Wat ons bindt - of juist niet

Kort na de verschijning van het boek De Twijfelbrigade van Jan Paul van Soest, over wat hij beschouwt als verdraaiingen in het klimaatdebat, werden hij en de econoom Hans Labohm, die op zijn blog De Dagelijkse Standaard regelmatig over klimaatonderwerpen schrijft, door oud-KNMI wetenschapper Gerbrand Komen uitgedaagd om in debat te gaan. Hij vroeg ze om zo precies mogelijk hun visie te formuleren. Was er tussen deze tegenpolen in het klimaatdebat common ground te vinden?

Komen stelde een reeks prikkelende en precieze vragen – over onzekerheden of ‘robuuste bevindingen’, over kernenergie of windenergie, over de zin van mitigatie of de noodzaak van adaptatie. Labohm en Van Soest reageerden daarop en uiteindelijk is het idee ontstaan om op dit blog een dialoog te beginnen.

Nu de klimaatwetenschap heeft gesproken en de vijfde cyclus van IPCC-rapporten is voltooid, is het een goed moment voor die bezinning. De komende tijd zal ik daarom af en toe een blog schrijven waarin het debat tussen – om het voor één keer zo te noemen – sceptici en alarmisten, zich niet beperkt tot de reacties, maar onderwerp is van het blog zelf. Ik doe dat naast de reguliere berichten over het klimaatnieuws.

Omgaan met onzekerheden

Wat weten we? Hoe moeten we omgaan met onzekerheden? Wat is de zin van emissiebeperkende maatregelen? In hoeverre raakt klimaatbeleid aan ontwikkelingssamenwerking? Bestaat er een verband tussen wereldbeelden en visies op klimaatverandering? Dat soort vragen.

Labohm en Van Soest nemen deel aan deze dialoog. Zij geven beiden een persoonlijke aftrap en als het debat een beetje loopt, zal ik hen af en toe vragen te reageren. Ook probeer ik aan het eind van ieder thema een paar conclusies te trekken.

Ik ga deze dialoog strenger modereren dan ik gewend ben. Ik verwacht korte (maximaal 200 woorden) reacties, onder eigen naam. En vooral ook trefzeker en ter zake doende. Laten we niet proberen elkaar vliegen af te vangen. Ik heb ook geen behoefte aan opmerkingen als ‘de opwarming is 17 jaar geleden gestopt’, ‘bij het IPCC werken alleen criminelen’, ‘sceptici zijn vergelijkbaar met degenen die vroeger zeiden dat de aarde plat is’. Zoals gezegd: we zoeken in de eerste plaats naar wat ons bindt en pas daarna naar wat ons scheidt.

Om bij het begin te beginnen: verandert het klimaat als gevolg van menselijke activiteit? Zo niet, waardoor dan wel? En zo ja, is er reden om aan te nemen dat die veranderingen meevallen of juist niet?

Hier de eerste gedachten van Hans Labohm:

Evenals de aanhangers van de menselijke broeikashypothese zijn klimaatsceptici van mening dat het klimaat verandert. Klimaatverandering is de norm. Zij zijn eveneens van mening dat de gemiddelde wereldtemperatuur sinds het einde van de kleine ijstijd (1850) is gestegen, zij het dat zij vermoeden dat de temperatuurstijging iets minder is geweest dan de officiële meetreeksen aangeven. De meesten onder hen erkennen dat CO2 een broeikasgas is en dat de menselijke uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen enige invloed moet hebben op de temperatuur, maar zij achten die invloed onbeduidend. Er zijn vele factoren die van invloed zijn op het klimaat, zoals zonneactiviteit, wolken, oscillaties van oceaanstromingen, aerosolen, vulkanisme enz. enz. Volgens de klimaatsceptici is daarover nog te weinig bekend om tot betrouwbare voorspellingen te komen.
Klimaatmodellen zijn niet gevalideerd. Zij kunnen niet eens het verleden ‘voorspellen’ (‘backcasting’), laat staan te toekomst (‘forecasting’). In dit licht is elke uitspraak over de toekomstige klimaatontwikkeling uiterst speculatief. Niettemin is een aantal klimaatsceptici (meteorologen, geologen en astrofysici), onder meer op grond van verwachtingen inzake de zonneactiviteit en oceanische oscillaties, van mening dat we een afkoelingsperiode tegemoet gaan. Zouden zij het bij het rechte eind hebben, dan zullen de gevolgen daarvan voor de mensheid negatiever uitvallen dan wanneer er een geringe opwarming zou optreden.

En hier die van Jan Paul van Soest:

Het blijft merkwaardig dat mensen die zich op de (klimaat)wetenschap baseren ‘alarmisten’ heten. Is iemand die gezondheidsbeleid wil voeren op basis van de medische wetenschap ook een ‘alarmist’? Nee natuurlijk; de term ‘klimaatalarmist’ wordt vooral gebezigd door personen die de bevindingen uit de klimaatwetenschap niet accepteren. Vreemd is ook dat de wetenschapsafwijzers ‘sceptici’ worden genoemd, terwijl ze werkelijke scepsis hebben ingewisseld is voor de stelligheid dat de opwarming – zo deze al wordt erkend - door zo’n beetje alles behalve door broeikasgassen kan komen.

Maar dat broeikassen opwarming veroorzaken is gewoon middelbareschoolnatuurkunde. Aan de analyse van de oorzaken van de huidige opwarming is wetenschappelijk gezien geen eer meer te behalen, en bijgevolg is de consensus binnen de wetenschap op basis van alle bewijslast enorm. De bewijzen worden slechts betwist door degenen die klimaatbeleid vrezen, en doorgaans met argumenten die al lang en breed zijn weerlegd.
Voor de toekomst zijn er projecties van opwarming en effecten daarvan. Rondom een verwachtingswaarde is er een onzekerheidsmarge: het kan meevallen, of juist tegenvallen. Daarover zou het debat dan ook moeten gaan: welke risico’s vinden we aanvaardbaar, gezien de lusten en de lasten van doorgaan versus ingrijpen? Een ‘debat’ in publiek en politiek over wetenschappelijke feiten en interpretaties is zinloos, een maatschappelijk risicodebat is daarentegen broodnodig.

Genoeg aanknopingspunten voor een interessante dialoog, lijkt me.

Dialoog

Op zoek naar de grenzen van twijfel en zekerheid over het klimaat.