Deze ring gaat nooit meer af

Zij, Femke Snijders, bracht leven in Tropicana. Hij, de burgemeester, probeert de héle stad in z’n vingers te krijgen. Ze willen nooit meer weg.

Sheila KamermanMerlijn Kerkhof

Femke Snijders: „Tropicana kan een voorbeeld zijn hoe je panden opnieuw activeert. Ie-de-reen in Rotterdam kent Tropicana. Kom maar eens langs voor een pilsje.”Aboutaleb: „Een cappuccino graag.” Foto’s Andreas Terlaak

Allebei begonnen ze zes jaar geleden in Rotterdam. Ahmed Aboutaleb (53) werd burgemeester. Hij was staatssecretaris van Sociale Zaken voor de PvdA in het kabinet Balkenende IV. Daarvoor was hij wethouder in Amsterdam.

De in Twente opgegroeide Femke Snijders (31) begon de lunchroom Picknick. Een verkering lokte haar naar Rotterdam. De verkering ging uit, de liefde voor de stad bloeide op. Anderhalf jaar geleden opende ze een uitspanning in Tropicana, het voormalig subtropisch zwemparadijs aan de Nieuwe Maas, met een strandtentachtig terras voor zomerse dagen, een eigen koffiebranderij en inmiddels een restaurant voor alle jaargetijden.

Allebei hadden ze even tijd nodig om hun weg te vinden in Rotterdam, om zich de stad eigen te maken. „Ik kwam hier wel regelmatig”, zegt de burgemeester op zijn statige kamer in het stadhuis. „Maar dat is anders dan er wonen en werken. Het duurde een jaar of twee voordat die paste als een ring om een vinger. Inmiddels krijg ik de ring niet meer af. Ik blijf wonen in deze stad ook als ik geen burgemeester meer ben.”

Anders dan de burgemeesters spreekt Femke Snijders inmiddels met Rotterdamse tongval. Ze kende Rotterdam helemaal niet. Ook voor haar duurde het een jaar of twee voordat ze zich echt thuis voelde.

Probeerde Ahmed de héle stad in zijn vingers te krijgen, Femke zoomde in op wat ze zelf noemt: straatniveau. Ze ging werken in een tostibarretje en besprak met jonge Rotterdammers de eetcultuur in de stad. „Als mensen zeggen: ‘het zou heel vet zijn als we een koffiebarretje zouden hebben’, dan maakt je ondernemershart een sprongetje.”

Tropicana was bij de opening in 1988 een van de grote zwemparadijzen in Nederland. En met de opvallende glazen koepel ligt het als een ruimtestation aan de Maasoever. Het zwembad sloot in 2010 en verloederde.

In 2013 waagde Femke Snijders de stap. „Tropicana”, zei ze een half jaar na de opening in deze krant, „kan weer van iconische waarde worden voor Rotterdam. Ik wil een plek creëren waar mensen trots aan ontlenen.”

De burgemeester: „Het is de kracht van Rotterdam dat een zwemparadijs wordt omgebouwd tot iets anders.” Geïnteresseerd hoort hij aan hoe Femke Snijders, met een huurcontract voor vijf jaar, voor de verbouwing een kleine financiering kreeg via een bevriende aannemer maar vooral haar geld uit eigen ondernemingen haalde. Haar vader (ook ondernemer) hield aanvankelijk de schoenendoos met bonnetjes op orde.

Aboutaleb is gefascineerd door jonge ondernemers. Vooral als ze een mooi concept hebben en hun eigen boontjes doppen. Snijders: „De gemeente zou die mensen meer ruimte moeten geven, meer moeten steunen, om ze vast te houden voor de stad. Nu lopen ze vaak tegen veel regeltjes aan. Zorg dat regels meebewegen met de bewegingen in een stad.”

Aboutaleb: „Ik spreek veel met ondernemers. Ideaal vinden ze: nul regels. Ze willen hun gang kunnen gaan. Rotterdam wil ondernemers de ruimte geven, maar de overheid ontkomt er niet aan om regels te stellen. Zodat niemand ziek wordt van het eten dat wordt geserveerd. En iedereen veilig weg kan komen als er onverhoopt brand uitbreekt.”

Te weinig overheidsbemoeienis kan zorgen voor verloedering, vindt Aboutaleb. Neem de West-Kruiskade. In de afgelopen jaren is die tamelijk shabby straat met een eenzijdig aanbod omgetoverd in een winkelstraat met veel mooie, vooral exotische, winkels. Onder meer doordat de gemeente een aantal overlastgevende drugskroegen wegkocht. Aboutaleb: „Aanvankelijk was op die straat een Marokkaans spreekwoord van toepassing: ‘Tussen een kroeg en een kroeg zat een kroeg.’ Je moet reguleren.”

Rotterdam is de afgelopen tien, twintig jaar veranderd van winderige havenstad in een warme kosmopolitische stad. Een stad die aandacht trekt met een nieuwe markthal, met De Rotterdam op de Maasoever. En natuurlijk met het nieuwe centraal station dat zijn zilverkleurige haaienbek de stad in steekt. Vooral door de vernieuwende architectuur en de skyline staat Rotterdam dit jaar op nummer 8 van de Rough Guide-ranglijst van spannende steden, en The New York Times zette de stad op nummer 10 van steden die je een keer moet zien.

Elke stad moet zijn iconen hebben, zegt de burgemeester. „Amsterdam heeft het Rijksmuseum. Parijs het Louvre, New York Times Square, Berlijn heeft de Brandenburger Tor. Wij hebben de Markthal, De Rotterdam, het centraal station en...”

Femke Snijders: „Tropicana.”

De burgemeester nuchter: „Dat vind ik niet echt een icoon van de stad.”

Femke Snijders: „Tropicana kan een voorbeeld zijn hoe je panden opnieuw activeert. Ie-de-reen in Rotterdam kent Tropicana. Kom maar eens langs voor een pilsje. Dan zult u wat zien!”

Aboutaleb: „Een cappuccino graag. Een burgemeester moet altijd nuchter blijven. Stel je voor dat ik midden in de nacht word gebeld met de mededeling: ‘Burgemeester! Er staat een olieraffinaderij in brand.’ Dan moet ik erheen en leiding geven. Dat kan niet met een dubbele tong.”

Aboutaleb wil een stad die niet alleen aantrekkelijk is voor toeristen. Ook hoger opgeleiden en gezinnen moeten er willen blijven wonen. Aboutaleb: „Ik geloof in de aantrekkingskracht van cultuur. We hebben veel, maar ik wil meer. Een Aziëmuseum zou mooi zijn. Rotterdam heeft als havenstad bijvoorbeeld al eeuwenlange banden met een stad als Shanghai.”

En hoe aantrekkelijk is Rotterdam voor mensen die niet op het idee komen hun kinderen mee te nemen naar een Aziëmuseum en die niet het geld hebben om boodschappen te doen in de Markthal? Neem bijvoorbeeld veel bewoners van Rotterdam-Zuid.

Aboutaleb: „We werken hard op Zuid om problemen aan te pakken. Dat lukt aardig, maar het moet er aantrekkelijker worden.”

De aandacht, vindt Aboutaleb, moet vooral gericht zijn op de kinderen: „Er is sinds kort een multiculturele hockeyclub op Zuid. Maar een zelfstandig gymnasium is er nog niet. Dat moet er snel komen. Aanbod creëert vraag. Toen in Amsterdam-West een gymnasium kwam, waren er plotseling 300 gymnasiasten.”

Onderwijs is een favoriet onderwerp voor de burgemeester. Hij vertelt graag in interviews hoe hij in zijn jeugd in Marokko op blote voetjes naar school moest. Geld voor schoenen was er niet, maar de blaren op zijn voeten had hij graag voor de lessen over. „Kinderen”, doceert hij, „zijn diamantjes die geslepen moeten worden. Maar dan moet je dat kind wel aan de haartjes omhoog trekken.”

Armoede en achterstand aanpakken, zegt Aboutaleb, is veel lastiger en tijdrovender dan het neerzetten van een Markthal of een centraal station. „We werken er hard aan, maar het kost zo 20 tot 30 jaar.”

Amsterdam, vindt de burgemeester, is een stad op schokdempers. Rotterdam staat op een keiharde ondergrond. De stad heeft een ruwe, rauwe kant, die past bij de geschiedenis als havenstad. Kleine kwesties kunnen hier grote gevolgen hebben, zegt de burgemeester. „Neem de discussie rond Zwarte Piet. Amsterdammers gaan naar de rechter. In Rotterdam hangen voorstanders van Zwarte Piet midden in de nacht zwarte popjes aan lantaarnpalen. Die worden er een nacht later afgehaald door tegenstanders.”

Femke Snijders: „Vindt u dat niet lastig? U komt op mij juist over als een poëtische, zachtmoedige man.”

De burgemeester: „Ik heb beide kanten. Ik ben echt een bètaman, opgeleid in de natuur- en wiskunde. Ik heb ook een grote voorliefde voor taal en poëzie. Ik ben zacht voor mensen die de stad vooruit willen helpen. Ik ben bikkelhard voor mensen die de stad ondermijnen en bedreigen. Op het gebied van de ordehandhaving en veiligheid kan niemand mij rechts inhalen.”

Femke Snijders: „U wil van alles, maar als burgemeester kan je toch juist weinig?”

Aboutaleb: „De kracht van een burgemeester ligt niet in formele bevoegdheden, maar in de informele hoek. Een burgemeester moet weten wat hij wil. Door af en toe iets te roepen, creëer je feiten. Het heeft te maken met je gezagsrol. Het zal mij niet gebeuren dat er een gezin met kinderen op straat wordt gezet. Ook al ga ik daar formeel niet over. Je moet je rol als burgemeester soms aanwenden om burgers te beschermen. Dat verwachten ze ook. Ze zien de burgemeester vaak als laatste strohalm.”