Aan de UvA moeten alle talen samenwerken

De faculteit geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam gaat flink op de schop. Er gaan masterstudies verdwijnen.

Docenten en hoogleraren zijn boos. Studenten speculeren over acties en kondigen bezetting van universiteitsgebouwen aan als ze zich onvoldoende gehoord blijven voelen. Wat is er aan de hand op de faculteit geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam?

De faculteit kampt met financiële problemen, voor eind 2017 moet structureel 7 miljoen bezuinigd worden. Dat is zoveel geld, volgens het faculteitsbestuur, dat er méér moet gebeuren dan een paar losse bezuinigingen. Die bezuinigingen zijn er trouwens ook. Voor eind 2017 moeten 98 voltijdbanen verdwijnen, waarvan 78 onder wetenschappelijk personeel.

Maar daarnaast stelde decaan Frank van Vree dinsdag ingrijpende hervormingen voor. Die wil hij wil hij nu nog binnen de faculteit bespreken.

Voor een nieuwe inrichting van de bacheloropleidingen geeft hij twee opties. Het meest verregaand is een organisatie volgens het liberal arts-model. Daarin volgen alle eerstejaarsstudenten een gezamenlijke propedeuse. In het tweede en derde jaar specialiseren ze zich. De tweede optie is minder rigoureus, maar ook daar wordt het eerste jaar breder: opleiding worden samengevoegd en gaan een gezamenlijke propedeuse aanbieden.

Er wordt gesneden in het aantal masteropleidingen. Het aanbod moet worden „ontdubbeld”, zo is het plan. Omdat er te veel masters zijn die op elkaar lijken; die geen duidelijk eigen ‘profiel’ hebben.

Ten slotte moeten de talenstudies veel intensiever samenwerken, in één Amsterdam Centre for Languages. Mogelijk verdwijnen er opleidingen. Van Vree: „We kunnen van alle vijftien talen een volledig bachelorprogramma blijven aanbieden. Maar de grote opleidingen moeten dat financieren. Dat hebben ze tot nu toe gedaan. De vraag is of ze dat kunnen en willen blijven doen.”

Kleine talen

De situatie aan de UvA staat niet op zichzelf. In heel Nederland hebben de geesteswetenschappen het zwaar, al jaren. Het is vooral duur om de ‘kleine talen’ in stand te houden. Docenten staan daar voor zalen met enkele studenten. De Rijksuniversiteit Groningen schrapte vorig jaar nog de verlieslijdende studies Deens, Noors, Fins, en Hongaars. Maar zelfs talen als Frans en Duits zijn onrendabel.

Eén van de redenen dat de UvA-faculteit problemen heeft, zegt Van Vree, is de financiering door de overheid. Bètastudies krijgen relatief veel geld per student. Geesteswetenschappen relatief weinig, terwijl die volgens Van Vree duur zijn. Een faculteit als rechten kan bijvoorbeeld makkelijker grootschalige hoorcolleges organiseren dan een faculteit met uiteenlopende opleidingen: van wijsbegeerte, geschiedenis en cultuurwetenschappen tot allerlei verschillende talen. Dat erkent de overheid niet, volgens Van Vree, en „dat is waar de problemen beginnen”.

Sommige medewerkers steunen de plannen. Hoogleraar Europese studies Joep Leerssen ziet de visie van Van Vree als „een poging de laatste reserves die we aan personeelskracht hebben efficiënt in te zetten”. Ook hij hekelt vooral de financiering vanuit de overheid.

Maar er is ook veel kritiek op de plannen. Studenten klagen dat de faculteit alle opleidingen wil „omsmelten tot één groot liberal arts-programma”. „Minder specialisatie, meer massificatie”, staat in een brief van protestgroep Humanities Rally. „Hoe kan dit alles het niveau van het onderwijs ooit ten goede komen?”

Frank van Vree zegt graag in discussie te gaan, omdat het een „discussiestuk” betreft. Maar sommige plannen liggen wel degelijk vast. De verbreding van het eerste jaar bijvoorbeeld staat „niet ter discussie”, meldt het plan. „Zomin als de herprofilering van de masterprogramma’s.”

Terwijl hoogleraar en afdelingsvoorzitter filosofie Beate Roessler twijfels heeft bij dat brede eerste jaar. Net als haar collega Elsbeth Brouwer, docent en lid van de opleidingscommissie wijsbegeerte. Daarmee verkort je namelijk de duur van de vakspecifieke opleiding, zegt zij. „Aan het einde van het traject heb je dan een jaar minder jouw vak gestudeerd.”

Verkeerde keuze

Volgens Van Vree blijft er net zoveel ruimte voor specialisatie als nu. Nu zijn er ook al keuzevakken, maar vooral in het tweede en derde jaar. Het aantal studiepunten voor deze vakken zal niet enorm verschillen, verzekert de decaan. Ze worden simpelweg naar voren gehaald. Bovendien wordt daarmee een ander probleem opgelost: studenten die door een verkeerde studiekeuze vroeg afhaken. Zij kosten de universiteit veel geld. „Bij de talen zijn de afvalpercentages 30 tot 60 procent. En het gaat om kleine groepen, dus een substantieel deel van de studenten maakt een verkeerde keuze. Daar moeten we echt wat mee doen.”

Daarmee is Brouwer nog niet overtuigd. Studenten zullen pas vanaf het tweede jaar echt een goed beeld krijgen van de opleiding. „Dan kan het zijn dat ze in dat jaar veel meer uitvallen.”

De komende weken zal er op de faculteit nog gediscussieerd blijven worden. Veel medewerkers vinden dat ze tot nu toe te weinig naar hen geluisterd is. Hoogleraar geschiedenis James Kennedy hoopt, ondanks de emotionele discussies binnen de faculteit, op een „constructieve houding” van medewerkers en studenten. „De kritiek is niet mals. En ik deel ook een belangrijk deel van de kritiek, maar nu moeten we met een groot draagvlak tot een oplossing komen.”