Clubben in Addis Abeba

Tot ergernis van Iris Hannema doen reisgidsen alsof Ethiopiërs nog in hun blote kont rondlopen, met schotels in hun lip. In deze serie laat ze een andere kant van Ethiopië zien. Alevering 4: dansen!

Arriveren vanuit de westerse wereld in Addis Abeba, Nieuwe Bloem, is wennen. De stad ligt op zo’n 2400 meter hoog en alles lijkt under construction. Een ratjetoe van onaffe, niet bepaald mooie bouwsels en hysterisch verkeer vol stinkende blauwe Lada-taxi’s en dure Toyota’s van hulporganisaties, ambassades en de VN. ’s Avonds zijn de straten aardedonker en moet je oppassen dat je niet over bedelaars struikelt (‘Miss! Moneyyy!’). Zelf ging ik op dag één naar Merkato, de grootste markt van continent Afrika, waar grijpgrage handen in mijn zakken verdwenen, mijn schoenen onder de ondefinieerbare bruine smurrie kwamen te zitten en ik zelfs aan een schietgebedje begon: waar is in vrédesnaam de uitgang?

Maar als ik na een paar weken backpacken door het noordelijke platteland van Ethiopië terugkom in de grote stad, merk ik dat ik gewend ben geraakt aan het Afrikaanse. Nu zie ik het pas: het gaat hier juist goed!

Ineens: taxi’s

Als de zon ondergaat blijken er in de aftandse kantoorgebouwen en grauwe hotels de tofste uitgaansplekken te zitten. Overdag loop je er nietsvermoedend langs, ’s avonds staan er opeens tientallen taxi’s voor de deur en wandelen mooie opgedofte Ethiopiërs in en uit. Maar dan, welk minibusje gaat waarheen? Het moge de locals helemaal duidelijk zijn vanaf welke straat welk busje waar naartoe vertrekt, ik snap er geen bal van. Ze sjezen door de straten, worden volgepropt met bagage en passagiers, kosten slechts 3 birr (10 eurocent), maar wat schreeuwen de kaartverkopers die uit de opengeschoven deur hangen? Zei hij ‘Bole’? De wijk Bole? Maar welke kant van Bole? Oh nee, hij zei geen Bole. Ik sta in de verkeerde straat? Alweer? Daarom kies ik vanavond voor een taxi, relatief veel duurder, maar ook stukken sneller.

Caipirinha

Als ik de kenners mag geloven zijn in Addis Abeba de beste clubs van Oost-Afrika. Wie een beetje rondvraagt kan terecht in biertuinen, cafés en clubs met hippe namen als Flirt, Oslo, Farenheit, 17 17, Bailamos, Le Tam Tam, Jazzamba, The Gaslight Night Club en Jolly. In een kantoorgebouw met groenglazen ramen aan Bole Road zit op de derde verdieping The Black Rose, een populaire loungebar in Zuid-Amerikaanse sferen met keiharde muziek. Het is stampend vol en net te donker om goed te ontwaren wie er voor je staat. Er mag gerookt worden en het staat dan ook blauw.

Ik drentel met mijn mierzoete Caipirinha’s in mijn hand rond, totdat er een groepje hippe Ethiopiërs vertrekt en er een tafeltje vrijkomt. Buiten zie ik de verlichte neon van de sportschool van Ethiopië’s trots, Haile Gebrselassie, olympisch atleet, één van de grootste langeafstandslopers aller tijden en zakenman.

Na enen loopt The Black Rose leeg en is het tijd voor de grootste nachtclub van Addis: H2O (in het Jolly Hotel). Het blijkt een serieuze club met veel moeilijk kijkende bodyguards, mooie meisjes in loeistrakke jurkjes (de meesten gaan niet gratis mee naar huis), gespierde jongens met zonnebrillen op, sommigen in pak, anderen met grote gouden kettingen om. De muziek is een mix van house en Afrikaanse muziek, de dansvloer is verlicht (geen drankjes mee, anders trekt de bewaker je er aan je arm vanaf), een VIP-balkon en drie bars met de exotische namen Ocean, Beach en Cocktail. Ik maak nog een dansje met een Fransman die voor Artsen zonder Grenzen werkt bij de grens met Soedan en een weekendje aan het ‘relaxen’ is. Rond half vier ga ik een paar deuren verderop naar afsluiter van de nacht ‘Oh Canada!’. Overdag een Canadees (!) restaurant met foto’s van totempalen aan de muur, ’s nachts verandert de tuin in een club. Hoeveel een biertje kost ben ik vergeten, maar ik herinner me wel dat er heel veel Stromae werd gedraaid. Tip voor de volgende dag: massagesalon Boston Daily Spa (12 euro voor een uur), in hetzelfde gebouw als The Black Rose maar dan op de begane grond.