Column

De NAVO tast nog steeds in het duister

De NAVO heeft geen idee wat Rusland gaat doen, maar Rusland weet heel goed wat de NAVO níet gaat doen. Dat zei een hoge Europese functionaris in september over de situatie in Oekraïne. Zijn constatering is nog steeds waar en wordt steeds pijnlijker.

NAVO-generaal Philip Breedlove zei deze week dat „Russische colonnes met vooral Russische tanks, Russisch luchtafweergeschut en Russische gevechtstroepen” afgelopen dagen de grens met Oekraïne zijn overgetrokken. Het zou gaan om voertuigen zonder kentekens en om militairen zonder nationale herkenningstekens op hun uniform. Ook waarnemers van de OVSE en journalisten maakten daar melding van. Moskou sprak het met grote stelligheid tegen.

De NAVO mag die heimelijke invasie hebben vastgesteld, ze weet niet wat Rusland gaat doen met die manschappen en al dat materieel. Is het louter bedoeld als versterking van de pro-Russische rebellen in Donetsk en Loegansk? Komt er een nieuw offensief aan, om Rusland een doorgang te geven naar de Krim of de Zee van Azov? Is het de voorbereiding voor een annexatie? Of zit er iets heel anders achter? De NAVO tast in het duister.

Terwijl Rusland op zijn beurt wél weet dat de NAVO zich niet met militaire middelen in het conflict zal mengen. Dat moet voor het Kremlin een rustgevende gedachte zijn.

Behalve de onvoorspelbaarheid van Rusland, zit de NAVO nóg iets ernstig dwars. Het bondgenootschap heeft geen antwoord op de schimmige vorm van oorlogvoering waar Oekraïne nu mee geconfronteerd wordt.

Oekraïne is geen lid van de NAVO, en het land kan dus niet eisen dat het bondgenootschap de Oekraïense troepen te hulp schiet. Maar wat als de Russische minderheden in Letland of Estland (allebei wél lid van de NAVO) onrustig worden – en opeens blijken te beschikken over modern materieel van Russische makelij? Wat als ze steun krijgen van goed getrainde militairen van vermoedelijk Russische, maar feitelijk onbewezen herkomst?

Wanneer geldt dat dan als een aanval door Rusland? Wanneer, met andere woorden, zijn de NAVO-landen verplicht hun bondgenoten te hulp te schieten?

Het befaamde artikel 5 van het NAVO-Handvest zegt dat een aanval op één lidstaat wordt opgevat als een aanval op alle lidstaten. In de Koude Oorlog leek dat een heldere afspraak met afschrikkende werking: als de Sovjet-Unie een Europees NAVO-land zou binnenvallen, moest ze erop rekenen in oorlog te komen met Amerika. Maar op de Krim en in Oost-Oekraïne heeft Rusland zijn militaire inmenging steeds verhuld. Er waren helemaal geen Russische militairen, heette het, het waren hoogstens vrijwilligers, die vakantiedagen hadden opgenomen om op eigen initiatief de pro-Russische Oekraïners te helpen. Heus waar.

Toen NAVO-generaal Breedlove deze week met zo veel nadruk zei dat het Russische troepen waren die de grens waren overgestoken, gaf hij daarmee een boodschap af waarvan de betekenis ver boven de Oekraïne-crisis uitgaat. Ook als de Russen ontkennen dat het hun troepen zijn, ook als de tanks geen vlaggetjes en nummerplaten hebben en de manschappen geen herkenbare afkomst, dan aarzelen wij niet om Rusland als agressor aan te wijzen, zei hij in feite. Ofwel: denk niet dat jullie met dit soort schimmenoorlog wegkomen in de Baltische landen. Dan zullen we het, net als nu, een Russische inval noemen – en dan zal de NAVO artikel 5 in werking stellen en de binnengevallen bondgenoot militair te hulp komen. Zijn woorden waren een ouderwetse boodschap van afschrikking. Hoe geloofwaardig dat signaal is, daarover tast Moskou nu op zijn beurt in het duister.