Jan staat elke werkdag 30 tellen in de lift

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

Jan van der Stel is motorrijder. Een vrolijke man van 58 in een fluorescerend motorjack. In de tijd van „e-mail, wat moeten we ermee?” werkte hij voor de ICT-afdeling van deze krant. De krant werd nog met lood gezet en buitenlandse redacteuren gaven hun stukken door via de telefoon. Tegenwoordig werkt Jan als ICT-projectleider voor de gemeente Rotterdam. Op de 40ste etage van de middelste toren van De Rotterdam. Op 150 meter hoogte.

Met de lift ben je er in 30 seconden, dat heeft hij geteld. Onderweg klappen de oren dicht. Als je twee keer slikt, klappen ze weer open.

Je voelt dat je hoog bent, nog voordat je het uitzicht ziet. De benen wankelen een beetje. Er zijn zithoeken, flexplekken en een koffiehoek. Ontworpen door OMA, net als het gebouw. Apart maar toch wel mooi, vindt Van der Stel.

Bij de ramen staan mensen foto’s te maken, volgens hem gaat dat de hele dag zo door. Toch is niet iedereen enthousiast: sommige collega’s volgden een cursus om van hun hoogtevrees af te komen, niet altijd met succes. Die mensen mag je niet laten schrikken wanneer ze langs het raam lopen. Jan doet dat natuurlijk toch.

Op goede dagen zie je Delft, Brielle, Dordrecht zelfs. Als het gaat regenen zie je de bui van ver aankomen. En laatst hing er grondmist. Heel Rotterdam was bedekt, behalve het topje van de Erasmusbrug.

Je ziet de Maas, daar zit een kronkel in. Een mini Hotel New York en de New Orleans. Daar zou op de bovenste etage een multimiljonair wonen, met een orgel in de huiskamer.

Zelf woont Jan gewoon op de grond, en dat is prima. Het is fijn om vanuit de huiskamer de tuin in te lopen. Maar hij is wel op grote hoogte getrouwd. Daar aan de overkant, in de Euromast. Vierendertig jaar geleden. Hij heeft de rekening nog, ergens in het album met trouwfoto’s.

Rotterdam is mooier van boven, vindt Jan. Boven ben jij de baas. En van boven zie je dat er beneden altijd wat gebeurt.