Aanpak jihadganger veel te therapeutisch

Trek lering uit de Koude Oorlog om IS te bestrijden. De aanpak nu is volstrekt apolitiek en veel te therapeutisch, vindt Shervin Nekuee.

illustratie pavel constantin

Uit een onderzoek van Motivaction blijkt dat tachtig procent van de Turkse jongeren het niet verkeerd vindt dat er door groeperingen uit naam van de jihad geweld wordt gebruikt tegen andersgelovigen of niet-gelovigen. Opnieuw is minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) verrast en verontrust over grote sympathie voor jihadgangers onder de Nederlandse moslimjongeren, dit keer van Turkse afkomst. Het kan ook niet anders: het ratjetoe van tot nu toe aangekondigde maatregelen van Asscher en zijn collega’s tegen internationaal jihadisme geeft geen blijk van inzicht in de strijd tegen IS.

Er is een grote lacune in het denken en doen van de huidige politici, een generatie die groot is geworden na de Koude Oorlog. De wijsheid van de oude politieke elite over de samenhang tussen binnenlands en buitenlands beleid lijkt teloorgegaan. De generatie van destijds wist hoe ze de eigen waarden en idealen moest propageren. Men was doordrongen van de noodzaak om bondgenootschappen aan te gaan met partijen die dezelfde idealen nastreefden. Mede daardoor kon het uiteenvallen van de ideologische tegenhanger van het Westen worden bewerkstelligd: de Sovjet-Unie en haar bondgenoten.

Het huidige plan van aanpak van de ministeries van Justitie en Sociale Zaken tegen het jihadisme in Nederland spreekt boekdelen. Geen van beide departementen heeft de nodige expertise, netwerken of professionele ervaring om de problematiek aan te pakken. Een perspectief ontbreekt. Het ministerie van Buitenlandse Zaken had erbij betrokken moeten worden; het gaat immers om een transnationaal politiek fenomeen dat zich niet laat begrenzen door ambtelijke waterscheidingen.

Hoe anders was de Nederlandse aanpak in de laatste decennia van de Koude Oorlog, toen veel jongeren in de ban waren van de linkse geweldsromantiek van de Vietnamese communistische leider Ho Chi Min, Mao (China) en Che Guevara (Cuba). Het verheerlijken van geweld had elders in Europa tot het ontstaan van terroristische organisaties geleid. Maar de zittende elite wist er wel raad mee. Men zocht naar manieren om de radicale jongeren te pacificeren en los te wrikken van de banden met de Sovjets en Mao’s China. Zolang radicaal links zich hield aan de spelregels van de democratische rechtsstaat, werd haar ruimte gegund om zich te profileren en deel te nemen aan de politieke arena. Zo werden jonge, radicale activisten binnenboord gehouden. Zij gingen niet ondergronds of naar communistische walhalla’s, maar bleven in het vizier van de inlichtingendiensten.

Het politieke handelen van onze huidige bestuurders kent die diepte niet. Integendeel; de binnenlandse aanpak van jihadgangers is volstrekt apolitiek en van een hoog therapeutisch gehalte, gericht op het herkennen en behandelen van potentiële ‘tijdbommen’ onder de jongeren.

De ideologie van het Oostblok is destijds aangepakt door consequent te handelen naar onze eigen democratische idealen en deze met verve uit te dragen. Het Sovjetblok kon worden afgetroefd doordat het Westen intern zijn politieke principes van tolerantie trouw bleef en investeerde in partners van kaliber binnen de oppositie in Oost-Europa zoals Václav Havel en Lech Walesa. Met open armen ontvingen we intellectuele ballingen daarvandaan. De Tsjechische schrijver Milan Kundera mocht in Parijs in alle rust en comfort zijn De Ondraaglijke lichtheid van het bestaan schrijven, waarmee de Praagse Lente voor de generatie linkse rakkers in West-Europa een humanistisch-kritische spiegel werd. Boris Pasternaks Dokter Zjivago werd nota bene in Nederland in het Russisch gedrukt om het naar de Sovjet-Unie te smokkelen.

Hoe schrijnend anders en discutabel is ons huidige beleid ten opzichte van het radicaal-islamisme. Onze belangrijkste partner in het Midden-Oosten is Saoedi-Arabië, hofleverancier van de intolerantste versie van de islam, een land van waaruit de grootste aantallen jihadisten (en geld) stromen voor hun horrorpraktijken. Hoe lang is de lijst van het kabinet-Rutte met intellectuelen uit het Midden-Oosten die de regering als bondgenoten wil betrekken in de strijd tegen extremistisch islamisme? Die lijst bestaat niet.

Wij zijn geobsedeerd door het weren van haatimams, terwijl de door de islam bevangen generatie moslimjongeren juist gevoed zou moeten worden door eloquente en liberale theologen uit het Midden-Oosten. Een van deze erudiete islamitische morele leiders, Syriër, en wereldberoemd om zijn tolerante denkwijze, vertelde mij onlangs in vertrouwen hoe denigrerend zijn gesluierde vrouw bij een Nederlandse ambassade ontvangen is. Genoeg reden voor hem om Nederland voorlopig links te laten liggen.

Ook menig seculiere intellectueel uit het Midden-Oosten die voor een literair festival of een politieke conferentie naar Nederland wordt uitgenodigd moet door een muur van bureaucratische hindernissen heen en bewijzen dat hij echt maar tijdelijk een baan, een huis en een gezin achterlaat om een visum te kunnen bemachtigen. Bang als we zijn dat hij of zij wellicht asiel zou willen aanvragen hier. We keren onze rug naar degenen die de beste bondgenoten en ambassadeurs van onze liberaal-democratische idealen kunnen zijn.

Tijdens de Koude Oorlog hebben we consequent naar onze eigen idealen gehandeld en zelfs de radicale communisten niet geweerd, zolang ze vreedzaam voor hun eigen ideeën opkwamen. In de strijd tegen de Sovjet-ideologie hebben we een hand uitgereikt naar medestanders in het Oostblok. De linkse jongeren van toen zijn niet massaal geëmigreerd naar de Sovjet-Unie. Extremisten zijn ze niet geworden, op een enkeling na. Burgers en intellectuelen uit het Oostblok hebben onze idealen omarmd en liepen en masse de grenzen over, niet andersom.

De huidige politici zijn toe aan bijscholing. Laat de wijsheid van hun voorgangers niet voorgoed verloren gaan.