Een anoniem telefoontje is al genoeg voor een politie-inval

De politie komt vaak in actie op grond van anonieme tips en info van inlichtingendiensten zonder die informatie vooraf te controleren. Dat is gevaarlijk, zegt promovendus Sven Brinkhoff.

Een arrestatieteam van de politie oefent met het stroomstootwapen Taser. Foto ANP

Een arrestatieteam dat in alle vroegte een huis binnenstormt om naar wapens te zoeken. Kinderen huilend in de keuken, vader gekneveld in de slaapkamer. Zoiets laten gebeuren bij iemand die niets misdaan heeft, is makkelijk. Een telefoontje naar een kliklijn met een tip over vuurwapens is genoeg. De politie neemt dan vaak het zekere voor het onzekere, zonder eigen onderzoek te doen, zegt jurist Sven Brinkhoff.

Het is ingrijpend, zegt hij. Vergelijk het met een inbraak: mensen kunnen zich nog maanden onveilig voelen in hun eigen huis. Er moeten stevige waarborgen zijn dat de overheid integer omgaat met haar vergaande bevoegdheden, vindt Brinkhoff. Dat is nu niet goed geregeld voor informatie die aanleiding is voor een politieonderzoek – en het toepassen van dwangmiddelen. Brinkhoff promoveert vandaag in Nijmegen op deze zogeheten startinformatie.

Gemarteld

Er is steeds meer van zulke informatie beschikbaar. Anonieme kliklijnen leveren nu honderden zaken per jaar op, zegt Brinkhoff. Verdenkingen vloeien toenemend voort uit het koppelen van databestanden van de overheid. Ook leveren inlichtingendiensten uit Nederland en het buitenland steeds meer informatie aan, waarvan vrijwel nooit kan worden nagegaan hoe die is verkregen: klopt het? Is de privacy niet geschonden? Is er gemarteld om de informatie te krijgen?

Brinkhoff wil één ding duidelijk maken: hij is niet tegen het gebruik van dit soort informatie. „Maar nu is het schimmig: de officier van justitie, de rechter-commissaris, de rechter en de verdediging krijgen nauwelijks of geen inzicht in hoe de informatie is verkregen, en hoe betrouwbaar die is.” En zij moeten juist de rechtmatigheid van overheidsoptreden bewaken en de belangen van burgers beschermen. „Na mijn studie ging ik bij het Openbaar Ministerie werken, ongeveer tien jaar geleden. ‘Meld misdaad anoniem’ was toen in opkomst, en we waren daarmee echt aan het worstelen.” Brinkhoff besloot zich erin te verdiepen, met de promotie als gevolg.

De risico’s verschillen per informatiebron. Bij anonieme tips via kliklijnen is er geen enkel inzicht in de betrouwbaarheid. Dan zou het voor de hand liggen dat de politie eerst eigen onderzoek doet voor ze ingrijpt. „Dat gebeurt vaak niet. Bij zaken als vuurwapens of terrorisme is dat misschien nog begrijpelijk. Maar ook bij een verdenking van hennepkweken valt het arrestatieteam zo binnen, zonder bijvoorbeeld eerst te kijken naar elektriciteitsverbruik of cana-sniffers te gebruiken”, apparaten die henneplucht detecteren. Bij dit soort zaken moet de politie aanvullend onderzoek doen, is een van de aanbevelingen van Brinkhoff. In andere zaken moet de politie het in ieder geval proberen. „Het verdenkingsbegrip wordt uitgehold, dat creëert een gevoel van onveiligheid.”

Bij informatie die binnenkomt bij de inlichtingendienst van de politie is wel enige controle op de betrouwbaarheid. „Maar informanten schuren vaak tegen het criminele milieu aan. Als zij melden dat iemand wapens heeft liggen, weet je niet waarom ze dat doen, terwijl de politie dan bijna wel moet optreden. Zo loop je het risico dat je wordt bespeeld. Er is een reële kans op een tweede IRT-affaire”, zegt Brinkhoff. Een ander terrein waarvoor geen goede regels zijn is datamining, zegt Brinkhoff. „Het blijkt dat allerlei overheidsinformatie makkelijk gedeeld wordt met de politie. Hoe erg dat is, is ook afhankelijk van de zoekvraag die je loslaat op de data. Als dat gaat over ras of godsdienst is dat erg vergaand. Wie zegt dat dat in de terrorismebestrijding niet al gebeurt?” Brinkhoff vindt dat de rechter-commissaris dit soort onderzoeken vooraf moet controleren. „Nu is er geen enkele controle.”

Terrorismeverdenking

Een andere groeiende stroom startinformatie komt van de AIVD. „Zij zijn erg actief nu, net als na 9/11. En op een ambtsbericht over bijvoorbeeld terrorismeverdenking wordt zeker gehandeld. Er is een impliciete vervolgingsplicht.” De AIVD krijgt informatie via informanten en technisch onderzoek. Maar ook via andere diensten. „Daar zitten diensten bij die de mensenrechten niet zo serieus nemen.” De onderzoeksrechter moet in zulke inlichtingendossiers kunnen kijken, zegt Brinkhoff. Er is een wet die dat regelt, zodat AIVD-medewerkers anoniem kunnen worden gehoord over de dossiers. „Maar de AIVD weigert vaak gewoon. Ook als de rechter daarom vraagt.” De balans is zoek, zegt Brinkhoff. „De belangen van de inlichtingendienst wegen zwaarder dan die van de verdediging.”

En de rechter? Die kan bewijs dat is verworven in strijd met de wet toch negeren? Als bijvoorbeeld het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is geschonden omdat de privacy van burgers niet is gerespecteerd, zonder wettelijke grond? Ja, dat kan, maar de bescherming van privacy weegt niet zwaar in strafzaken, zegt Brinkhoff. „Dat heeft de Hoge Raad behoorlijk losgelaten.” Wel zie je dat lagere rechters in toenemende mate bewijs uitsluiten of zelfs het OM niet ontvankelijk verklaren omdat er geen manier is om anonieme informatie te controleren. „En daar mag je wel een zekere nijdigheid in lezen, over de manier waarop met dit soort informatie wordt omgegaan.”