OM wil na schikking met SBM toch vervolging medewerkers

Het Openbaar Ministerie (OM) wil dat enkele oud-werknemers van de Nederlandse multinational SBM Offshore worden vervolgd wegens omkoping. Dat zegt hoofdofficier Marianne Bloos van het Functioneel Parket, de afdeling die fraude bestrijdt, tegen deze krant.

Gisteren trof het OM een recordschikking met olieplatformbouwer SBM Offshore van 240 miljoen dollar (193 miljoen euro) wegens omkoping in Brazilië, Angola en Equatoriaal-Guinee. Daarmee heeft het bedrijf strafvervolging afgekocht. Maar de werknemers die bij de fraude betrokken waren, kunnen nog wel strafrechtelijk worden vervolgd, alleen niet in Nederland.

Het OM kan die vervolging niet zelf op zich nemen, omdat de verdachten geen Nederlanders zijn en de strafbare feiten werden gepleegd in het buitenland. Justitie is met verschillende landen in gesprek, zegt Bloos, om ervoor te zorgen dat zij vervolging „organiseren”. Het gaat om „minder dan een handvol” mensen, zowel werknemers die al bij het bedrijf waren vertrokken als mensen tegen wie SBM Offshore „disciplinaire maatregelen” heeft genomen.

De combinatie van een schikking met het bedrijf en het vervolgen van natuurlijke personen geeft volgens Bloos een „heel krachtig signaal” af.

Het OM gaf bouwbedrijf Ballast Nedam en accountantskantoor KPMG dezelfde behandeling. De bedrijven schikten met justitie wegens respectievelijk omkoping en het verhullen daarvan.

Tegen de verdachte oud-werknemers van Ballast Nedam en KPMG lopen momenteel strafrechtelijke onderzoeken. Er zijn drie mogelijke uitkomsten van zo’n onderzoek: vervolgen, seponeren of schikken. Over het onderzoek naar de drie oud-KPMG’ers zegt Bloos dat er nog „laatste handelingen” moeten worden verricht.