Desintegratie van het Westen onder Obama

In de afgelopen zes jaar hebben we ervaren dat Obama geen sterke president is, maar misschien kan het erger. Sinds zijn aantreden is de wereld er niet op vooruit gegaan. De oorlogen in het Midden-Oosten en Afrika duren onverminderd voort terwijl de politieke toestand waaruit ze zijn ontstaan ingewikkelder wordt. Europa wankelt van de ene staat van verwarring naar de volgende. De westelijke eenheid bestaat niet meer. Daaraan is onder president Bush jr. al het begin van het einde gemaakt en zijn opvolger bleek niet in staat die ontwikkeling te keren. Wel is Obama erin geslaagd de natie niet in een volgende uitzichtloze oorlog te betrekken (no boots on the ground) en herstelt Amerika zich langzaam van de economische crisis, maar dat proces heeft het vertrouwen van de meerderheid der kiezers niet doen herstellen.

Het verloop van de verkiezingscampagnes in de VS wordt steeds problematischer. Deze keer hebben de twee Amerikaanse partijen samen vele miljoenen in hun propaganda gestoken. Een groot deel is besteed aan de zogenaamde aanvalsadvertenties op de televisie waarin de politieke tegenstander op de meest perfide manieren verdacht wordt gemaakt. Bij vorige gelegenheden was Obama een socialist, een geheime moslim, enzovoort.

Ook daardoor wordt de geestdrift van het volk voor de politiek niet aangewakkerd. Wat bleef is een onbestemd gevoel van onvrede. Tweederde van de Amerikanen verwacht dat hun kinderen minder goed zullen leven dan zij zelf.

Zullen de Republikeinen met hun comfortabele meerderheid in het Congres daarin verandering brengen? Ze zullen het ongetwijfeld proberen. In feite is de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2016 nu al begonnen. Maar de overwegende stemming in deze partij is reactionair: tegen homoseksuelen, voor particulier vuurwapenbezit, beschermend voor het grootkapitaal. Proberen ze iets in praktische politiek om te zetten, dan kan dat op een veto van de president stuiten. De kans is groot dat de tegenstellingen groter worden. Vooral daarom is de uitslag van de recente tussentijdse Congresverkiezingen niet alleen een Amerikaans probleem. De hele internationale gemeenschap wordt erdoor geraakt. Op een andere manier dan we gewend waren, bevestigt deze uitslag een internationale trend. Amerika is niet meer de sterkste natie en evenmin de leider van het machtigste bondgenootschap. Die ontwikkeling begon al toen president Bush jr. besloot het Irak van Saddam Hoessein aan te vallen. De schade die Bush jr. heeft aangericht is nooit hersteld. In plaats daarvan is het Westen verder gedesintegreerd.

Het zou onrechtvaardig zijn de Amerikanen of in het bijzonder de Republikeinen van dit alles alleen de schuld te geven. De EU sukkelt op eigen kracht verder. Daarbij verdient het de aandacht dat het een economisch verbond is dat noch binnen de eigen grenzen noch in de wereld iets substantieels te vertellen heeft. Dat is met de Russische annexatie van de Krim en de burgeroorlog in de Oekraïne weer gebleken. Het was al bewezen met de Europese machteloosheid in de Joegoslavische burgeroorlogen. Bij de onlusten in Libië, Tunesië, Egypte hadden de Europeanen niets te vertellen. In de strijd tegen IS doen we mee, onder Amerikaanse leiding.

Binnenkort wordt het vraagstuk van het Iraanse kernwapen weer actueel. Heeft Europa de middelen om daarop invloed uit te oefenen? Nee.

Komt er over twee jaar een Republikeinse regering in Washington, dan is het mogelijk dat Europa er een groot probleem bij krijgt. Obama laat in de buitenlandse politiek een leegte achter. Zal zijn opvolger, waarschijnlijk een Republikein, dat tekort willen compenseren? Zoals het er nu voorstaat zal hij Europa daarbij kunnen afschrijven.