Spekman wil een radicale PvdA: uit kantoor, straat op

PvdA-politiek lijkt gereduceerd tot verzinnen en verkopen van beleid. De partij moet de buurten in.

De PvdA is ongelukkig met zichzelf. De partij zucht onder „machteloosheid van eigen makelij”, is „defensief” en „te tactisch” geworden en vereenzelvigt zich volledig met de overheid. Alles moet dus anders. En wel nú.

Die boodschap komt niet van een ontevreden wethouder of dissident Kamerlid, maar van partijvoorzitter Hans Spekman. Vanmiddag presenteert hij een reeks richtlijnen waaraan PvdA-politici zich moeten gaan houden. Alleen met een „radicale” en „activistische” manier van politiek bedrijven kan de PvdA zijn zelfvertrouwen herwinnen, luidt Spekmans boodschap.

Wat dat concreet inhoudt? PvdA-politici worden straks verplicht een kwart van hun tijd door te brengen op straat. Niet praten met andere politici in het Tweede Kamergebouw of op het gemeentehuis, maar actie in de wijk, op de werkvloer of bij mensen thuis. De PvdA moet een ‘werkvloerpartij’ en ‘buurtpartij’ worden. De linkse concurrenten van de SP gaan al jaren de straat op.

Een andere vereiste voor PvdA’ers: het volgen van ideologische scholing. Ook komt er een hulplijn voor politici die zijn vastgelopen in een bepaalde kwestie en gaat een team van ‘ambassadeurs’ hun ervaringen delen met collega-PvdA’ers. In de eerste lichting ambassadeurs zitten onder meer vicepremier Asscher, Kamerlid Marcouch en burgemeester Depla van Heerlen.

Spekmans actieplan tegen de machteloosheid van de PvdA is gebaseerd op een rapport van Jan Hamming, burgemeester van Heusden. Hij dacht op verzoek van de partijvoorzitter na over hoe de PvdA ‘waardengedreven’ politiek kan gaan bedrijven. Hamming concludeert, niet voor het eerst, dat de PvdA een club van technocraten is die het contact met de gewone man is kwijtgeraakt. Sociaal-democraten moeten ruim baan geven aan emoties. „Het streven naar goed werk is emotioneel [...] Verheffing is emotioneel [...] Binding is emotioneel”.

Hammings verhaal is in lijn met Spekmans programma: activisme, poten in de modder, initiatief van onderop. Maar hun gedragscatalogus komt op een ongemakkelijk moment: kiezers laten de PvdA massaal in de steek vanwege Rutte II en het kader klaagt dat ze de vele hervormingen en bezuinigingen van het kabinet niet uitgelegd krijgt op straat.

Daar zit dan ook een probleem. Hoe kunnen PvdA’ers een emotioneel appèl doen op sociaal-democratische beginselen als een groot deel van de achterban gelooft dat diezelfde beginselen door het kabinet met de voeten getreden worden? Hamming geeft een aantal voorbeelden van beleid dat op een positieve, linkse manier kan worden uitgelegd, zoals de jeugdwet, het leenstelsel voor studenten en het gedogen van coffeeshops. Maar minstens zo veelzeggend zijn de voorbeelden die ontbreken: het asielbeleid, de korting van de werkloosheidsuitkering, de bezuinigingen op langdurige zorg.

Ook roept Spekmans offensief de vraag op wat een ‘radicale’ PvdA betekent voor het leiderschap van Diederik Samsom. De politiek van de PvdA „lijkt gereduceerd tot het verzinnen en aan de man brengen van beleid”, schrijft Hamming. De veronderstelling „dat als het beleid goede resultaten heeft, de kiezer de partij zal belonen” is een „armoedige strategie”. Toch is dat precies wat Samsom nu doet: het PvdA-beleid uitleggen in de hoop dat de kiezers uiteindelijk waardering hebben voor zijn moed en daadkracht.