Regisseur die dienstbaar aan de tekst is

Komend weekend gaat de honderdste regie van Antoine Uitdehaag in première, het toneelstuk ‘Welkom in de familie’. „Een zeker realisme is voor mij kenmerkend als maker.”

Vlnr.: Hannah van Lunteren, Hajo Bruins, Peter Blok en Jacqueline Blom in ‘Welkom in de familie’ Foto’s Leo van Velzen

Het was zijn zwager die hem erop attendeerde – dat hij misschien al wel 100 regies had gedaan. Toen ging Antoine Uitdehaag (Den Bosch, 1951) voorzichtig maar eens tellen. En bleek opeens zijn komende voorstelling, Welkom in de familie bij DeLaMar Producties, zowaar zijn honderdste te zijn. „Je kan ook je verjaardag vieren, maar dit vond ik nou eens reden voor een feestje. Ik werk sinds 1979, dat is een heel leven. Als je die lijst terugziet wandel je als het ware door de Nederlandse theatergeschiedenis. Kijk, hier: toneelgroep Centrum, en Globe, dat waren toen de toonaangevende Nederlandse gezelschappen. Die zijn weg, vergeten. Wonderlijk is dat.”

Maar terugblikken op die honderd regies stemt Uitdehaag in het geheel niet melancholisch. Integendeel. Leeftijd, ouderdom; als regisseur zegt het hem weinig. „Ik moet altijd rekenen, we leven in 2014? Jezus, dan ben ik 63! In enthousiasme voor mijn werk voel ik geen verschil met 35 jaar geleden. Dit is nog steeds de mooiste baan van de wereld.”

Uitdehaag is misschien wel de succesvolste Nederlandse freelance regisseur op leeftijd, met simultaan een nog altijd goed gevulde Nederlandse en Duitse agenda – van de honderd regies deed hij er meer dan veertig bij grote stadstheaters in Duitsland. Jürgen Bosse, destijds intendant van Schauspielhaus Stuttgart, zag een voorstelling van hem bij het Ro Theater, waar hij tussen 1984 en 1991 artistiek leider was. Toen Bosse hem belde voor een regie in Stuttgart had hij net besloten te vertrekken. Zijn afscheidsvoorstelling was The Family van Lodewijk de Boer. En wat stelde Bosse voor om in Stuttgart te maken? Precies. Uitdehaag: „Soms moet je ook gewoon een beetje geluk hebben.”

Nog steeds vindt hij The Family „een van de allerbeste Nederlandse toneelstukken die ooit zijn geschreven”. Uitdehaag voelt zich senang bij de stijl van het stuk, een soort ‘verhevigd realisme’. „Een zeker realisme is voor mij kenmerkend als maker, meer dan een uitgesproken beeldtaal of het denken in abstracties. Maar dat heeft niks met naturalisme te maken. Je scherpt aan, zoomt in. Dat zit ook in The Family.”

De taal van De Boer is een genot, zegt Uitdehaag. „De combinatie van humor en emotie, scherpte en mededogen spreekt mij erg aan. Alle schrijvers waar ik van houd, Tsjechov voorop, hebben die. Ik zoek er ook altijd naar in mijn regies: zware thema’s met humor gebracht, of andersom: komedies met een diepere laag eronder.”

Zijn realistische stijl sloeg aan bij Duitse geestverwanten en Uitdehaag „rolde er zo’n beetje in”, stelt hij bescheiden; Stuttgart, Essen, Mainz, Leipzig, en later Bonn, Berlijn, München, Wenen. Lang voor Johan Simons er intendant was, maakte Uitdehaag al voorstellingen bij de Münchner Kammerspiele: onder meer de publiekshit Die Präsidentinnen van Werner Schwab, die zes seizoenen op het repertoire bleef. Maar omdat Uitdehaag naar eigen zeggen geen „kunst met de grote K” maakt, is zijn buitenlandse succes in Nederland altijd een beetje onopgemerkt gebleven.

Of nee, hij wil het anders zeggen: hij balanceert „op het randje tussen vermaak en kunst”. Hij regisseerde zowel bij gesubsidieerde gezelschappen (Nationale Toneel, Ro Theater, Utrechtse Spelen) als voor vrije producenten. „Maar waar ik ook werk, ik heb altijd hetzelfde willen maken; goede, toegankelijke producties die aanslaan bij het publiek. Dat is echt iets anders dan op je knieën gaan zitten. Het gesubsidieerde toneel in Nederland is lang te publieksonvriendelijk geweest: het gold soms als verdienste als mensen woedend de zaal verlieten. Toen Jos Thie en ik samen het Ro leidden, zaten de zalen vol. Dat is toch mooi? Maar de teneur was toen vaak, als iedereen het mooi vindt, kan het niet goed zijn. Dat is nu eindelijk aan het veranderen.”

Sinds 2012 is Uitdehaag als huisregisseur verbonden aan DeLaMar Producties. Daar maakt hij ieder jaar een zomerkomedie, zoals Het geheugen van water (2012) met Anneke Blok, en Een Ideale Vrouw (2013) met Tjitske Reidinga, en soms nog een stemmiger winterproductie. „De tijd voorbij, vorig jaar, over een dood kind, bood nou niet per se een gezellig avondje uit.”

Ondanks de evidente brede publieksfunctie van het theater, is hij grotendeels vrij in de keuze van de stukken. En kwaliteit, niet tv-roem, is doorslaggevend bij de casting. „Al zal ik niet ontkennen dat het helpt als een goede acteur ook breder bekendheid geniet.” Tjitske Reidinga, Peter Blok, Loes Luca zijn terugkerende namen, in overwegend vlotte, vaardige producties die omarmd worden door het publiek. Critici en vakgenoten loven vaak de kwaliteit.

„Het is belangrijk dat er theatervernieuwers zijn, hoor. Zelf ben ik als regisseur alleen liever dienstbaar aan het stuk; ik wil dat de inhoud scherp overkomt en je de acteurs gelooft. In Nederland hebben we een regisseurscultuur; critici klagen als ze niet genoeg ‘de visie van de regisseur’ in een stuk zien. Dat vind ik soms jammer, en ook wel een beetje naïef.”

Zijn visie zit in elk detail, zegt Uitdehaag, „maar die moet niet tussen het publiek en het stuk in komen te staan. Dat ik, ik zeg maar wat, alles paars verf, of het stuk kniediep in de modder speel. Ik vind: je moet als regisseur niet denken dat je het beter kunt dan Shakespeare. Zelf voel ik eerbied voor een goed stuk en de schrijver daarvan. Mijn motivatie is altijd: hoe krijg ik de tekst optimaal over het voetlicht? Ik wil bijvoorbeeld niet dat toneelbeeld of mise-en-scène te veel afleiden.”

Als regisseur, zegt hij, voelt hij zich de camera, die de blik van het publiek stuurt. „Maar dan wel zo dat het publiek de camera niet opmerkt. Ik verdwijn het liefst zo veel mogelijk uit mijn voorstellingen. Ik sleutel aan de inhoud van een stuk, aan de tekst en aan het spel, totdat er een voorstelling staat waarbij niemand in de zaal aan de regisseur denkt, maar alleen maar ademloos naar de acteurs zit te kijken, en het stuk écht hoort.”