Een meesterproef van hysterisch cultuurpessimisme

Stel u eens voor: een land waar de bestsellerlijsten afwisselend worden gedomineerd door een in linnen gebonden dichtbundel en een baksteendikke krachtproef van Frans staathuishoudkundig vernuft, met daarbij een paar door de kritiek bejubelde recente romans. De CPNB Bestseller 60 bewijst het: Sire, er ligt een intellectueel Walhalla aan de Noordzee!

Omdat een denkersparadijs niet zonder levendige debatcultuur kan, komt De Bezige Bij met een pamflettenreeks: de horzels. Hoofdsteekvlieg is Paul Claes, wiens Kinderen van Rousseau. Een pamflet tegen de tijdgeest het eerste deeltje is. Neutraal gezegd: Claes verbindt moderne misstanden met de erfenis van Jean-Jacques Rousseau. Klinkt interessant. Maar als je het leest, vallen de schellen je van de ogen. Kinderen van Rousseau is een proeve van hysterisch cultuurpessimisme dat we zouden moeten invriezen voor latere generaties. Claes geeft Rousseau van alles de schuld: geluidsoverlast, slecht onderwijs, crèchekinderen, echtscheidingen, steenkolenengels, fouten in de nieuwe Ulysses-vertaling (hij maakte zelf de vorige), postmodernisme, populisme, tolerantie, overbevolking en bovenal de schandalige praktijken van ‘horrorfotograaf Stephan Vanfleteren’. Het staat er echt.

Nadat ik was uitgelachen, werd ik een beetje moe en daarna een beetje boos. Want ik zou het over van alles met Claes eens kunnen zijn. Ik zou wel iets van hem kunnen, willen leren. Hij weet veel, schrijft goed en ik vind tv ook vaak stom. Maar zijn dolle haat tegen ‘de tijdgeest’ komt uiteindelijk neer op een weigering om mee te doen, een weigering om te denken. Het theorietje over Rousseau (de lijn loopt via de verheerlijking van het irrationele en kinderlijkheid naar oppervlakkigheid en losbandigheid) is niet meer dan een schaamlap voor de hoog opgeleide variant van precies het soort kroegpraat dat Claes beweert te verfoeien. Geef mij Heleen van Royen maar.

Intussen wordt er best gedacht in Nederland. Zie de romans van Niña Wijers en Hanna Bervoets, twee van de acht jonge, uitstekende auteurs die donderdag hun eigen werk bespreken in de Verwey-leesclub van de Universiteit Leiden. (Komt allen – ja, dit is reclame voor iets waar ik zelf bij betrokken ben). En zie de tweede ‘horzel van de Bij, waarin Manon Uphoff laat zien hoe het wel moet: zij schrijft in De blauwe muze over de (aan David Foster Wallace ontleende) ‘totaalverwarring’ in ons door ontelbare indrukken overheerste bestaan. Ze ziet die verwarring als een kwestie van haar generatie en die van Wallace (beiden van 1962). ‘De eerste generatie die zelf al volwassen te maken kreeg met internet, massamedia, sociale media. En die het idee dat ze letterlijk overspoeld werd met data tot thema of filosofisch probleem maakte.’ Waarna ze zoekt naar de waarde van hedendaagse tv-series voor de literatuur. Denken en onderzoeken, dát is essayistiek. Zou Claes het durven lezen?