Flipperen is het weer hélemaal

De flipperkast maakt een grote comeback in de Amsterdamse horeca. Meer dan 70 kasten staan er al. Amsterdam is inmiddels Europe’s pinball capital.

‘Zo, die doet het weer”, zegt Dieter van Es, terwijl hij met een vloeiende beweging de geldbak in de Mustang-flipperkast bevestigt en met een doekje het speelveld nog even snel van een poetsbeurt voorziet. Van Es is flipperkastmonteur en -verzamelaar en de Mustang is de nieuwste aanwinst in zijn collectie die inmiddels uit meer dan driehonderd machines bestaat. Van Es heeft deze zondagmorgen al meer dan tweehonderd kilometer gereden om vanuit zijn woonplaats Middelburg naar het Amsterdamse Sciencepark te komen om in Café de Oerknal de Mustang aan de praat te krijgen. De afgelopen twee jaar heeft Van Es meer dan twintig flipperkasten kriskras door Amsterdam geplaatst en met meer dan zeventig kasten op locatie wordt Amsterdam inmiddels al gezien als Europe’s pinball capital.

Kentering

Het moge duidelijk zijn: flipperen zit sinds een paar jaar weer enorm in de lift. En dat terwijl het in 1999 nog voorgoed over leek met het fenomeen: niet alleen sloot de befaamde Bally/Williamsfabriek haar deuren waardoor er geen goede machines meer op de markt kwamen, ook deed in die tijd de ‘Photoplay’ zijn intrede: kasten met digitale spelletjes. Maar in 2010 kwam de kentering. Nieuwe, kleinere fabrikanten gingen de concurrentie aan met monopolist Stern Pinball. En: flipperen op de iPad werd populair. De nieuwe generatie ontdekte het spelletje en dat leidde tot vraag naar echte machines in de horeca.

In het café van comedyclub Boom Chicago aan de Rozengracht kan Andrew Moskos, directeur Boom Chicago en fervent flipperkastspeler, een glimlach nauwelijks onderdrukken. Met ijzige precisie legt hij een bal van de Terminator-2-flipperkast stil om vervolgens in een mengeling van Engels en Nederlands het bizarre van de situatie te schetsen. „De machines in Amsterdam die het lekkerste spelen, zijn helemaal afkomstig uit Zeeland. Dat geloof je toch niet!” Als comedian staat hij wekelijks op de planken, en daarbij heeft hij veel aan de flipperkast te danken, zegt hij. „Ik ben opgegroeid in Chicago, de plek waar destijds alle flipperfabrikanten waren gevestigd. Overal stonden kasten in het openbaar en toen ik een jaar of vijf was, zette mijn opa mij op een kruk achter een kast zodat ik het speelveld kon zien en de knoppen kon indrukken. Mensen bleven staan kijken en vonden mij leuk; ik genoot van die vorm van aandacht zoals ik dat nu ook nog steeds doe als ik op het podium sta.”

Monteur Dieter van Es is in de auto gestapt en zet vanuit de Watergraafsmeer koers richting centrum. We rijden naar het 1012-gebied waar de Ton Ton Club, pal achter de Oude Kerk, haar deuren een jaar geleden opende. De Ton Ton Club is naar eigen zeggen „de speelhal die Amsterdam al jaren niet meer heeft en eigenlijk nooit heeft gehad”. Bij binnenkomst passeer je een enorme airhockey-tafel en links tegen de muur vermaken twee toeristen zich op de The Simpsons-arcadekast. Ook de schietspellen en rijsimulatoren vallen bij de bezoekers goed in de smaak. „Ik heb hier zes flipperkasten staan”, zegt Van Es, ondertussen onverstoorbaar doorwerkend. „Een doorsnee kast bestaat uit meer dan 32.000 onderdelen, en een lampje, switch of zekering gaat snel kapot. Op een kast die stuk is, wordt niet gespeeld en die levert dus niks op. Omdat ik liefhebber ben, streef ik ernaar de kast perfect werkend op een locatie te zetten.”

Amsterdam

Op de vraag waarom flipperen zo leuk is, heeft Moskos zijn antwoord panklaar. „Alles aan flipperen is echt”, zegt hij terwijl hij liefdevol naar de Terminator-2 kijkt. „Het is een fysiek spel, met een stalen bal die door een miniem duwtje van richting verandert, waardoor je het spel beïnvloedt. Je speelt niet tegen een computer, maar tegen de kast, die gaandeweg je verder in het spel komt, steeds moeilijker wordt. Voor een buitenstaander klinkt het wellicht vreemd, maar pinball is a part of my life.” Om er met een glimlach aan toe te voegen: „Soms droom ik over een kast waar opeens de spelopbouw is veranderd. Dat gaat inderdaad wel ver.”

In vergelijking met andere grote steden als Den Haag (zes flipperlocaties) en Utrecht (16 plekken) komt de liefhebber juist in Amsterdam bijzonder aan zijn trekken: hier kan je al op meer dan 70 plekken – in coffeeshops, cafés en campings – flipperen. „De inwoners van de stad onderscheiden zich van andere Nederlanders”, verklaart Van Es. „Mensen gaan graag op pad op zoek naar vermaak. Even in het café een biertje drinken en een flippertje doen. Dat was dertig jaar geleden zo en dat is nog zo. Kom daar maar eens om, in Middelburg of Goes, waar geen machine meer in het openbaar te bespelen is.” Veelspeler Moskos vult aan: „Amsterdam is de stad van kroegen, cafés en clubs. En je kent de gouden regel: een goed café heeft een uitgebreide leestafel, lekkere borrelhapjes en een flipperkast.”