Is Kris J. een suikeroom, een witwasser of een fan?

De politie-inval bij voetbalclub Young Boys in Haarlem was drie jaar geleden groot nieuws. De grote man van de club staat nu terecht.

Het vonnis wordt over drie weken pas geveld, maar Kris J. zal zich al langer gestraft voelen. De Haarlemse drugsbaas is zijn speeltje kwijt, de amateurvoetbalclub Young Boys. „Dat komt bij zo iemand hard aan”, stellen rechercheurs. Zij hebben hem zijn statussymbool afgenomen.

J. werd drie jaar geleden aangehouden in de kantine van Young Boys, wat toen voor veel publiciteit zorgde. Hij wordt verdacht van witwassen, afpersing van oud-profvoetballer Martien Vreijsen (ex-NAC) en het organiseren van illegale pokeravonden. Met de verdiensten uit de pokersessies werden spelers betaald. De politie hield in deze zaak, genaamd Courage, nog dertien anderen aan.

Rechercheurs waren content met de succesvolle samenwerking met onder meer de Belastingdienst, het UWV en de gemeente Haarlem. Volgens betrokken rechercheurs gebeurde dat niet eerder. Samen toonden ze aan wat in Haarlem een publiek geheim was: dat Young Boys is grootgemaakt door de criminele suikeroom J. Hij bracht de club van de vijfde klasse naar de hoofdklasse. „Die goede spelers kwamen niet voor niks”, stelde het OM gisteren op de zitting.

Sommige, vooral de oud-profs, kregen per maand duizend euro. Op basis van onder meer verhoren heeft de Belastingdienst berekend dat van 2007 tot en met 2011 1,2 miljoen euro is uitgekeerd aan spelers en trainers, zonder dat daarvan in de boekhouding iets is terug te vinden. Volgens het OM zouden ze zijn betaald met crimineel geld van J. Vlak na zijn aanhouding ging de club failliet.

Narcobaas

Opvallend is dat J. volhoudt niet de oprichter en grote man te zijn van Young Boys, hoewel zelfs zijn eigen zoon hem zo omschreef in een politieverhoor. „Ik was alleen fan”, zegt hij. „Ik hing doelnetten op en ging wel eens op pad voor nieuwe spelers.”

Hoewel zijn advocaat Cees Korvinus hem van alle aanklachten vrijpleit, heeft J. de schijn tegen. Hij werkte ooit nauw samen met het cocaïnekartel uit de Colombiaanse stad Cali.

Nadat hij eind jaren tachtig was opgepakt, werd J. opgeleid tot informant door het Interregionale rechercheteam (IRT). Ondertussen bleef hij zelf drugs importeren zonder dat zijn politiecontacten ingrepen. Toen dat bekend werd, werd het IRT ontbonden: de IRT-affaire. Zelf kreeg J. twaalf jaar cel wegens grootschalige drugshandel.

Ditmaal is er vijf jaar cel geëist. Onder meer wegens de wekelijkse pokeravond. Die 2.700 euro die het pokeren gemiddeld opleverde werd gebruikt om rekeningen af te lossen (witwassen). „Fröbelwerk in de kantine”, vindt advocaat Korvinus. „Overal heb je toch kaarttoernooien waarvan de opbrengst naar de club gaat?”

J. is ook aangeklaagd voor de afpersing van Martien Vreijsen. Namens een bedrijf dat nog geld tegoed zou hebben van Vreijsen, trad J. op als incassobureau. Hij maakte de oud-voetballer zo bang dat die op een dag de geëiste 49.000 euro kwam brengen naar Young Boys. Daar begaven zich toen al observanten van de politie. Eerder had de politie al camera’s geplaatst in de bestuurskamer van de club.

„Een maffia-achtige incasso”, oordeelde het OM.

Uitspraak 4 december.