Iedereen een eigen pensioenpot

Geef iedereen een persoonlijke pensioenrekening, stellen invloedrijke deskundigen voor.

Premie aanwenden voor opbouwen individueel pensioen

Het is de Nederlandse pensioenparadox: we hebben samen relatief de grootste pensioenpot ter wereld van bijna 1.100 miljard euro. En toch hebben de meeste mensen geen flauw idee en knagende zorgen over het bedrag dat ze op hun oude dag gaan krijgen.

Dat kan best anders, volgens negen invloedrijke pensioendeskundigen, onder wie de Tilburgse hoogleraren Lans Bovenberg en Theo Nijman, en Peter Gortzak en Jan Tamerus van de grote pensioenbeleggers APG en PGGM.

Een jaar lang hebben ze in de pensioendenktank Netspar gediscussieerd over een blauwdruk voor een nieuw pensioenstelsel. Vandaag presenteren ze het plan, als aanzet voor het komende pensioenadvies van de Sociaal-Economische Raad en de verwachte pensioenhervormingen van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) volgend jaar.

Persoonlijk eigendom

Maak het pensioen min of meer persoonlijk eigendom en geef iedereen een eigen pensioenrekening, is het plan. Fondsen hoeven dan niet meer te beleggen voor de ‘gemiddelde’ deelnemer en kunnen hun strategie aanpassen aan leeftijdsgroepen – of mensen kunnen zelf eventueel beperkt kiezen uit risiconiveaus. Ieder jaar krijgen ze een overzicht van hun pensioenopbouw met uitleg over de premie en het rendement.

„Het voordeel is dat je pensioen transparanter wordt en mensen meer vertrouwen in het stelsel krijgen”, zegt Bovenberg. „Mensen zien welk kapitaal er voor hen gereserveerd is. Pensioenfondsen kunnen daarnaast voor jongeren bijvoorbeeld wat meer beleggingsrisico nemen en voor ouderen wat minder: maatwerk. En je krijgt geen discussie meer over de herverdeling van de pensioenpot omdat helder is wat van wie is.”

„Nu zijn we allemaal een soort aandeelhouders van een pensioenfonds”, vervolgt Bovenberg. „Iedereen stopt wat in een grote pot, maar onduidelijk is hoe zich dat verhoudt tot de uitkomst. Op je jaarlijkse pensioenoverzicht staan alleen ramingen van je uiteindelijke uitkering. Met dat ondoorzichtige systeem is Nederland behoorlijk excentriek in de wereld.”

Meer variatie

Na een jarenlange discussie besloot het kabinet dit jaar het huidige ‘nominale’ pensioenstelsel te behouden. Mensen bouwen een ‘vast’ bedrag op voor hun 67ste, maar het stijgt minder mee met lonen en prijzen. De invoering van een ‘reëel’ pensioen, met meer koopkracht maar ook meer beleggingsrisico’s, leek daarmee van de baan te zijn. Toch rekent de sector erop dat het kabinet in de toekomst meer variatie toestaat. Het plan van de pensioendeskundigen is een middenweg: het maakt het mogelijk om toch een pensioen met meer koopkracht te bereiken, zeggen ze.

Bovenberg: „Het plan zit ook tussen een puur individuele en een collectieve regeling. Iedereen krijgt een eigen beleggingsdepot, maar de risico’s blijven we gezamenlijk delen. De ene deelnemer leeft bijvoorbeeld langer dan gemiddeld en krijgt langer pensioen. Dat kun je oplossen met een uitruil met de potjes van mensen die juist eerder overlijden: een aanvullende solidariteitsafspraak.”

Persoonlijke pensioenrekeningen zouden ook een oplossing zijn voor de kritiek op de huidige ‘doorsneepremie’: bij dat systeem leggen alle deelnemers hetzelfde percentage van hun salaris in. Dat lijkt eerlijk, maar jongeren betalen daardoor voor een belangrijk deel mee aan het pensioen van oudere werknemers. Voor hun eigen pensioen hebben jongeren namelijk minder premie nodig, omdat hun opgebouwde pensioen veel langer kan renderen. De pensioendeskundigen stellen daarom voor dat de premie geheel wordt aangewend voor de eigen pensioenpot. Jonge werknemers bouwen zo meer pensioen op dan nu.