuze deel van de Turkse gemeenschap – zagen dat vooral als vijandigheid tegen de islam en allochtone gemeenschappen. Volgens PvdA-Kamerleden lieten ze het belang van hun achterban zwaarder wegen dan dat van de sociaal-democratie. „Alles met de ‘M’ van moslim en de ‘T’ van Turk lag bij hen gevoelig”, zegt een betrokkene.

Gisteren eiste het fractiebestuur dat Kuzu en Öztürk in een korte schriftelijke verklaring vertrouwen zouden uitspreken in de integratiekoers van minister Asscher, en dat ze excuses voor hun uitspraken zouden aanbieden. Toen de twee hiertoe niet bereid bleken, werd in de avond de voltallige fractie bijeengeroepen. Daar kwam het al gauw tot een herhaling van zetten, vertellen aanwezigen.

De andere Kamerleden eisten zelfreflectie van Öztürk en Kuzu en deden een soms emotioneel beroep op saamhorigheid. „Jullie hebben niet het monopolie op een achterban en op eergevoel”, zei een Kamerlid. De twee, zeggen andere aanwezigen, volhardden in een „slachtofferrol”.

Er was vooral veel kritiek op Öztürk, zeggen aanwezigen. Hij kreeg van zijn collega’s te horen dat hij oncollegiaal was en onprofessioneel, veel ruzie maakte en op zijn eigen dossiers niets bereikte. Voor Kuzu, in de ogen van veel fractiegenoten een kundiger en sympathieker collega dan Öztürk, was men milder.

Toen integratiewoordvoerder Marcouch uitlegde dat er ruimte in het beleid van Asscher zat om aan hun zorgen tegemoet te komen, riep Öztürk volgens aanwezigen: „Leugenaar! Leugenaar!” De langdurige pogingen de twee erbij te houden leidden ook tot ergernis. „Het was vernederend hoeveel respect we voor ze opbrachten, terwijl ze er duidelijk met een dubbele agenda zaten. Ze wilden eruit worden gezet”, zegt een Kamerlid.

Voor de PvdA en haar leider Samsom is het vertrek van de twee bijzonder pijnlijk. Eerder stapten al twee andere leden uit de fractie uit onvrede over de koers. De PvdA doet het slecht in de peilingen en kampt met onbegrip in de achterban voor het kabinetsbeleid. Juist gisteren presenteerde de partij een rapport over hoe ze met meer zelfvertrouwen politiek kan bedrijven. Paradoxaal genoeg zou het vertrek van de Öztürk en Kuzu ook positieve gevolgen kunnen hebben. Die hoop leefde gisteravond bij enkele aanwezigen: „Je merkte gisteren een gevoel van solidariteit in de fractie.”