Onaangenaam nieuws over zwarte scholen

Allochtone leerlingen van de zwartste basisscholen blijken eerder te falen in het middelbaar onderwijs. Niet leuk, zegt de expert, wel goed onderzoek.

Het nieuws dat Nederlandse kinderen die naar een zwarte basisschool gaan vaker hun middelbare school niet afmaken, leidde deze week in onderwijskringen tot verontwaardigde reacties. Critici noemden de conclusie uit het promotieonderzoek van Cheng Boon Ong uit Maleisië onvolledig en kort door de bocht.

Morgen promoveert Ong op de studie aan de Maastricht University. Ong heeft geen inhoudelijke verklaring voor haar bevinding. Ze heeft data onderzocht en alleen het verband tussen zwarte scholen en autochtone drop-outs ontdekt.

Hoogleraar en onderwijssocioloog Jaap Dronkers, lid van Ongs promotiecommissie en expert op het gebied van scholen en leerprestaties, springt voor haar in de bres. „Het onderzoek is wetenschappelijk goed onderbouwd”, zegt hij. „Maar mensen vinden het niet leuk om iets negatiefs te horen over zwarte scholen.”

Voor het promotieonderzoek zijn overheidsdata gebruikt over álle Amsterdamse leerlingen. Dat is fantastische informatie, zegt Dronkers. Zo kon Cheng Boon Ong tussen 2000 en 2008 ruim 47.000 kinderen op 241 basisscholen in de hoofdstad volgen. Ze zag dat 8 procent van de autochtone kinderen zonder diploma de middelbare school verlaat als ze op een basisschool hebben gezeten met meer dan 77,7 procent allochtone leerlingen. Op ‘minder zwarte’ scholen halveert het aantal autochtone uitvallers.

De grotere kans op schooluitval heeft niets te maken met de kwaliteit van de scholen, waarover Ong ook data had. Wat is er dan aan de hand? Mogelijk speelt de etnische samenstelling van de school een rol, zegt Dronkers. „Het is relevant om te weten of kinderen naar een etnisch homogene school of een etnisch diverse school gaan. Maar dat is in de studie niet meegenomen. Dat is een tekortkoming, maar je kunt niet alles doen.”

Dronkers vertelt dat scholen met een etnisch homogene populatie (waar bijvoorbeeld alleen Turkse leerlingen komen) vaak beter varen dan een etnisch diverse school, waar verschillende culturen samenkomen. „Daar is eerder onrust en gedoe. Taal, achtergrond, opvoeding, geloof. Het speelt allemaal een rol bij de leerprestaties en motivaties.”

Wat ook mee kan spelen, is dat autochtone kinderen op zwarte scholen een buitenbeentje kunnen zijn. „Misschien worden ze gepest.”

Het ligt voor de hand dat het opleidingsniveau van de ouders ook een rol speelt. Maar volgens Dronkers is dat niet altijd even relevant. „Allochtonen hebben eerder een zogenoemd verborgen leertalent. Een Marokkaanse man die in zijn thuisland geitenhoeder was, had misschien best arts kunnen worden. De omstandigheden waren er alleen wellicht niet naar. Bij autochtonen is de kans dat verborgen talenten niet worden aangeboord veel kleiner.”

Het was volgens Dronkers interessant geweest als ook gegevens beschikbaar waren geweest over het intelligentieniveau van de leerlingen. „Dan had je kunnen zien of de autochtone leerling wel of niet de leercapaciteit had om de school af te maken.”

Volgens Dronkers kunnen we concluderen dat scholen eigenlijk minder dan 77,7 procent niet-westerse leerlingen zouden moeten hebben. „Het is een onwelgevallige boodschap, ik weet het. En het is aan de politiek om hier een oordeel over te vellen. Ik zeg alleen: don’t shoot the messenger.”