Dalende olieprijs is Poetins achilleshiel

Rusland leefde onder Poetin op dankzij stijgende grondstoffenprijzen. Nu de olieprijs keldert, wreekt zich de eenzijdigheid van de Russische economie. Hoewel het Kremlin over financiële reserves beschikt, mag de olieprijs niet te lang laag blijven. Dit kan het land er, naast de westerse sancties, nauwelijks bij hebben.

Is het een complot van de Amerikanen en de Saoedi’s? Mindert China vaart? Of wordt er simpelweg te veel olie geproduceerd? Wat de reden ook is, de prijs van ruwe olie is in een paar maanden duizelingwekkend snel gedaald. Een van de belangrijkste slachtoffers is Rusland. Vanmorgen dook een vat (159 liter) Brent-olie naar 77 dollar, nadat de prijs afgelopen zomer nog 115 dollar bedroeg.

Met de prijs van olie daalt ook de koers van de roebel sterk. Vorige week verdedigde de Russische centrale bank de munt nog, maar maandag besloot zij die strategie te laten varen. Dat ging een paar dagen goed, maar vanmorgen zakte de roebel naar ruim 47 roebel per dollar. Dat is 35 procent lager dan nog maar een paar maanden geleden.

De Russische economie heeft het toch al moeilijk door de Westerse sancties die zijn ingesteld naar aanleiding van het conflict in Oekraïne. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwachtte vorige maand een Russische economische groei van 0,2 procent dit jaar en 0,5 procent in 2015. Maar daar zijn de gevolgen van een sterk gedaalde olieprijs amper in verwerkt. De inflatie klimt al naar 9 procent.

Russische renaissance

Afgelopen jaren was de ‘Hollandse ziekte’, potverteren dankzij hoge dollarinkomsten uit olie- en gasexport, een bekende kwaal in Rusland. Sinds kort is ‘stagflatie’, de dodelijke combinatie van stagnatie en hoge inflatie, in Rusland een begrip dat in bredere kring gemeengoed wordt.

Maar brengt dat de regering-Poetin ook in de problemen? Het internationale researchbureau Capital Economics berekende dat de sterke stijging van de prijs van olie en aanverwante producten Rusland sinds 2004 het formidabele bedrag van 1.500 miljard dollar (1.200 miljard euro) heeft opgebracht. In 2013 exporteerde Rusland voor een recordbedrag van 346 miljard dollar aan olie en gas. Circa de helft van deze oliedollars vloeit via heffingen en belastingen in de kas van de regering.

Olie en gas zijn dan ook onontbeerlijk geweest voor de Russische renaissance onder het bewind van president Poetin. Dankzij de hoge energieprijzen kon het Kremlin zijn ‘sociale contract’ met de bevolking van Rusland betalen en in stand houden. De ouderen die recht hebben op een staatspensioen, een groep die met bijna veertig miljoen op een bevolking van 145 miljoen een serieuze electorale factor is, hebben afgelopen decennium geprofiteerd.

Economen van Deutsche Bank berekenden onlangs voor een aantal olieproducerende staten hoever de olieprijs mag dalen voordat die landen budgettair in de problemen komen. Voor Rusland is dat iets boven de 100 dollar. Dat betekent dat het Kremlin bloedt bij het huidige prijspeil van onder de 80 dollar. Voor elke dollar onder de 100 moet de regering jaarlijks voor 2,3 miljard dollar op haar begroting korten.

Hoe ernstig dat wordt, hangt uiteraard samen met de duur van de lage olieprijs. Rusland heeft maatregelen getroffen om niet al te veel te worden meegevoerd op de golven van de oliemarkt. De begroting gaat uit van de gemiddelde olieprijs van de laatste zes jaar. Dat brengt rust, maar heeft ook tot gevolg dat wellicht te laat wordt gereageerd op een plotselinge, duurzame daling. Daarnaast is er een speciaal ‘reservefonds’ dat dient als buffer voor de overheidsfinanciën. Dit fonds (van ruim 85 miljard) is in principe zo ingericht dat de staatsuitgaven twee jaar lang op het huidige peil kunnen worden gehandhaafd als de olieprijs zakt tot 60 dollar. In zijn periodieke consultatie over Rusland stelde het IMF deze zomer echter dat het fonds niet de beoogde 7 procent van het bruto binnenlands product bevat, maar slechts 4,3 procent. Dat geeft dus in plaats van twee jaar iets meer dan een jaar respijt, als het fonds in de tussentijd niet voor andere doeleinden wordt gebruikt.

Kapitaalvlucht

De kans dat dit wel gebeurt is groot. Staatsoliebedrijf Rosneft moet binnenkort ruim 20 miljard dollar herfinancieren maar kan dat niet meer doen op de Westerse kapitaalmarkt omdat het concern op de sanctielijst staat. De Russische minister van Financiën heeft ermee ingestemd dat een deel daarvan uit het reservefonds mag worden gefinancierd. De buffer tegen de lage olieprijs slinkt.

Capital Economics stelt dat Rusland, bij een olieprijs van bijvoorbeeld 80 dollar tot het einde van 2015, een tekort op de betalingsbalans krijgt van 150 miljard dollar. Dat hakt er in, gezien de kapitaalvlucht die dit jaar wordt geschat op 120 miljard dollar. De centrale bank had begin november deviezenreserves van 428 miljard dollar; een jaar geleden was dat nog 524 miljard. Dollars worden in het dagelijkse verkeer al schaarser. Normaal openen Westerse centrale banken in tijden van nood onderlinge kanalen, waardoor zij over elkaars valuta’s kunnen beschikken. Met Rusland is dat nu ondenkbaar. Riskant is dat wel: buitenlandse commerciële banken hebben honderden miljarden dollars aan leningen uitstaan in Rusland. Nederlandse banken zijn goed voor een kleine 17 miljard, waarbij ons land relatief de grootste crediteur is.

En aan wie lenen die banken eigenlijk? De Russische economie is buitengewoon eenzijdig en bovendien doordesemd van corruptie – en dus kwetsbaar. Maar voorspellingen zijn volgens de kritische econoom Jevgeni Gontmacher hachelijk. „Door onze enorme parallelle economie werd er al langer niet in Rusland geïnvesteerd. Door de sancties is de toestand nu nog instabieler”, aldus Gontmacher. „Maar of de sancties zich tegen het Kremlin keren als de gewone mensen er last van gaan krijgen? Het kan ook leiden tot het idee ‘iedereen is tegen ons’.”