Autobiografie spannend als echt voetbal

Soms maakt een man een moment van onvoorwaardelijke liefde mee. Ajax-Volendam, februari 2009. Een koude namiddag, geen speler was vooruit te branden, behalve de 22-jarige Ajacied Luis Suárez. Die was toch echt voor hoger honing uit Uruguay gekomen, maar hij sleurde en zwoegde tot de kleine opponent van het grote Ajax met 2-1 op de knieën was gedwongen.

Een jongen die daarna niets meer fout kon doen en dus toch van alles fout deed: tegenstanders bijten, fopduiken, handsballen, racistische opmerkingen – een bijtertje (in alle opzichten) dat alles doet om te winnen. Voor Nacional in Uruguay, Groningen, Ajax, Liverpool en Barcelona.

Zo’n speler is big business, vandaar dat er twee boeken over hem in de winkel liggen: een snel te vergeten, zouteloze hij-wilde-vroeger-ook-al-winnen-biografie van de eerder over Messi en Neymar schrijvende flitsbiograaf Luca Caioli (Suárez. Vert. Pieter van der Drift. Thomas Rap, 288 blz. € 17,90). En Luis Suárez. De Autobiografie, een boek dat wél aan de verwachtingen voldoet.

Vooral over de jonge Suárez is het heerlijk lezen. Hoe hij op een gegeven moment niet meer wist wiens ‘eigendom’ hij was en hoe hij moederziel alleen in een Amsterdamse hotelkamer zat en niet wist hoe hij het personeel moest vragen of men zijn kleren wilde wassen. Zijn vriendin Sofia stuurde hem voorbeeld-sms’jes, die hij dan aan het kamermeisje liet zien – het kwam goed. Het is ook nog steeds goed tussen Luis en Sofia, die elkaar van kinds af aan kennen.

Ook is er zijn verbijstering over het gemak waarmee Hollanders met een nederlaag om konden gaan (voor Suárez was het het einde van de wereld). Om nog maar te zwijgen over de teambuilding van Ajaxcoach Marco van Basten, die zijn selectie onderwierp aan schilderlessen en een speurtocht: ‘We zaten met een team van vijf man gepropt in een Citroën 2CV en reden door Amsterdam op zoek naar aanwijzingen, terwijl AZ 35 kilometer verderop het landskampioenschap vierde.’

Het verhaal is goed opgetekend door Peter Jenson en Sid Lowe – wat tot uiting komt in de opmaat naar de (derde) beet van Suárez, op het laatste WK. Je voelt de overspanning waaraan de voetballer ten prooi was: ‘ “Suárez dit, Suárez dat.” Het seizoen. De blessure. Het werk, iedere dag weer. Het WK niet halen. Het WK wél halen. [...] De confrontatie met Engeland. Engeland. Twee keer scoren. De knie. De spanning. En dan een paar dagen later nog een keer vol aan de bak, of het is allemaal weg, verdwenen. En het is Italië. De klok tikt door en de kans komt en Gigi Buffon redt. En dan gebeurt het.’ Het, dat zijn de tanden van Suárez in de hals van de Italiaanse verdediger Chiellini, met een reuzenschorsing als gevolg.

Een goed voetbalboek is zo spannend als een echte wedstrijd; zelfs als je de uitslag al kent.