In het nagebouwde atelier van Lucebert mag aanraken wél

De expositie Lucebert. Thuis in Bergen is gewaagd en uniek in de museumwereld. Bezoekers mogen er in Luceberts boeken lezen en zijn platen draaien.

Luceberts échte atelier aan de Boendermakerhof in Bergen, Noord-Holland. Foto Pieter Boersma

In haastig, gejaagd handschrift staan de woorden in zwart op een witte wand van Museum Kranenburgh in Bergen: „er is alles in de wereld het is alles”. Het is de beginregel van een gedicht van Lucebert (1924-1994), de schilderende dichter en de dichtende schilder. ‘Alles’ is het sleutelwoord voor deze expositie, die Luceberts creativiteit toont als een wervelwind, een ononderbroken stroom van poëzie en beeldende kunst.

Volgens directeur Kees Wieringa getuigde Lucebert in een van zijn brieven van zijn afkeer van een „museale opstelling van zijn werk”. Aan deze bede heeft vormgever Johan Kramer perfect gehoor gegeven: als een regisseur heeft hij de verschillende zalen van het museum met een telkens andere sfeer en inhoud ingericht. En, opvallend detail, in elke ruimte staat een pick-up met jazzplaten ernaast, die de bezoeker naar eigen believen kan opzetten. Coltrane, Parker, Monk, ze zijn allemaal aanwezig, hier, in Kranenburgh is het zoals in Luceberts leefruimte. Onbetwist hoogtepunt van de expositie, die Lucebert. Thuis in Bergen heet, is het nagebouwde atelier van de kunstenaar aan de Boendermakerhof. In de boekenkast staan dezelfde boeken als Lucebert had, van Achterberg tot Havank. De schildersezel, de werktafel met honderden verftubes en kwasten, opnieuw de pick-up met jazzplaten, de schrijftafel waaraan hij werkte met de driedelige Van Dale in het vizier. Lucebert was een kunstenaar van de „ongezochte vondst”, zoals Wieringa het noemt. Al schilderend vond hij woorden, die in een gedicht een plek kregen, en al dichtend zag hij beelden voor zich. En die kwamen op doek terecht: daar zijn ze met zijn allen, de monsterachtige figuren, de dictators. Dankzij foto’s en onderzoek is leven en werk van Lucebert gedocumenteerd. In de replica van het atelier is alles echt en niet echt. Echt, omdat het bij Lucebert hoort en niet echt, omdat de samenstellers gelijkende spullen verwierven. Een moeilijkheid vormde tweedehands jazzplaten, die zijn schrikwekkend duur. Toch zijn ze er volop.

In de museumwereld is een expositie als deze gewaagd, en uniek. De bezoeker mag alles aanraken, de boeken lezen, Luceberts handschrift ontcijferen. De geste van het museum is royaal en vrijgevig, net zoals Luceberts werk. Over jazzmusicus Thelonius Monk dichtte Lucebert als de „duizelingwekkende mandarijn”. Een woord als een zelfportret in dit atelier als verrukkelijke dwaaltuin.