De stank van corruptie bij de FIFA is penetranter geworden

Als de FIFA dacht schoon schip te maken met een onderzoek naar corruptie bij de toewijzing van de wereldkampioenschappen voetbal aan Rusland (2018) en Qatar (2022), dan heeft de wereldvoetbalbond zich lelijk vergist. Er vaart een schuit vol modder langs.

Tot de opmerkelijke resultaten behoort nu de openlijke controverse tussen twee FIFA-functionarissen, de beide voorzitters van de ethische commissie die beslissende bevoegdheden heeft over sancties. De een, de Amerikaan Michael Garcia, voormalig officier van justitie in New York, had de leiding bij het onderzoek. Al werd hij daarin enigszins gehinderd doordat hij zich niet bevoegd achtte om de rol van Amerikanen te onderzoeken en omdat er voor hem een inreisverbod voor Rusland gold. De ander, voorzitter van de arbitragekamer van de ethische commissie, had tot taak om de ernst van de feiten te beoordelen die Garcia en zijn Zwitserse collega Cornel Borbély, een advocaat, boven water hadden gekregen. Deze voorzitter, de Duitser Hans-Joachim Eckert, is rechter.

Hij maakte een samenvatting van het rapport van Garcia, dat negen- tot tienmaal zo dik is en geheim. Die samenvatting bevalt Garcia allerminst, liet hij gisteren publiekelijk blijken. Eerder had hij al meer transparantie bepleit, terwijl diverse voetbalfunctionarissen, buiten en binnen de FIFA, ook op volledige openbaarmaking van het rapport hebben aangedrongen. Eckert heeft eerder gezegd dat publicatie wettelijk niet mogelijk is: in strijd met de reglementen en de FIFA zou het risico lopen te worden aangeklaagd door personen die in het rapport worden genoemd.

In het resumé dat hij gisteren publiek heeft gemaakt, staat een reeks van verdenkingen en vastgestelde misdragingen die in elk geval een schril licht werpen op sommige landen die zich kandidaat voor een van de toernooien hadden gesteld. Japan, Zuid-Korea, Engeland, Australië, Qatar en Rusland hebben zich in meer of mindere mate schuldig gemaakt aan het verblijden van de FIFA-bestuurders die over de toewijzing van de WK’s moesten besluiten. Het was al met al niet ernstig genoeg, oordeelt Eckert, om Rusland en Qatar de toernooien te onthouden.

Daarbij moet worden bedacht dat Garcia en zijn collega last hadden van beperkingen. Zij zijn niet bevoegd om getuigen onder ede te horen, vijf van elf ex-bestuurders van de FIFA werkten niet mee en in Rusland bleken computers vernietigd.

Het beste wat de arbitragekamer – die gaat erover – nu kan doen is toch het rapport van Garcia openbaar maken. Volledig of zoveel als wettelijk mogelijk is. De modderige stank van corruptie die rond de FIFA hangt, is na gisteren alleen maar penetranter geworden.